Motorworld / Klassikstadt

Keulen / Frankfurt (D)  


●  Centra rond bijzondere auto's
  Keulen nog lang niet klaar
  Frankfurt verder uitgebreid
  Showrooms van dure merken
  Garage voor Bizzarrini's
 
 
november 2018
 

  


Voor alledaagse auto's moet je hier niet zijn  
 

De formule heeft zich afgelopen jaren als een olievlek over Duitsland uitgebreid: bedrijfsverzamelgebouwen waar dure, klassieke en exotische auto’s te koop zijn en worden onderhouden, aangevuld met specialistische bedrijven voor restauratie en onderdelen. Er zijn verschillende bedrijfsnamen, vaak met meerdere vestigingen. In Keulen werd deze zomer een Motorworld geopend, in Frankfurt is sinds acht jaar een Klassikstadt gevestigd. We gingen voor het eerst en opnieuw een kijkje nemen.   
 


Motorworld Köln

Donderdagmorgen, acht uur. Rondom Motorworld wordt hard gewerkt. Bouwkranen bepalen het beeld, bulldozers het geluid. Aan de noordwest kant van Keulen ontstaat een hele nieuwe woonwijk met appartementen. Ze kijken straks uit op het autopaleis. Dat ‘straks’ heeft een dubbele betekenis, want het duurt nog wel even voor de huizen bewoond kunnen worden, maar Motorworld is ook nog lang niet klaar. Het mag dan deze zomer geopend zijn en de foto’s van het openingsfeest mogen de indruk wekken van een grootse start, de werkelijkheid is anders. Zelfs de parkeerplaats is nog niet klaar. Met autobanden en rood-witte bordjes is één van de doorgangen afgesloten. Het asfalt behoeft op sommige plaatsen nog een tweede laag. De slagbomen staan er al (je moet er straks dus gaan betalen), maar ze staan nog omhoog. Verkeersregelaars moeten ervoor zorgen dat het verkeer van de bouw en van bezoekers niet in de knoop raakt. We worden gedirigeerd naar de achterzijde van het gebouw, waar we de auto moeiteloos kwijt kunnen.
Om bezoekers direct in de sfeer te brengen, staat een oude regiewagen van de omroep op de stoep. Het is een Mercedes-Benz met een opbouw van Kässbohrer, het bedrijf dat we beter kennen als bussenbouwer. Bouwjaar: 1960.
 

Motorworld is nog niet af; de omgeving is één groot bouwproject.

Een oude televisiewagen, met carrosserie van Kässbohrer.

Bentley
We gaan naar binnen bij de 4Takt Hangar. De Keulse dealer van Bentley en Lamborghini heeft al zijn intrek genomen. Op de stoep schreeuwt een knalgele Lamborghini Urus om aandacht, binnen staat een rijtje Bentayga’s op klanten te wachten. SUV is de mode, dat is wel duidelijk. Dat niet alleen de aanschaf van dergelijke auto’s een smak geld kost, maar ook het onderhoud, bewijst de aanbieding van een setje winterbanden met velgen. Voor een Bentley ben je dan al bijna tienduizend euro kwijt. Dat is voor veel mensen toch een serieuze hoeveelheid geld. Maar als er één wereld is die de maatschappelijke verschillen zichtbaar maakt, is het de autowereld wel. Extremen zijn van alle tijd. In de hal bij de dealer staat een monster van een auto. De radiatormascotte trekt een lange neus naar alle voorbijgangers. In een chassis van een Rolls-Royce Phantom II van 1930 is een twaalfcilinder Satis-vliegtuigmotor van 1918 gehangen. Cilinderinhoud 27 liter, vermogen 550 pk bij 1600 toeren per minuut. Er gaat 30 liter olie en 70 liter koelwater in. Het gevaarte kan een topsnelheid van 200 bereiken. Van een ontmoeting met een dergelijke gekkigheid sta je in Motorworld niet te kijken. Mogelijk is er nog één gebouwd, maar daar is het dan wel bij gebleven.
 

De dealer van Lamborghini en Bentley heeft zijn intrek genomen.

Een auto met een vliegtuigmotor: 27 liter, 550 pk.

Een lange neus voor alle tegenstanders in de race.

Adler
We verwachten veel meer bijzonders te zien bij bedrijven die klassiekers te koop aanbieden. Een rondgang door Motorworld in Böblingen bij Stuttgart, in maart 2015, had trekjes van een museumbezoek. Dat gevoel krijgen we hier niet. Eén aanbieder heeft een halve hal met louter Porsches, een andere met over het algemeen geen opzienbarende modellen. Het meest bijzonder is nog een oude Fiat 1500 uit 1967. Vraagprijs: een kleine 15.000 euro! De glazen boxen waar eigenaren hun bijzondere auto kunnen stallen zodat anderen er ook plezier aan kunnen beleven, zijn nog lang niet allemaal verhuurd. De Bentley/Lamborghini-dealer gebruikt ze als opslagruime voor nieuwe auto’s. Aan de bedrijfspanden waar andere aanbieders moeten komen, wordt nog volop gewerkt. Een paar instructielokalen zijn wel al klaar. We komen terecht tussen een groep mannen die hun eerste koffiepauze gebruiken om hun telefoons te bekijken, even met de zaak te bellen en met elkaar de inhoud van de ochtend te bespreken. Ze doen dat rond een bijzonder opgeknapte Adler uit 1907. Bij de restauratie zijn carrosserie en spatborden niet gespoten, maar geschilderd. Je kunt het zien. Vermoedelijk is dit een veel betere benadering van het origineel dan wanneer de spuit eraan te pas was gekomen.
 

De grote ruimte is nog niet af en voelt leeg aan, hoewel dat feitelijk niet helemaal zo is.

De auto's uit onze jeugd zijn nu geld waard: Fiat 1500 en Citroën DS. Vraagprijs: 14.900 en 42.500 euro.

Voor deze Heinkel moet je een kleine 30.000 euro neertellen om 'm te mogen meenemen.

Porsches te kust en te keur.

De 911 is een razend populaire opkomende klassieker.

Sommige formules maken gebruik van oude gebouwen; dit gebouw is nieuw neergezet.

Mooi gerestaureerd, deze Adler: geschilderd en niet gespoten.

De viercilinder Adler 30/40 PS is van 1907.

Schumacher
Onze planning was een uur of twee, twee-en-een-half te blijven, maar het plan voor de dag wordt ter plekke bijgesteld. Zelfs de mooi ingerichte tentoonstelling rond racelegende Michael Schumacher – met een aantal racewagens, een karrevracht aan prijzen, vele originele overalls, helmen en andere persoonlijke bezittingen – houdt ons niet al die tijd hier. We hebben inmiddels wel geleerd dat je in zo’n modern racepak 35 seconden bent beschermd tegen 850 graden Celsius, dat de temperatuur tijdens een race oploopt tot 60 graden en dat een coureur in een wedstrijd wel vier liter vocht verliest. Ongetwijfeld kan dit een publiekstrekker worden, mits de omgeving uitnodigender is. Motorworld Köln is open, maar nog niet af. We hadden beter een jaartje kunnen wachten.

 

Voor raceliefhebbers is de expositie over Schumacher vast indrukwekkend.

Vitrines vol originele overalls en prijzen.

Het terrein was vroeger een vliegveld (onder meer voor Zeppelins). Borden aan de muur herinneren hieraan.

Als Motorworld straks af is, is dit ongewijfeld een mooi hoekje. Nu ligt het er nog verlaten bij in een uithoek.
 

Klassikstadt Frankfurt

Hoe je autoliefhebbers wel een paar uur aan je kunt binden, toont Klassikstadt in Frankfurt de volgende dag. In april 2011 waren we er al eens, een half jaar na de opening. Een bijzondere Jensen, onderaan de trap, komt als herinnering boven. Hij was zo anders dan de andere aangeboden klassiekers dat we het nu nog weten.
Al bij het oprijden van de parkeerplaats voelt het vertrouwd. De opzet is gelijk gebleven, het sfeervolle café-restaurant zit nog op dezelfde plaats en voor de deur staat nog altijd een oude tractor van Porsche. Nieuw is een grote glazen vitrine met daarin een Porsche 356. Het effect is altijd leuk, maar verrassend is het niet. In de parkeergarage van het Mercedes-museum in Stuttgart en in de tuinen van Autostadt hebben we dergelijk ingepakte auto’s eerder gezien. We zijn verder niet verbaasd over een Rolls-Royce en een paar Ferrari’s op het parkeerterrein. Net als in Keulen heeft de verkoper van Lamborghini zijn zaak in het verzamelcomplex gevestigd. Ook McLaren laat de potentiële klanten naar deze locatie komen om eens nader kennis te maken. Voor de verkoop van Bugatti is zelfs een afzonderlijk gebouwtje ingericht, met lichtreclame op de gevel. Binnen staat echter ‘slechts’ een Veyron. De showrooms van deze exclusieve merken zijn niet groot of luxe, zoals je misschien zou verwachten. Ze maken zoals alle bedrijven onderdeel uit van de voormalige fabriek. De fabriek voor landbouwmachines van Mayfahrt, om precies te zijn, gebouwd in 1910. Toch passen de dure merken hier. Dit is duidelijk een auto-omgeving. Je ruikt de olie al als je binnenkomt. Je ziet mannen in overalls, bezig om oude auto’s met respect aan een nieuw leven te helpen. Verschillende gespecialiseerde bedrijven presenteren zich. De ene onderneming richt zich op revisie van de techniek, de andere is specialist in bekledingsstoffen. Een derde heeft een mooi concept voor een ondergrondse garage om te laten zien.
 

Het gebouw komt meteen bekend over.

Een Porsche 356 in de vitrine en een Chevrolet Corvette voor een van de werkplaatsen.

Van wat Ferrari's of een Rolls-Royce sta je hier niet te kijken.

Autobedrijf Schad is gespecialiseerd in onderhoud van klassieke Mercedessen.

Aan deze Mercedes-Benz 300 'Adenauer' wordt gewerkt. De doeken beschermen de carrosserie.

Een Mercedes-Benz 220 cabriolet staat voor de garage.

Dergelijke Mercedessen kom je in de garage van de dealer niet gauw tegen.

Dit bedrijf is gespecialiseerd in bekledingsstoffen.

Pyritz
Bij binnenkomst worden we rechts van de voordeur woordloos begroet door een oude Fiat 1100 bestelwagen, een rijdende reclamezuil voor het koffiemerk Lavazza uit Turijn; kan het Italiaanser? Daartegenover staan twee chique Rolls-Royces; kan het Britser? Alle drie zijn in voorbeeldige staat; kan het Duitser? De Engelse auto’s staan te koop. Voor 139.000 euro rijd je de Phantom V naar huis of vraag je de chauffeur dat te doen. Voor de 20hp (bouwjaar 1927, met schuifdak!) ben je net geen ton kwijt. Op de eerste etage biedt handelaar Pyritz nog veel meer aan, van een Boursaud – een merk dat nooit verder is gekomen dan drie auto’s – uit 1899 voor een prijs van 85.000 euro tot een schitterende Horch 470 voor 339.000 euro en van een Maserati Ghibli tot Mercedessen 190SL. Kijken staat vrij, maar fotograferen is niet toegestaan. Er zijn kapers op de kust die met het plaatsen van foto’s op sociale media de handel lastig maken, luidt de verklaring van de verder niet onvriendelijke verkoper. Helemaal duidelijk wordt het niet, want het bedrijf zet de auto's uitgebreid op de eigen website. Niettemin respecteren we uiteraard het verbod. Gelukkig maken andere bedrijven geen bezwaar. Pyritz laat zien dat het opknappen van zo’n oudje nog niet altijd zo gemakkelijk is. Bij een Citroën 2CV Charleston, zo’n luxe tweekleurige Eend waarvoor je tegenwoordig zo’n 18.000 euro moet neertellen, is het niet helemaal goed gegaan. Deuren en achterspatborden zijn afzonderlijk gespoten. Terwijl de achterspatborden zo glad zijn als een spiegel, is het oppervlak van de deuren net wat minder effen. Het is allebei netjes gedaan, maar naast elkaar zie je het verschil.

Pyritz verbiedt om foto's te maken, maar zet het aanbod wel op de eigen website: www.pyritz-classics.de

Kan het smaakvoller Italiaanser? Een Fiat 1100 bestelwagen voor koffie.

De achterlichten zijn van een veel jongere Fiat 1100.

Originele documenten en stickers op de voorruit geven extra cachet aan het geheel.

Twee keer een Rolls-Royce met klassieke lijnen: kan het Britser?

De Phantom kost 139.000 euro, de 20hp nog geen ton. Een koopje...

Onmiskenbaar Rolls-Royce. Uit 1927 dus met rode letters op de radiator.

Lamborghini
Bij Lamborghini-dealer Dörr Automobili heeft zich inmiddels een gegadigde voor een proefrit gemeld. Het starten van de motor is voor de echte adepten een adrenaline verhogende sensatie. In zo’n oud fabrieksgebouw klinkt het alsof een straaljager wordt gestart. Omzichtig rijdt de verkoper de sportbolide door de smalle gangen naar buiten, paaltjes en andere obstakels behendig omzeilend. Dat doet hij vaker. Denk niet dat het vervolgens een kwestie is van ‘hier zijn de sleutels, succes ermee’. Er volgt een uitgebreide uitleg van wel een half uur. Pas dan kunnen vader en meegekomen zoon – met een jaar of tien al even enthousiast – zelf een rondje Frankfurt doen. Het is begrijpelijk. Een gebruikte Aventador moet nog altijd 350.000 euro opbrengen en voor een tweedehands Huracán betaal je toch ook nog gauw een kleine twee ton. Het wegrijden gaat bepaald niet geruisloos. Toch kijkt niemand in de verschillende werkplaatsen van Klassikstadt op van zijn werk als de opvallende auto het terrein afrijdt. Ach, hoe bijzonder is een Lamborghini nou eenmaal? Voor Dörr is het gewoon business. Het bedrijf vertegenwoordigt ook het Britse edelmerk McLaren, waarvan het onder meer de 720S in de showroom heeft staan. In Duitsland is de vanaf-prijs een kwart miljoen, bij ons moet je vijftig briefjes van honderd extra meebrengen. Maar niemand koopt natuurlijk een basisuitvoering. De auto zoals hier in de showroom in Frankfort kost bijna 320.000 euro. Dan zit er wel alles op en aan en kun je beschikken over 721 pk. Met de vierliter V8 zit je in 2,9 seconden op 100 km/u en in 7,8 op 200. Pas bij 341 km/u gaat de snelheidsmeter niet verder omhoog (of letterlijk: de wijzer niet verder naar beneden).
 

In Klassikstadt is ook de regionale Lamborghini-dealer gevestigd.

Voorzichtig wordt de auto naar buiten gereden door de smalle ganger. Rechts: bezoekers hebben een eigen parkeerplaats. 

Geen super de luxe werkplaats en toch past het dure merk hier.

Ook het exclusieve merk McLaren heeft hier zijn showroom. Niet heel luxe, wel passend.

Het huidige topmodel voor gewoon straatverkeer, de 720S.

Buiten staat een auto klaar voor een proefritje.

Alpine
Wie sportieve aspiraties heeft maar een beduidend minder dikke beurs, kan terecht bij de dealer van het opnieuw tot leven gewekte merk Alpine. De showroom is net als bij de dure merken eerder functioneel dan sfeervol. Er kunnen een paar auto’s naast elkaar staan. De rest staat in de gang. Het nieuwe model pakt wat uiterlijk betreft de draad van decennia terug weer op. Ter vergelijking is een oude A110 neergezet, net als de nieuwe auto’s in de Franse racekleur blauw. Zoals bij alle retro-modellen valt op hoezeer auto’s zijn gegroeid in tientallen jaren. En dat terwijl de nieuwe Alpine toch bepaald geen wegreus is. Rond elf uur lijkt de verkoper niet voor niets naar zijn werk te zijn gekomen. Een echtpaar toont serieuze belangstelling en laat zich graag alle details van de sportwagen uitleggen.
Het leuke van Klassikstadt en soortgenoten is, dat met evenveel trots even verderop in de gang een Renault 4 wordt aangeboden, of een VW-Porsche 914 die eerder in Amerika heeft gereden, te oordelen naar de dikke bumpers. Het aanbod is gevarieerd. Wie altijd al een Alfa Romeo Spider heeft willen hebben, kan hier kiezen tussen de originele versie met afgeplatte achterkant of een latere.
 

Bij de Alpine-dealer staan enkele exemplaren van het nieuwe model.

Naast de nieuwe auto's staat een oude A110. Bij het ontwerp van de nieuwe is goed naar de oude gekeken.

Hoewel de meeste auto's hier blauw zijn, kun je natuurlijk ook kiezen voor een andere kleur.

De Renault 4GTL lijkt splinternieuw, maar heeft 117.000 km gelopen. Vraagprijs: net geen 8000 euro.

Deze VW-Porsche 914 is aan de bumpers duidelijk herkenbaar als afkomstig uit Amerika.

De eerste uitvoering van de Alfa Romeo Spider is hier te koop.

Een Honda S600, voorloper van de destijds bij ons ook leverbare S800.

Mopetta
In centra als deze kom je af en toe onverwacht hele opmerkelijke auto’s tegen, waarbij het woord ‘auto’ soms aanhalingstekens verdient. Bij een gespecialiseerde fietsenhandelaar (die is hier ook!) zien we achterin de zaak een Brütsch Mopetta. Je moet weten hoe bijzonder dit is om er niet achteloos aan voorbij te lopen. De vraag of we even van dichtbij mogen kijken, wordt met een hartelijke uitnodiging beantwoord. We kennen het wagentje uit de boeken, maar hier staat-ie in het echt. “Waarschijnlijk weet u er dan meer van dan ik”, lacht de fietsenhandelaar. De Mopetta is er één uit een serie van in totaal 14, tussen 1956 en 1958 gemaakt. De driewieler heeft een motortje van 50cc en een kunststof carrosserie. Sommige bronnen beweren dat er maar vijf van over zijn, andere komen tot een paar meer. Veel zijn het er in elk geval niet. Zeg nou zelf, zo’n onverwachte ontdekking is toch eigenlijk veel leuker dan al die dure sportwagens van net?
Er is een reden dat het wagentje hier staat. Destijds was de zakenman Georg von Opel, kleinzoon van Adam Opel en een grote Opel-dealer in Frankfurt, zeer geďnteresseerd in het ontwerp van Egon Brütsch. Hij had het idee er 100.000 te laten maken om ze te verkopen als Opelit, de naam van de firma die hij in 1947 had opgericht. Hij investeerde in de ontwikkeling maar trok zich op het laatste moment terug. In 2015 besloot Gregor von Opel, achterkleinzoon van Adam, een nieuw fietsenmerk te introduceren: Opelit. Daarmee pakt hij de historische draad van net voor de oorlog weer op, toen Opel besloot de fietsenfabricage te stoppen. Die exclusieve fietsen zijn te koop via internet en via één winkel: hier in Klassikstadt.
 

 Je zou er zomaar aan voorbij lopen: de Mopetta. Voor zover bekend zijn er nog maar 5 van de 14 overgebleven.

Aan de wand hangt een bord met uitleg en historische beelden.

 Het oude merk Opelit is nieuw leven ingeblazen. Geen kleine driewieler, maar fietsen.

Bizzarrini
Er is nog zo’n verrassend moment als we een soort showroom tegenkomen waar met grote letters Bizzarrini op de ruiten is gezet. Achter het glas staan verschillende sportwagens van het merk. We zien ook het raamwerk van buizen waaromheen de carrosserie komt, daarboven hangt een onafgewerkt koetswerk. Op een schildersezel staat een ingelijste affiche uit 2014 met de verschillende modellen die het merk ooit heeft gemaakt. Over het hoe en waarom van de showroom worden we niet veel wijzer. Waarschijnlijk gaat het hier om een specialist die zich bekommert om onderhoud en service. Het is wel een mooie aanleiding de geschiedenis even op te halen. Giotto Bizzarrini (1926) werkte als ingenieur bij Alfa Romeo tussen 1954 en 1957, waarna hij overstapte naar Ferrari. Daar bleef hij tot hij in 1961 aan de kant werd gezet. In die paar jaar werkte hij onder meer mee aan de ontwikkeling van de beroemde 250GTO. Samen met ontwerper Giugiaro schiep hij vervolgens voor Iso de Rivolta en Grifo voordat hij in 1964 sportwagens onder eigen naam ging maken. Meer dan zo’n 140 werden het er niet; in 1969 ging het bedrijf door financiële perikelen ten onder. Eind vorige eeuw werd geprobeerd het merk nieuw leven in te blazen. Zo'n moderne Bizzarrini staat er ook, helemaal rechts achter het glas.
 

Een showroom met modellen van Bizzarrini. Het wat en hoe blijft onduidelijk.

Links de 5300GT Corsa, rechts de 538.

De Europa 1900GT.

Links het buizenframe van een Bizzarrini, rechts de carrosserie.

Dodge
Waar de glazen stallingen in Keulen gisteren weinig opzienbarends lieten zien, komen we hier wel enkele bijzonderheden tegen. Er zijn negentig boxen. Daarin onder meer een paar klassieke Mercedessen, een fraaie Wanderer en zelfs een Bugatti. Maar het is weer een veel minder kostbare auto die dan het leukst is: een Dodge Lancer 770 uit 1961, een broertje van de bekendere Plymouth Valiant. Meestal kom je de vierdeursversie tegen, maar dit is een tweedeurs hardtop. De eigenaar is nog op zoek naar een origineel motorkapembleem, meldt een briefje bij de auto. Dus wie in zijn schuur of op zolder nog wat heeft liggen...
Na een laatste rondje over de verdiepingen gaan we weer op pad. We willen nog meer oude auto's bekijken vandaag. Weer heel andere. Een volgende bestemming staat op het programma: het Fahrzeugmuseum in Suhl.
De hernieuwde kennismaking was een succes. Eerder vanochtend hebben we al kunnen vaststellen dat die Werkskantine uitstekende koffie schenkt. Het uitzicht was passend: een oude Mercedes in de werkplaats. Uiteraard was het een waardevol klassiek model. Voor alledaagse auto’s moet je hier immers niet zijn.
 

Op de bovenste etages zijn glazen boxen gebouwd die worden verhuurd. In de gangen staat af en toe een auto te koop.

Particulieren stallen hier hun auto's en anderen hebben er zo ook plezier van. 

Geen alledaagse liefhebbersauto's: een Bugatti en een Wanderer.

Dodge Lancer 770 (1961): een zeldzame verschijning, zeker als tweedeurs hardtop.

Op het bordje de oproep voor het ornament voorop de motorkap.

Een toepasselijke naam voor het restaurant: die Werkskantine.

Foto's aan de muur verwijzen naar historische races.

Vanuit het café-restaurant heb je zicht op de werkplaats. Wat wil een liefhebber nog meer?