60 jaar DAF 600  

Eindhoven (NL)



●  Expositie over 1e DAF-personenwagen
●  Verschillende auto's van liefhebbers
●  Onbekende foto's van varianten

 
februari 2018

 

  


Ode aan het zestigjarige pronkstuk

2018 is voor het DAF-museum een jaar van jubilea. Negentig jaar geleden startten de gebroeders Van Doorne hun onderneming, zestig jaar geleden presenteerden ze hun personenwagen, een halve eeuw terug opende koningin Juliana de fabriek in Born en in datzelfde jaar volbrachten twee DAFs de 16.000 kilometer lange London-Sydney-Marathon. Daar komt nog bij dat het museum zelf 25 jaar bestaat. Redenen genoeg voor de nodige festiviteiten. De aftrap werd gegeven op zondag 18 februari met de feestelijke opening van een expositie rond 60 jaar DAF 600. Zo'n uitnodiging laat je niet schieten.
 


Bij de onlangs gehouden televisiewedstrijd om de titel ‘Pronkstuk van Nederland’ kwam de eerste DAF-personenwagen weliswaar op de lijst van negen genomineerden, maar viel niet in de prijzen. “Jammer, en voor de liefhebber van dit industriële erfgoed natuurlijk onterecht”, zegt de Eindhovense wethouder van innovatie, design, cultuur en duurzaamheid Mary-Ann Schreurs. Ze is gevraagd de opening van de expositie te verrichten. Dat doet ze samen met drie oud-medewerkers die in 1959 in de fabriek aan de productie van de DAF 600 meewerkten. Ze zijn op leeftijd maar nog kras en herinneren hun bijdrage aan 'het DAFje' nog als de dag van gisteren.
In haar toespraak brengt de wethouder de sfeer bij het bedrijf nog even in herinnering. Ze heeft het opgetekend uit gesprekken met betrokkenen. Op een ochtend liep Hub van Doorne, president-directeur, door de fabriek naar een jongeman die er kort daarvoor was komen werken. Luid begon hij te zingen: “Lang zal hij leven”. De medewerker was jarig. De hoogste baas kwam de jongste bediende persoonlijk feliciteren. Schreurs vertelt de anekdote met een gevoel van trots. De betrokkenheid van het bedrijf bij zijn medewerkers, en omgekeerd, was onderdeel van de cultuur. Een cultuur die tot op de dag van vandaag doorklinkt in het enthousiasme van de meer dan 150 vrijwilligers van het museum. Als goede gastheren en -vrouwen verwelkomden ze afgelopen jaar zo’n 55.000 bezoekers. Veel vrijwilligers hebben deel uitgemaakt van de grote DAF-familie. Geert Vermeer, vice-voorzitter van het museum en oud-voorzitter van de Bovag kan het niet laten er een grap over te maken. “In Eindhoven had je in die tijd twee grote werkgevers. Als je het iemand vroeg, was het antwoord ‘Ik zit bij Philips’ of anders ‘Ik werk bij DAF’. En zo was het”. De drie oud-medewerkers zijn het er roerend mee eens.
 

Hub en Wim van Doorne in hun creatie. Hub was de technische man, Wim de commerciële. 

Een paar DAFs staan te wachten op de onthulling na de toespraken.

Historie
Vermeer heeft de bijeenkomst om twee uur geopend met een verhaal over de historie van de DAF 600. Die begint in 1955 als Hub van Doorne zijn plannen ontvouwt voor een Nederlandse personenwagen. Al veel eerder had hij erover gedroomd, maar verder dan het stadium van een eenpersoonswagentje was het nooit gekomen. Nu is het echter menens. Het moet een echte gezinsauto worden, anders dan bijvoorbeeld de BMW Isetta of Messerschmitt. De Lloyd 400, Volkswagen Kever en Fiat 600 staan op Van Doornes netvlies als succesvolle voorbeelden. Anders dan bij de Kever en de Fiat wil hij een auto met de motor voorin zodat achter plaats is voor een ruime kofferbak. Als bijzonderheid wil hij zijn auto een traploze volautomatische versnelling geven. Rijden zonder te schakelen is in die tijd nog voorbehouden aan chauffeurs van grote Amerikanen of de duurste Europese auto’s. Hub van Doorne gelooft in de aantrekkelijkheid van het concept. Het is een eigen vinding die later bekendheid krijgt als de Variomatic. Twee trommels met wisselende diameter zijn met elkaar verbonden en regelen de overbrenging.
 

Een kleimodel van de 600.

Hub van Doorne wilde een auto met genoeg ruimte voor passagiers en bagage.  

Een model op ware grootte maakt duidelijk waar het naar toe gaat.

In september 1956 werden ingewijden om een oordeel gevraagd, de 600 te midden van de Kever, Lloyd en Fiat 600. 

De concurrenten van toen zijn nog een keer naar het museum gehaald. Rechts een Lloyd.  

Truttenschudder
Vermeer vertelt dat Van Doorne samen met Lloyd-importeur Piet Louwman en zijn zoon Evert naar de fabriek in Bremen gaat om daar een auto te bemachtigen waar Hubs vinding ingebouwd kan worden. Zo moet in de praktijk blijken of het ook allemaal werkt. En dat doet het. In de ongekend korte tijd van drie jaar ontwikkelt DAF als niet-ingewijde in de wereld van de personenauto’s de DAF 600. De auto heeft een tweecilinder, luchtgekoelde motor van 600 cc onder de kap. Er is ruimte voor vier tot vijf inzittenden. Met al hun bagage! Dat de automaat later juist in het nadeel werkt, is het noodlot van de geschiedenis. Van Doorne was zijn tijd te ver vooruit. “Vandaag de dag is driekwart van de zakelijke auto’s van merken als BMW, Audi en Mercedes uitgerust met een automaat”, aldus Vermeer, “maar in die tijd had de automatische versnellingsbak een slecht imago”. Eén keer, en dan ook echt niet meer dan één keer, wil hij de bijnaam van de auto vandaag in de mond nemen. Om het daarna maar snel te vergeten. De revolutionaire en technisch hoogstaande DAF 600 werd al gauw bekend als de ‘truttenschudder met jarretelaandrijving’. Voor wie het niet weet, legt Vermeer het ontstaan ervan één keer uit. “De jarretel hoef ik niet te verklaren, duidend op de riemen van de Variomatic. Als het wagentje startte, schudde het tweecilindertje een beetje. En in de praktijk bleken bovengemiddeld veel vrouwen tot de klantenkring te behoren”. DAF sleepte het imago van vrouwenautootje mee tot het eind.
 

Dit bumperontwerp kon geen goedkeuring krijgen. De productieauto's hadden een gewone bumper.

Vermomd als pick-upje werd proefgereden met de nieuwe auto. 

Ruzie
Op de personenauto-RAI van februari 1958 is van een negatief imago nog geen sprake. Integendeel. De DAF 600 is dé sensatie. Een Nederlandse personenauto! Dat is ongekend sinds het faillissement van Spyker in 1925, een enkel individueel probeersel en de sportwagen Gatso van rallyerijder Maus Gatsonides daargelaten. Bij de stand van DAF kun je over de hoofden lopen. Bezoekers kunnen een impressie van de 600 mee naar huis nemen in de vorm van een folder met een tekening van Charles Burki. Vermeer vertelt dat de broers Van Doorne ruzie kregen over dat eerste promotiedrukwerk. Hub vond het maar niets dat de tekenaar de achterkant van de auto schuil had laten gaan achter een paar bloemen. Dat moest veranderd worden. Broer Wim had echter al een half miljoen folders laten drukken. Hij was de man van de financiën en was pertinent tegen vernietiging. De mensen konden de achterkant wel in werkelijkheid bekijken. De plaatjes met de blaadjes bleven. Het publiek vond het prima. DAF noteerde tijdens de tentoonstelling vierduizend orders. De fabriek was echter helemaal nog niet klaar voor de productie. Bovendien waren er nog geen dealers. Wie een auto wilde, moest zich bij de fabriek vervoegen. Aan de muur hangt een kopie van een brief van april 1958 aan mejuffrouw Snoek te Haarlem waarin ze wordt gevraagd nog even geduld te hebben. De eerste auto’s werden pas in 1959 afgeleverd. In één van de vitrines van de expositie ligt het boek waarin met de hand werd opgeschreven welke auto was gemaakt en voor wie die bestemd was.
 

Dit plaatje was onderwerp van een ruzie tussen de beide broers.

Presentatie van de DAF 600 op de Amsterdamse personenwagen-RAI van 1958 voordat het publiek toestroomde.

De DAF werd gezien als een verre opvolger van de Spyker (links) en als een veelzijdig voertuig. 

Brief aan een belangstellende. Even geduld a.u.b. was de boodschap.  

Promotiemateriaal uit de eerste tijd, samen met het jubileumpakket.   

De start van de productie in Eindhoven en een foto van enkele jaren later.

In dit boek werden de orders en afgeleverde auto's bijgehouden. 

Opening
Het is druk geworden in het museum als wethouder Schreurs en de drie oud-medewerkers toe zijn aan de openingshandeling. Vrijwilligers slepen met extra stoelen voor de gasten. De toeloop van vrijwilligers, donateurs en vrienden van het museum is overweldigend. Een fors aantal heeft, zo op het oog te oordelen, de pensioengrens reeds vele jaren geleden overschreden. De overheersende haarkleuren zijn grijs en wit. Sommigen hebben hun zondagse pak aangetrokken. Voor velen is het een feest van ontmoeting van oude bekenden. Tot de gasten behoren ook de kinderen van Willem van den Brink, de ontwerper van het koetswerk van de 600. Vermeer heet ze tijdens zijn praatje van harte welkom.
Het woord opening is in dit geval letterlijk te nemen. De formele handeling is het openen van de grote groene deuren van de nagebouwde DAF-garage, onderdeel van het Brabantse pleintje in het museum. Daarachter staan drie DAFs 600, strak in de lak alsof ze zo van de productielijn zijn gekomen. Even verderop wordt het doek getrokken van een Fiat 600, een Volkswagen Kever en Lloyd, de wagens waartussen in 1956 het DAFje stond om de opvattingen over het ontwerp te toetsen. Elders op de museumvloer staan nog meer exemplaren van de 600. Bezitters hebben er tijdelijk afstand van gedaan voor deze tentoonstelling. Ze worden publiekelijk bedankt. Op de grote garagedeuren hangen foto’s die de ontwikkeling van de auto laten zien. Ook zijn er plaatjes van modellen die er nooit zijn gekomen, zoals een coupé, pick-up en bestelwagen. De laatste twee werden weliswaar ontwikkeld, maar niet in deze vorm. Tot een coupé kwam het pas vele jaren later bij de DAF 55.
 

Als de deuren opengaan, staan daar een paar stralende 600's.

Nog meer DAFjes uit de allereerste productiejaren.  

De eerste typen zijn herkenbaar aan de kleinere koplampen en richtingaanwijzers aan de zijkant.

De tweede serie had grotere koplampen en richtingaanwijzers aan voor- en achterkant.

Het DAFje van Vermeer staat ook tijdelijk in het museum (rechts).  

Als nieuw, alsof de 60 jaar niet hebben bestaan. Typisch voor die tijd: de ANWB- en Wegenwacht-plaquettes.

Op de muur en garagedeuren hangen foto's en tekeningen van niet-gerealiseerde 600-varianten. 

Een slanke coupé op basis van de DAF. Tot serieproductie kwam het niet.

Er kwam wel een pick-up, maar met een andere achterkant van de cabine. 

De bestelwagen kreeg een ander aanzien dan dit proefmodel.  

Op deze tekening lijkt de DAF-besteller bijna een middenklasser.

Verrassingen
Wie met een objectief oog kijkt, moet vaststellen dat de expositie bescheiden van opzet en omvang is. Afgezien van een enkele nieuwe foto biedt het overzicht van de historie weinig verrassingen. Ook de auto zelf is bekend. De permanente museumcollectie toont immers verschillende 600’s: de eerste met de kleine koplampen en richtingaanwijzers aan de zijkant, de latere met grotere lampen en richtingaanwijzers voor en achter en er staat zelfs de derde versie met de grotere grille van de 750. Tot de vaste collectie hoort verder een ooit in Zuid-Afrika geleverde auto met rechts stuur. De tijdelijke aanvulling met de auto’s van liefhebbers is niettemin aardig, al missen we het prototype van het Louwman Museum. Geert Vermeers eigen groene 600 heeft een plaatsje in de hoek van het dorpsplein gekregen.
Iets na drie uur vertrekken de eerste gasten. Vrijwilligers zijn bezig de lege glazen van de champagne en jus d’orange te verzamelen en de zaak weer op orde te brengen. Anderen verkopen het speciale jubileumpakket met een boekje, onderzetters, een miniatuur van de 600, een pen en een DVD. Het aanbod is voor de échte liefhebber; stevig geprijsd, maar daar valt niemand over. Het was een mooie opening van het jubileumjaar, horen we ze zeggen. Er worden handen geschud en veelvuldig klinkt ‘houdoe, tot gauw’. De wethouder vertrekt met partner en een grote bos bloemen. Morgen is het weer een normale werkdag. Dan is er weer andere cultuur te bespreken en gaat het over innovatie van nu en niet van decennia geleden. Buiten scheurt een rode DAFfodil weg. Snel, want schakelen is niet nodig. Net als toen we aankwamen staat een lichtgroene 600 voor de deur. De tv-prijs mag misgelopen zijn, voor de aanwezigen hier is er geen twijfel. De DAF 600 is het pronkstuk van Nederland. Al 60 jaar.

 

De 600's zoals ze permanent in het museum staan.

Rechts de Van Doorne-broers met de eerste vrouwelijke burgemeester van Nederland.

Links een 600 die in Afrika werd afgeleverd.

De derde serie van de 600 had de grote grille van de 750.

Voor de deur staat een 600, onderwerp van de middag.

Gerelateerde webpagina's:

Eerder bezoek aan het DAF-museum 
Alle typen, productieaantallen en -jaren
De geschiedenis van DAF