Bristol Cars

Londen (GB) 



 
● 
Achtergronden van het merk Bristol
●  Herstart na faillissement in 2011
●  Exclusieve modellen
●  Eén showroom in de hele wereld
●  Bezoek aan showroom



februari 2012 - laatste aanvulling juli 2016
(foto's ook van latere datum)

 

  


Duur, excentriek en mysterieus


Auto’s waaraan je de hoge prijs niet afziet. Een traditionele, rijke, trouwe maar ook onduidelijke klantenkring. Een sfeer van mysterie en raadsels. Aristocratisch, excentriek en onnavolgbaar Brits. Dat zijn enkele karakteristieken van Bristol Cars. In maart 2011 ging het bedrijf failliet en werden de 22 medewerkers ontslagen. Een maand later was er een investeerder die het merk reanimeerde. Bristol leeft voort. Een bezoek aan Londen is een mooie aanleiding voor een nadere kennismaking.

 

Deze showroom van Bristol is de enige ter wereld.

Er is maar één showroom in de hele wereld, onder het Hilton hotel op de hoek van Holland Road en Kensington High Street aan de westkant van Londen. In de kleine ruimte passen met moeite vier auto’s. Wie naar binnen gaat, betreedt de vorige eeuw. De jaren zestig zijn terug. Dit is de tijd van de wederopbouw, tijden waarin timmerlieden bureaus en vitrines nog met de hand op maat maakten. De vergeelde granieten vloer zit vol barsten. Afgaande op de prijs van de auto’s verwacht je wollen tapijten, een luxe zithoek en fauteuils van leer. Niets van dat alles. In de hoek staat een oud bureau. Hieraan zat jarenlang tot op zijn 87e jaar eigenaar Tony Crook. Dit was het centrum van zijn unieke autobedrijf. Aan de muur hangen tekeningen van modellen van minstens een halve eeuw geleden. Bij de opening van de showroom in 1962 opgehangen en nooit meer aangeraakt. Op een kastje staan zwart-wit foto’s van vroegere modellen zoals oma’s het verleden op hun schoorsteenmantel willen laten voortleven. De klinkloze buitendeur is weinig uitnodigend. Dat is geen bezwaar. Klanten weten de weg te vinden. Aan een fancy uitstraling hebben ze kennelijk geen behoefte. Het gaat ze om de auto’s. Bovendien heeft het bedrijf vermoedelijk geen geld voor een opknapbeurt.
 

Onder het Hilton Hotel, op de hoek van Kensington High Street en Holland Road in het stadsdeel Kensington.

Vier auto's passen er net in.

Aan binnen- en buitenkant geen enkele luxe.

Het bureau waaraan Tony Crook decennia lang zat als eigenaar. Rechts de kapotte vloer.

Laptop
Achter de showroom is het verkoopkantoortje. De inrichting past bij de rest. Een laptop op het lichthouten bureau detoneert, maar is in deze tijd ook hier onmisbaar. De tijd staat niet helemáál stil. In het kantoor zitten twee mannen, Antony Steevenson en Richard Hackett. Ze heten ons welkom met de gastvrijheid die past bij de Britse ambiance. Beiden hebben in een eerder leven Ferrari’s aan de man gebracht. Maar, laat één van hen doorklinken, dat had geen stijl. Die klantenkring was veel platvloerser. Dat zijn mensen die willen laten zien dat ze veel geld hebben. Geen echte liefhebbers, zoals hier bij Bristol. Ze beweren tussen 100 en 150 auto’s per jaar te verkopen, nieuw en gebruikt. Te verifiëren is het niet. Het lijkt erg veel. De klanten wonen over de hele wereld, maar de meeste zijn Brits. Een van de liefhebbers is Virgin-eigenaar Richard Branson. Kort geleden is er één auto in Duitsland afgeleverd. Eén; dat is al de moeite van het vermelden waard. In Nederland zijn er twee Bristol-klanten, wordt ons verteld. Eén van de laatste transacties vond plaats in Griekenland. Gezien de economische crisis en de grote druk op de rijken in het land, vond een klant het verstandig een niet te opzichtige dure auto te nemen. Je moet de belastingkat immers niet op het elitespek binden.
 

Zwart-wit foto's van oude modellen in lijstjes alsof het familieportretjes zijn. Een verdwaald bord met logo in de hoek.

Tekeningen en schaalmodellen van vele tientallen jaren geleden. Ooit neergehangen en neergezet.

Gewoontjes
Een nieuwe Bristol kost al gauw tussen de 150.000 en 200.000 pond. (Voor een Fighter met vleugeldeuren betaal je nog veel meer.) Daar heb je in Engeland ook een dikke Aston Martin, Bentley Continental GT of een Ferrari voor. Nog even doorsparen en zelfs een Rolls-Royce komt in beeld. Maar al die auto’s zijn zó gewoontjes vergeleken bij de modellen van Kensington High Street.
In de showroom staan trouwens geen nieuwe auto’s, maar vier oudere modellen. Nieuwe auto's worden alleen op bestelling gemaakt en daarna afgeleverd. Dit zijn tweedehandsjes, zo te zeggen, maar daarmee beledig je Antony en Richard tot op het bot. Deze zijn pre-owned, zoals het zo mooi klinkt. Dit zijn gebruikte volbloeds. De mannen hebben gelijk. De prachtige britsgroene 411 uit 1970 met gitzwarte banden en voorzien van een Webasto vouwdak is met recht een klassieker. Hij is als nieuw opgeknapt. Voor £ 34.500 verruilt hij de showroom voor de garage thuis.
 

Een klassieker uit 1970 zit als nieuw in de lak. De banden glimmen.

Links het interieur van de 411, rechts een Brigant uit 1977.

Vloermat
Op nadrukkelijk aandringen van onze gastheren nemen we plaats in een grijze Blenheim 3S. Onze terughoudendheid wordt afgewezen. Je hoeft er niet overdreven voorzichtig mee te doen, is de boodschap. “It’s just a car”. Deze is van 2001, maar verschilt nauwelijks van een nieuwe. Het houten dashboard is indrukwekkend, met een merkwaardig koordje om het dashboardkastje open te trekken. De klank van het dichtslaan van een deur lijkt op die van een oude Rolls-Royce van decennia terug. Stevig maar ook licht rammelend, niet te vergelijken met het geluid van kluisdeuren als bij een moderne Mercedes of BMW. Voor het zich nooit voordoende geval dat je mocht vergeten in welk merk je rijdt: dat staat netjes geborduurd op de vloermat. De twee vorige eigenaren reden er niet meer dan zo’n 20.000 kilometer mee, vermeldt het informatiebordje. Een prijs staat er niet bij. Op de website biedt de fabriek een vergelijkbare auto aan; die moet £ 65.000 opbrengen, met de huidige pondkoers bijna 78.000 euro. Waarschijnlijk is de tammere blauwe Blenheim 3 van 2000 een stuk voordeliger. Voor de Brigant uit 1977 aan de andere kant van de showroom wil de verkoper £ 28.500 hebben.
De ruimte is te klein om de auto’s goed op de foto te zetten. We krijgen een klein foldertje mee met daarin de huidige modellen en het aanbod aan gebruikte auto’s. 
 

We worden nadrukkelijk uitgenodigd nader kennis te maken.

Deze Blenheim is tien jaar oud, maar ook als nieuw nog steeds te koop.

Het interieur met hout, leer en dik tapijt.

Tussen voorwielen en cabine is een opbergruimte voor reservewiel en accu. De neus van de auto is extreem lang.

Discussie
Hoeveel auto’s de fabriek per jaar maakt, is een goed bewaard geheim. De laatst gepubliceerde productiecijfers dateren van 1982! Toen waren het er naar eigen zeggen 104. De laatste jaren zouden het er niet meer dan 20 zijn, valt af te leiden uit uitspraken in 2008 van de voormalige productieleider. Maar alle cijfers staan ter discussie. De website van de Bristol Owners Club (BOC) houdt het bij “Over the past half century, production has not been huge”. Tony Crook beweerde enkele jaren terug dat er sinds het begin zo’n 8000 Bristols zijn gemaakt. De voorzitter van de BOC, Geoffrey Herdman, trok dat aantal toen ernstig in twijfel. Het blijken er 2800 te zijn. Crook zei ook honderd mensen in dienst te hebben. Het waren er in de twintig. Zijn wereld was niet die van anderen. Crook hield niet van pottenkijkers. Journalisten waren nooit welkom. Testauto’s werden niet ter beschikking gesteld. Aan promotie heeft Bristol de laatste decennia nauwelijks iets gedaan. Toen de makers van een James Bond-film voor hun held een Bristol wilden in plaats van een Aston Martin, was de enige medewerking de toestemming om er een te kopen.
 

De ruimte is eigenlijk te klein voor vier auto's. Je krijgt ze ook niet op de foto.

Optimisme
De heren in de showroom geven geen rechtstreeks antwoord. Wat zou het ook? Wat zijn cijfers? Ze willen vooral optimisme uitstralen, na de perikelen van vorig jaar. “Bristol is alive as never before”. Er wordt onder regie van de nieuwe eigenaar zelfs een nieuwe fabriek gebouwd, weet men te vertellen. De huidige staat in Filton, een wijk in het noorden van Bristol. Het Duitse blad AutoBild ging er in 2008 kijken. Ze kwamen niet veel verder dan een afgebladderd blauw en verroest toegangshek. Daarachter een oude loods en een stapel schroot. De leiding van de fabriek lag toen in handen van de 87-jarige Sydney Lowesy. Net als de meeste werknemers werkte hij al tientallen jaren bij het merk.
 

De Blenheim 3 (foto's: Bristol Cars). De achterlichten zijn afkomstig van de vroegere Opel Senator.

Blenheim
Het actuele leveringsprogramma bestaat uit vier modellen, allemaal even bijzonder en allemaal handgebouwd met een aluminium carrosserie. De gewoonste van het kwartet is de Blenheim 3, een tweedeurs coupé met een koetswerk dat ouderwets aandoet. Dat kan kloppen. Het model is een doorontwikkeling van het model 603 dat in 1976 werd geïntroduceerd. (Typisch Engels: de typenaam 603 werd destijds gekozen omdat het in 1976 603 jaar geleden was dat de City of Bristol bij Koninklijk besluit tot zelfstandige County werd uitgeroepen.) Karakteristiek voor de auto is de extreem lange wielbasis. Tussen voorwielen en cabine is plaats voor een opbergruimte met daarin aan de linkerkant de accu en rechts het reservewiel. “Externally, a Bristol's appearance is carefully tailored to achieve quiet understatement yet maintain an elegant, timeless line”, aldus de fabrikant. Van binnen overheersen hout en leer. Je verwacht ook niet anders van een échte Britse auto.
 

De Blenheim 3 (boven, foto: Bristol Cars) is duidelijk afgeleid van de in 1976 geïntroduceerde 603 (onder).


Chrysler-motor
Voor de aandrijving van deze Engelsman zorgt sinds jaar en dag een Amerikaan: een V8 met een inhoud van bijna zes liter, afkomstig van Chrysler. Het is een ongecompliceerde, traditionele motor. Dat maakt het onderhoud gemakkelijk, ook in het buitenland, waar immers geen dealers zijn. Het onderhoud is daardoor ook betaalbaar. Voor een kleine beurt, iedere 10.000 kilometer, betaal je zo’n vierhonderd pond. Een grote beurt, bij 20.000 kilometer, kost duizend pond. Het is niet niks, maar vergeleken met een garagebezoekje met je Ferrari is het absoluut een koopje, wordt ons verzekerd. En de heren kunnen het weten, gezien hun eerdere werkgever. Een Bristol is natuurlijk niet zo snel als een Ferrari, maar vergis je niet. In zes seconden zit je op honderd. Toch heeft de auto meer het karakter van een echte toerwagen. Bij honderd maakt de motor nog geen 1700 toeren.
 

De 603 (boven en onder), voorloper van een lange reeks modellen. 


Speedster

Een tweede model is de open Blenheim Speedster met het uiterlijk van een oude Engelse sportwagen. De auto is gebaseerd op een prototype uit de jaren vijftig dat na testdoeleinden op het fabrieksterrein onder een laag stof verdween. Eind jaren negentig werd de auto herontdekt en opgeknapt. Het idee ontstond voor een kleinschalige serieproductie, waarbij het oude koetswerk op een nieuw chassis wordt gezet en voorzien van de modernste technieken. Dat wil zeggen: modern binnen de normen die Bristol daarvoor stelt. De acceleratie is nog een tel sneller dan die van de Blenheim.
 

De Blenheim Speedster, gebaseerd op een verwaarloosd prototype (foto's: Bristol Cars).

 

Fighter
Totaal anders en daarmee ook heel verrassend is de Bristol Fighter, een hoogst moderne sportwagen met vleugeldeuren. In niets lijkt deze auto op de andere typen van het merk. Geen ouderwetse basis dit keer, geen opgewarmd oudbakken model dat in decennia nauwelijks is aangepast of een uit de mottenballen gehaalde klassieker. Nee, een onmiskenbaar origineel ontwerp. Exclusiviteit is als onderscheidend verkoopargument niet overboord gegooid. De topsnelheid is meer dan 300 km/u. Daarvoor zorgt een V-10, de motor van de Dodge Viper. Het vermogen is 525 pk, maar voor wie dat veel te magertjes vindt, levert Bristol de T-versie, met 1012 pk onder de kap. In minder dan 3,5 seconden zit je op honderd. De vanafprijs is £ 300.000. Geen koopje, maar dan heb je wel iets zeer bijzonders. En dus passend in de Bristol-traditie.
 

De totaal van de andere modellen verschillende Fighter (foto's: Bristol Cars).


Series 6

Het vierde model in het aanbod is de Series 6. Dat is oud en nieuw tegelijkertijd. De Series 6 is een compleet gereviseerde klassieke Bristol die in de fabriek geheel is gedemonteerd en vervolgens van nieuwe techniek voorzien. “The Series 6 is for people who want the timeless style and grace of a classic Bristol without foregoing the contemporary performance and refinements of the latest Blenheim models”. Eigenlijk ziet zo’n écht oude coupé er beter uit dan een toch erg bedaagde nieuwe Blenheim. Het is maar wat je wilt, de fabriek biedt alle opties aan.
 

De fabriek haalt oude modellen geheel uit elkaar om ze te voorzien van nieuwe techniek (foto's: Bristol Cars)


Historie
Een korte duik in de historie. Het automerk Bristol wordt in 1945 in het leven geroepen door de Bristol Aeroplane Company, de maker van beroemde en succesvolle gevechtsvliegtuigen. Het bedrijf voorziet een terugval van werkzaamheden door het einde van de Tweede Wereldoorlog. Er moet nieuw werk komen voor de trouwe werknemers. BAC richt samen met de fabrikant van het merk Frazer Nash, voor de oorlog tevens importeur van BMW, een joint venture voor autoproductie op. Het verwerft al snel een meerderheidsbelang in de nieuwe onderneming. De fabriek staat bij het vliegveld Filton in Bristol. In 1947 introduceert Bristol zijn eerste model, de 400, gebaseerd op een vooroorlogse BMW. De zescilinder motor, het chassis en de carrosserie zijn afgeleid van de BMW-typen 326, 327 en 328, met inbegrip van een variatie op de karakteristieke “nieren” als grille. Het model wordt in de volgende jaren verder vervolmaakt. Bristol schakelt daarbij buitenlandse carrosseriebouwers in. Eigen modellen volgen. In 1954 verschijnt de eerste en ook enige vierdeurs van het merk. Vanaf eind jaren vijftig zijn er alleen nog tweedeurs modellen. Een belangrijke stap is de overschakeling op Chrysler V8-motoren in 1961. Liefhebbers verdelen de Bristol-geschiedenis in de tijdvakken van de zes- en achtcilinders. Nog altijd levert Chrysler de motoren voor alle typen.
 

Bristol 401 op bezoek in Den Haag.

De 'nieren' herinneren nog aan de relatie met BMW.

Touring ontwierp het (lichtgewicht) koetswerk.

Boven en hieronder: overzicht van fabriek en productie in de jaren vijftig en zestig (foto's: Bristol Cars).

Hieronder: het maken van het koetswerk was handwerk (foto: Bristol Cars).


Modellen door de jaren heen, van de 400 boven tot de Fighter onder (illustraties: Bristol Cars).
 

Bristol Cars Ltd
In 1960 verzelfstandigt de autodivisie. Het moederbedrijf gaat samen met andere vliegtuigbouwers. Bristol Cars Limited komt onder leiding van Sir George White en voormalige racewagencoureur Anthony (Tony) Crook. Zes jaar later nemen zij beiden het bedrijf over en na pensionering van White in 1973 is Crook enige eigenaar en tevens directeur. Midden jaren negentig verkoopt hij de zaak, maar blijft er wel nauw bij betrokken. In de loop der jaren is het bedrijf zich meer en meer gaan toeleggen op kleinschalige productie. Het aantal geproduceerde auto's daalt tot een paar handen vol per jaar. De nog altijd in het bedrijf actieve voormalige eigenaar en zijn werknemers verouderen. Ze hebben de grens van tachtig al achter zich gelaten.
 

Bristol 410.

Komen de achterlichten bekend voor? Dat kan kloppen: ze zijn van een Hillman Minx..

De Bristol 411 was een doorontwikkeling van de 410: in de basis hetzelfde, maar op detailniveau toch verschillen.

Zagato was verantwoordelijk voor het koetswerk van de Bristol Beaufighter. 

De Beaufighter was een licht gewijzigde versie van de 412.

Bankroet
Het gaat bergafwaarts. Traditie en klantentrouw wegen niet op tegen stijgende kosten. Op 3 maart 2011 lijkt het doek te vallen: Bristol is bankroet. Kranten schrijven erover. 22 van de 25 medewerkers staan op straat. Onder hen de inmiddels 91-jarige (!) productieleider. Als snel komt een vervolgbericht. De Kamkorp Group ziet mogelijkheden voor een doorstart. Bristol is op 21 april van hetzelfde jaar weer actief als autofabrikant. Het is niet bekend of alle ontslagenen opnieuw zijn aangenomen. Het is ook onduidelijk of en wanneer de daadwerkelijke productie weer is opgepakt. Dat past bij de mysteries die het merk omgeven. Met als grootste raadsel: wie koopt nou zo'n auto?
Zo op het oog is er weinig verschil tussen de situatie voor en na het faillissement. Het modellenaanbod is niet veranderd, noch het karakter van het merk. Bristols blijven wat ze altijd waren: opmerkelijk, aristocratisch, snel, karaktervol en bovenal duur. Heel duur. En net als alle jaren ervoor is er maar één showroom, op nummer 368-370 van Kensington High Street in Londen. Geen deurklink, maar je kunt er zo binnenlopen.
 

De fabriek biedt ook "pre-owned cars" aan (foto: Bristol Cars).

Toeval bestaat niet zeggen ze. Op de dag van ons bezoek zien we deze klassieke Bristol in de Londense Euston Road. 

In 2009 werd eenmalig een Blenheim 4 gemaakt (rechts) met strakker koetswerk en achterlichten van Audi. (foto: Lansdownplace) 

Merkplaatje op de grille van een 603. 

Bristol in miniatuur, als speelgoed (links) en als verzamelaarsmodellen (rechts).

Een Bristol 400 van 1948 bij een Nederlandse handelaar.

De tweeliter motor is afgeleid van die van de BMW 328.

Deze 400 uit 1949 behoeft nog wel wat uurtjes restauratiewerk.

 
 

   Bijlage


Coupés in dezelfde prijsklasse

Aston Martin

V12 Vantage

£  135.000

 

Bentley

Continental GT

£  135.760

 

Ferrari

California

£  146.960

 

Lamborghini

Gallardo

£  145.472

 

Mercedes-Benz

SLS AMG

£  168.395

 

Porsche

911 Turbo S

£  125.864

 

prijzen februari 2012

 

 

 

 

   Aanvullingen

JANUARI 2014

Op 21 januari 2014 overleed na een ziekbed op 93-jarige leeftijd Tony (Anthony) Crook. In de Britse media wordt stilgestaan bij zijn prestaties als coureur, zijn latere eigen garagebedrijf en zijn rol als eigenzinnige algemeen directeur Bristol. In die functie realiseerde hij het voortbestaan van een bedrijf, door vele crises heen. Hij voerde felle juridische strijden tegen anderen die reserveonderdelen voor Bristol maakten. Het bankroet in 2011 deed hem pijn. Ondanks afstandelijkheid in zakelijke contacten, was het een warm mens, schrijft de Telegraph bij zijn heengaan. Uit het archief van Bristol Cars komt nevenstaande foto, Crook met een schaalmodel van de 401.
 

SEPTEMBER 2014

Moedermaatschappij Frazer-Nash heeft laten weten dat Bristol in 2015 met een nieuw model zal komen en bovendien bezig is met de ontwikkeling van een elektrische auto. Minstens zo opzienbarend is de mededeling dat er een tweede showroom komt. Aan de overkant van de straat, wel te verstaan. Tegelijkertijd krijgt de oude showroom een opknapbeurt. Bristol werkt aan zijn toekomst en kijkt vooruit, aldus de nieuwe eigenaren.

Hieronder de integrale verklaring van het merk:

The first new Bristol car since 2003 will be launched at the Kensington High Street showroom in 2015 in the shape of an all-new 70th anniversary model, codenamed Project Platinum. An anniversary celebration, Project Platinum is a reference to Bristol Cars’ rich and exciting heritage, executed as a modern take on the best of British craftsmanship and engineered to excite as a high performance Bristol car.

Since the company was bought in 2011, millions of pounds have been invested in the business to re-establish its place as an iconic British carmaker, aimed at the connoisseur motorist, with craftsmanship, design, performance and unique character at its heart. A specialist new Parts, Service and Restoration facility in Brentford, West London was opened this year and has quickly established itself as the leading Bristol centre in the world with 100s of cherished examples of the marque already passing through the workshop.

Plans are also underway to refurbish the landmark Bristol showroom at 368 Kensington High Street with further investment made across the street at number 375 for a further showroom. From summer 2015, Bristol Cars will occupy both sides of Kensington High Street with a selection of meticulously restored cars for sale on the west side and an all-new product, and modern company ethos displayed on the other side of the street.

The company also confirms today that development work is well underway on an all-new super-luxury flagship Bristol range-extended electric grand tourer. Frazer-Nash technology will underpin the electric drivetrain of this stunning new design from Bristol Cars. More information will be released on this product as development progresses.

A new Bristol Luxury merchandise range including clothing, model cars, bureau items, accessories by Paul Smith and much more was also launched at the Hampton Court Concours of Elegance.

Speaking on behalf of Bristol Cars at the Concours of Elegance, Sir George White said: “2015 will mark Bristol Cars’ 70th year, and these announcements underline today’s very exciting times at the company. Project Platinum signifies the re-birth of the brand with a design and character respectful of the company’s rich heritage in Great Britain – in aviation, commercial and luxury automotive – delivered with a modern approach to performance and comfort. This car, along with the investments in Kensington and Brentford, not to mention the advanced development of an all-new super-luxury grand tourer, all make for a very bright and promising future for this company that I hold so dear.”

Bristol Cars’ General Manager, Julian Ramshaw, added: “Today’s announcements signify that we are nearing the completion of ‘Bristol is Back’ – phase 1. Investments in our new products and facilities spearhead our modern philosophy for the Bristol marque. We believe that the automotive landscape is changing, particularly in the premium and luxury sector. The definitions of luxury are changing. People’s expectations are changing. And Bristol Cars is changing too. This is just the start, and there is a lot more to come from us.”

The 2014 Concours of Elegance at Hampton Court Palace is the third such automotive gathering in London, which, since the first event in 2012, has set a new global benchmark for classic car concours events; winning a number of prestigious awards and accolades. It is unique in the fact that the setting changes from year to year but with the consistent theme of always being held on the lawns of a Royal palace. Only the highest calibre of cars are invited to the Concours of Elegance, with the rarest cars in the world, from all over the world, painstakingly selected by the Concours’ team of respected and authoritative experts. The Concours of Elegance 2014 takes place at Hampton Court Palace from the 5th to 7th of September.
 

APRIL 2015

De website Goodwood Road and Racing kreeg toestemming een kijkje te nemen in de kelder onder de showroom, het archief van het merk. Er staan kasten vol tekeningen en documentatie en verder resten van brochures waaraan volgens de auteurs vele generaties muizen zich tegoed hebben gedaan. Net als de showroom lijkt de kelder in vijftig jaar onaangetast geweest te zijn. Volgens de nieuwe eigenaren zal de kelder worden opgeruimd en omgebouwd tot een Heritage Centre dat ook voor het publiek toegankelijk is.
 

JULI 2016

Bristol heeft zijn lang verwachte nieuwe model gepresenteerd: de Bullet. Zeventig zullen ervan worden gemaakt. Met het model viert het merk zijn zeventigste verjaardag. Onder de kap ligt een V8 van BMW, goed voor 375 pk. De top is begrensd op 250 km/u en in vier tellen zit je op honderd. De ontwerpers van het model zijn geïnspireerd op de klassieke Bristol. De prijs is omgerekend zo'n 300.000 euro.

De Bullet: het cadeautje waarmee Bristol de fans trakteert bij gelegenheid van zijn 70e verjaardag (foto's: Bristol).

Je moet wel drie ton neerleggen om het cadeautje te bemachtigen.