Imp-clubbijeenkomst

Rolvenden (GB)




●  Hillman Imp en alle variëteiten
●  2-deurs, coupés, stationcars
●  Hillman, Singer, Sunbeam en Commer
●  Sportwagens op Imp-basis   
●  Overzicht typen en jaartallen
 

augustus 2017

  


Spontaan bezoek aan een Imp-reünie  
 

Net buiten Rolvenden, in het Engelse graafschap Kent, ontmoeten we op een tijdelijke camping een club van liefhebbers van de Hillman Imp of iets wat daarvan is afgeleid. Ze zijn er neergestreken om elkaar weer te zien en deel te nemen aan een grotere manifestatie. Ons bezoek is een spontane actie, geboren uit nieuwsgierigheid. De Imp-familiereünie brengt ons in contact met verschillende onbekende neven en nichten, met het hart van de Imp maar een totaal ander uiterlijk.
 

 

De ongeplande ontmoeting begint eigenlijk bij het binnenrijden van het dorp, zoekend naar het plaatselijke Morgan-museum. Aan de kant van de weg staat een gele Hillman Imp geparkeerd. Ondanks zijn opvallende kleur zou de wagen minder aandacht hebben getrokken als het de eerste zou zijn geweest vandaag. In Engeland kom je wel vaker een dagelijks gebruikte klassieker tegen. Onderweg zagen we er echter ook al een paar. Verderop staan er nog twee. Het woord toeval is dan niet meer van toepassing. Dit moet te maken hebben met een georganiseerd samenzijn. Mensen met een uitgesproken passie voor een bepaald autotype zoeken elkaar op. Er is vast een clubbijeenkomst. Want dat er een club van Imp-rijders bestaat, lijkt heel aannemelijk. Daarvoor is de auto uitgesproken genoeg.
 

De ontmoeting begint met het opmerken van een gele Imp en even later nog wat modellen in het dorp. 

T-shirt
In het 'museum' (zie voor de verklaring van de aanhalingstekens het betreffende verslag) zien we een man met een afbeelding van een Imp op zijn T-shirt. Hij weet vast meer. Nieuwsgierig als we zijn, spreken we hem aan. Het vermoeden klopt. Er is een bijeenkomst van Imp-adepten in de buurt. Morgen is er een optocht, als onderdeel van een grote manifestatie met oude auto's. Veel clubleden zijn inmiddels neergestreken op een tijdelijke camping zo'n anderhalve mijl verderop, weet hij te vertellen. De meesten zijn met hun Imp gekomen. Niet iedereen, want voor sommigen bestaat het bezit uit een garage vol onderdelen die ooit tot een complete auto zullen worden samengebracht. Waarbij ooit vaak later is dan tevoren wordt gedacht. Hij is zelf met een tot kampeerwagen omgebouwde Commer Van gekomen. De Imp staat thuis. Hij raadt ons aan om morgen te komen kijken. Omdat we op doorreis zijn, gaat dat helaas niet lukken.
 

Een paar Imp'en langs de kant van de weg. Dat kan geen toeval zijn. 

Nostalgiegehalte
De gedachte dat vlakbij mogelijk tientallen van deze autootjes bij elkaar staan, laat ons niet los. De Imp heeft een hoog persoonlijk nostalgiegehalte. Voor mijn vrouw zijn het jeugdherinneringen aan lange reizen op de achterbank, op vakantie naar verre streken; bij mij staat de Imp-show van de plaatselijke dealer in het geheugen gegrift. Ik herinner me nog goed hoe ingenieus ik de opklapbare achterruit vond en de gedeeltelijk neerklapbare achterbank van de coupéversie. Zoveel handigheid maakte destijds kennelijk veel indruk. Je moet er nu om lachen. Bovendien was ik geïntrigeerd door het feit dat in de Engelstalige folder een andere merknaam stond dan op de auto's in de showroom. (In Nederland heetten alle Imp-versies na 1967 Sunbeam. In het moederland werden verschillende merknamen gebruikt: Hillman voor de basismodellen, Singer voor de luxere, Sunbeam voor de sportieve varianten en Commer - in de eerste jaren - voor de bedrijfswagens.)
Na het museumbezoek besluiten we op zoek te gaan naar de pleisterplaats van de clubleden. Wie weet is er wat te zien. Een kleine inbreuk op het reisschema is overkomelijk.

 

 


HILLMAN IMP


In 1963 lanceert de Rootes Group de Imp, als tegenhanger van de Mini van concurrent British Motor Corporation. Kenmerkend is de innovatieve aluminium motor die achterin is geplaatst. Inhoud: 875 cc, vermogen 39 bhp. Voor rallydoeleinden komt later een 998 cc krachtbron beschikbaar.
Met veel steun van de overheid wordt een nieuwe fabriek gebouwd in het Schotse Linwood. In de streek heerst grote werkloosheid als gevolg van de mijnsluitingen. Er ontstaat werk voor 6000 mensen.
De Imp wordt gepresenteerd als familiewagen. Voorin is een kleine kofferbak, achter de achterbank is extra ruimte voor bagage. Die is via een opklapbare achterruit te bereiken. De start van de nieuwe auto is ongelukkig. De motor, koppeling en versnellingsbak zijn aanvankelijk niet erg betrouwbaar. De Imp lijkt nog niet uitontwikkeld als de productie start. Daarnaast is het productieproces ingewikkeld en kostbaar. Delen van de Imp komen uit de fabriek in Ryton bij Coventry, zo'n 480 kilometer van Linwood gelegen. De fabriek krijgt al snel te maken met de arbeidsonrust die in die dagen heel het Verenigd Koninkrijk treft. Al drie weken na de opening leggen de militante vakbonden de productie stil. In het eerste jaar zijn er 31 productiestops gerelateerd aan arbeidsproblematiek.
Veertien jaar blijft de Imp-serie uiteindelijk in productie. Ruim 400.000 worden ervan gemaakt, waarvan de helft in de eerste drie jaar. De aanvankelijke prognoses gingen uit van 150.000 per jaar.
In 1967 neemt Chrysler het Rootes-concern over. Eerder was Simca in Frankrijk ingelijfd. De Amerikanen willen voet aan de grond in Europa krijgen. In het kader van een rationalisatie wordt voor de export nog maar één merknaam gebruikt: Sunbeam. Het Europese avontuur heeft niet het verwachte succes. Na twaalf jaar verkoopt Chrysler zijn Europese tak aan Peugeot. De merknamen Hillman, Singer en Sunbeam worden bijgeschreven in de geschiedenisboeken.

 
 

 

Uit het archief: introductiefoto's van de Hillman Imp in 1963.

Net andersom dan bij concurrent Mini: motor achterin en bagageruimte vóór.

Publiciteitsfoto's van de Sunbeam Imp Sport bij introductie en na facelift (toen met dubbele koplampen).

Publiciteitsfoto's van de Hillman Imp Californian en de Sunbeam Stiletto.
 

Verschillende types
De anderhalve mijl blijkt naar beneden toe afgerond. Net als we denken verkeerd te zijn en willen omdraaien, zien we een bord van de Imp-club. Het verwijst naar een groot open terrein, tijdelijk ingericht als kampeerplaats. Er is een grote tent opgezet die dienst doet als eetgelegenheid. Een serie mobiele wc's wordt klaargemaakt voor gebruik. Her en der staan tenten en kampeerwagens. Verspreid over de grasvlakte zien we alle variaties op het thema Imp: de gewone tweedeurs, de coupé, de stationcar en de bestelwagen. Ook alle vier merken zijn present. Veel eigenaren hebben hun auto aangepast aan de eigen smaak, met verlaagd onderstel en sportwielen. Het zou niet mijn keus zijn geweest. Hoe origineler, hoe mooier, maar smaken verschillen. Een enkele lijkt zo uit de showroom te zijn gereden, aan de meeste is de tijd niet ongemerkt voorbij gegaan. Lopend over het terrein voelen we ons als ongenode gasten bij een familiefeestje. Dat blijkt niet nodig. Niemand vraagt wat we komen doen. Belangstelling wordt zelfs gewaardeerd. Iedereen wil best wat kwijt over zijn hobby. De eigenaar van een Britse wegenwachtauto ("It is very yellow, indeed") vertelt dat zijn werk nog geen paar weken klaar is. Er zijn veel uren in gaan zitten. De auto was allesbehalve onberispelijk toen hij 'm kocht. Dat is nu wel anders. De wagen lijkt gloednieuw; de verf is bij wijze van spreken nog nat. Hij is trots. Op zijn T-shirt prijkt een foto van zijn levenswerk.
 

Imp-liefhebbers uit alle windstreken bijeengekomen op de tijdelijke camping.

Een mooie originele Hillman Imp van de eerste serie. Alleen de extra lichtjes op de C-stijl zijn later aangebracht.

Een Hillman Imp Super MK3 met gewijzigd front en een Singer Chamois. Beide met niet-standaard sportvelgen.

Hillman Imp Super in topconditie. De Super is herkenbaar aan de sierstrip op de flanken en een sierpaneel op de motorkap.

Niet alle aanwezige auto's zien er smetteloos uit...

Een Singer Chamois Coupé, met sportievere daklijn, maar zonder opklapbare achterruit.

De Chamois heeft een namaak-grilletje dat 'm gemakkelijk onderscheidt van de Hillman.

Vooraan een Singer Chamois Sport (latere versie met dubbele koplampen), daarachter een Sunbeam Stiletto.

Deze Sunbeam is aangepast voor races: zie de rolbar en de luchtinlaten in de achterste zijruiten.

De stationcar-variant kreeg de naam Hillman Husky.

Een fraaie tweekleurige Husky toont duidelijk het verhoogde dak. Voor de achterpassagiers zijn er schuiframen.

De vloer van de laadruimte lag hoog omdat de motor eronder lag. 

Dit lijkt een Husky, maar is een bestelwagen waarin later zijruiten zijn gemaakt. 

Net voor de bijeenkomst is deze bestelwagen gereed gekomen na een grondige restauratie. 

De Imp Van werd aanvankelijk verkocht als Commer. Rechts een foto uit het AA-archief.

De achterklep liep door tot in het dak voor maximale toegankelijkheid.

Ginetta
We struinen verder over het terrein. Met rood-witte afscheidingslinten zijn vakken gemaakt. Sommige zijn nog leeg. Er komen vast nog meer gasten. We negeren de linten en lopen kris-kras op zoek naar bijzonderheden. Tussen de Imp'en staan opmerkelijke sportwagentjes. Ze lijken verdwaald, maar zijn het niet. Het uiterlijk misleidt. Onder de lage carrosserietjes huist de techniek van de Imp. Ze zijn liefdevol opgenomen in de club en welkom bij deze internationale familiereünie. Hun koetswerk is van polyester. Je kunt het zien. Het materiaal is veel minder strak dan staal. De naden tussen de carrosseriedelen zijn breder. Een aantal werd destijds, soms zelfs uitsluitend, geleverd als bouwpakket. Je schroefde dan je eigen auto in elkaar. De Ginetta G15 is een mooi voorbeeld. De auto was tussen 1968 en 1974 te koop. Motor en versnellingsbak zijn van de Imp, de voorwielophanging van de Triumph Herald. Vergeleken met de Imp zijn de wielen één maatje groter, namelijk 13 in plaats van 12 inch. Vanaf 1970 hebben de modellen grotere achterzijruiten. Een kleine 800 klanten bleken belangstelling te hebben. Hoewel de prestaties goed waren en de auto betaalbaar bleef, staken de oliecrisis en de algehele problemen binnen de Britse auto-industrie een spaak in het economisch wiel.
 

Ook Nederlanders waren met hun Ginetta G15 naar de bijeenkomst gekomen. 

Nog twee Ginetta's. Let op de verschillende vormen van de achterste zijruiten.

Clan Crusader
Een tweede buitenbeentje is de Clan Crusader, geesteskind van twee voormalige Lotus-medewerkers. Hun droom was een eigen sportwagen. Vanaf het voorjaar van 1971 maakt hun bedrijf er vijf per week. Het zelfdragende koetswerk is licht en sterk door het gebruik van kunststof. De Imp-motor brengt de 600 kilo in 13 seconden naar de honderd. De topsnelheid is meer dan 150 km/u. De pers is lovend, de klanten zijn enthousiast, maar tegen stakingen, inflatie en de introductie van de VAT (de Engelse btw) kan het bedrijf niet op. Al na twee jaar en 340 auto's valt het doek. De droom is uit elkaar gespat. Begin jaren tachtig krijgt het project een vervolg in Noord Ierland. De nieuwe onderneming houdt het vijf jaar uit. In die periode ontstaan zo'n 130 auto's. Het zijn liefhebbermodellen. Gebouwd om ook in 2017 te worden gekoesterd.
 

Clan Crusader, al 33 jaar in het bezit van de eigenaar. Dit was destijds zijn trouwauto!

De kunststof carrosserie is eenvoudig van vorm met veel rechte vlakken. Vlakke ruiten maken de auto goedkoop.


Davrian en Nymph

In opzet vergelijkbaar met de Ginetta en Clan is de Davrian: een kunststof coupeetje met techniek van de Imp, hoewel ook andere motoren geschikt waren om uit het zelfbouwpakket een auto te laten ontstaan. De eerste Davrian komt in 1963 op de weg. In dit geval houdt het bedrijf het lang vol, twintig jaar. Uiteindelijk is ook hier het faillissement onafwendbaar. Het is niet precies duidelijk hoeveel er zijn gebouwd rondom het hart van de Imp.
Dan valt het oog op een zo mogelijk nog merkwaardiger wagentje, een cabriolet zonder deuren. Het kan niet anders dan dat de achterin geplaatste motor van een Imp is. De eigenaar is graag bereid die nieuwsgierige Hollanders bij te praten. Het gaat om een Nymph uit 1975, één van de twee prototypen, op basis van een Chamois uit 1964. De geestelijke vaders zijn Peter Bohanna en Robin Stables, wat leidt tot de merknaam BS. De officiële papieren van de auto vermelden als merk evenwel Singer. Type: Chamois. Uitvoering: Convertible. De eigenaar vindt dat wel mooi. Wie kan immers zeggen officieel een Singer Chamois Convertible te hebben?
 

Davrian Mark VI, gerestaureerd na 32 jaar opgeslagen te zijn geweest. 

Nog een Davrian, sterk afwijkend van het model hierboven.

Mooi? Ach over smaak valt niet te twisten. 

Eeuwig zonde
Chrysler UK had het plan er 4000 per jaar te laten maken en via de reguliere dealers aan te bieden. Ongeveer tegelijkertijd met de lancering besloot het moederbedrijf in Amerika echter de productie van de Imp te staken. Meer dan 42 werden het er daardoor niet. Eeuwig zonde, vindt onze gesprekspartner. Samen met zijn vrouw is hij naar deze bijeenkomst gereden en op de snelweg kon hij prima meekomen. Eigenlijk is er geen fijnere auto om mee te toeren. Hij prijst 'm aan alsof hij 'm wil verkopen, terwijl dat wel het laatste is. Als liefde blind maakt, is deze man hopeloos verliefd. Hij wijst op de robuustheid van de carrosserie, die er inderdaad nog goed uitziet voor de leeftijd. De uitnodiging afslaan om zelf plaats te nemen achter het stuur, zou een grove belediging zijn. Waarom zou je deze vriendelijke Brit willen beledigen? En dus slepen mijn benen zich over de hoge drempel. Toegegeven, het zit niet slecht. Gewoon, als in een open Imp.
 

De Nymph op basis van Imp-techniek. Dit is één van de twee prototypen.

Chrysler UK wilde er 4000 per jaar van maken. Het werden er 42 in totaal.

Het zou wel erg onbeleefd zijn om de uitnodiging af te slaan eens even plaats te nemen.

Even verderop staat nog een Nymph. Het afdakje was een vooruitziende blik. Even later ging het gieten.
 

Opknapwerk
Hoewel alle ogen vandaag op de Imp zijn gericht, sluiten we ze niet voor ander moois. Er zijn wat verdwaalde feestgangers. Een rode Hillman Minx Convertible bijvoorbeeld. Die zit strak in de lak. De huidige eigenaar heeft 'm zo gekocht, een kwart eeuw geleden. De auto komt uit Amerika. Hij is omgebouwd naar rechts stuur. Omdat de meters in het midden van het dashboard zitten, is zo'n ingreep relatief eenvoudig. Een Minx Super Estate, een paar tenten verder, heeft nog wel wat uurtjes opknapwerk nodig. Die ziet er vast bij een volgende reünie beter uit. Een écht vreemde eend in de bijt (de Minx'en zijn tenslotte nog wel familie van de Imp) is een Morris 1300 MK II. Hij staat ergens in een hoekje, alsof hij er eigenlijk niet bijhoort. Zelfkennis siert de mens en zijn auto!
Inmiddels heeft de zon tijdens onze ontdekkingstocht plaatsgemaakt voor dreigende donkere wolken. Alle reden om terug naar de eigen auto te gaan, aan de andere kant van het terrein. Bovendien hebben we nog wel wat mijlen voor de boeg. Het is een middag met een bijzonder tintje geworden. En dat allemaal door een T-shirt met een auto. Vandaar deze oproep aan alle clubleden van welk merk dan ook: laat duidelijk zien als er ergens een bijeenkomst is. Wij komen graag even kijken.

 

Een mooie Hillman Minx Convertible.

De auto is in Amerika verkocht en later teruggehaald naar Europa.

Aan de Hillman Super Minx Estate is nog wel wat te klussen.

Om door een ringetje te halen, deze Morris 1300, maar wat doet zo'n auto hier?

Een paar dagen later stond deze Chamois bij Sissinghurst Castle. Het clublid wilde ook de tuinen wel eens bewonderen.


 

Alle Imp-varianten in een Nederlands foldertje van 1968. Hieronder het aanbod en de namen in het moederland.

 

 

Modellen en bouwjaren

 

 
 

 

 

 
 

2-deurs

 

 
 

Hillman Imp

1963-1965 en 1969-1976

 
 

Hillman Imp de luxe

1963-1976

 
 

Hillman Super Imp

1965-1976

 
 

Singer Chamois

1964-1970

 
 

Singer Chamois Sport

1966-1970

 
 

Sunbeam Imp Sport

1967-1976  (na 1973 Sunbeam Sport)

 
 

 

 

 
 

coupé

 

 
 

Hillman Imp Californian

1966-1970

 
 

Singer Chamois Coupé

1967-1970

 
 

Sunbeam Stiletto

1967-1972

 
 

 

 

 
 

stationcar / bestelwagen

 

 
 

Hillman Husky

1967-1970

 
 

Commer Imp Van

1965-1970  (na 1968 Hillman Imp Van)

 
 

 

 

 
 

 

 

 


 

 

 

  Bekijk ook:

 

 

Wat rest is een historische façade

Historie van de Schotse auto-industrie
naar aanleiding van een bezoek aan een
oude, historische fabriek.

augustus 2014 - aanvulling februari 2017

 

Hoe dan ook een bezienswaardigheid
 
Liefhebber Chris Booth heeft een fraaie collectie
Morgan-driewielers. Ze staan opgeslagen in een schuur
achter zijn huis die hij zelf een museum noemt.  

augustus 2017