Opel Museum

Tijnje (NL)



 
●  Verzamelaar van oude Opels
●  Opknappen als levenswerk
●  Nadruk op de jaren '50, '60 en '70
●  Nog niet alles is klaar
●  Olympia-Rekords uit de jaren '50


mei 2008

 


 

  


Het levenswerk van een gepassioneerd sleutelaar


Voor sommige mensen is een hobby veel meer dan een eenvoudige vrijetijdsbesteding. Het is een onlosmakelijk deel van het alledaagse leven geworden waarin veel tijd, geld en energie wordt gestoken. Zo’n hobby is het Opel-museum in het Friese Tijnje, op het platteland tussen Heerenveen en Drachten. Je vindt er een opmerkelijke collectie die de hand van de meester verraadt.

Zaterdagmiddag, één uur. Een donkerrode Chrysler Voyager draait de parkeerplaats op van het 1e Ned. Opel Automuseum Tijnje, zoals op de gevel van het nieuwe bedrijfsgebouw staat. Zoals elke zaterdag- en zondagmiddag arriveren Meindert van Wijk en zijn vrouw Gonnie bij het museum. Hún museum. De deur gaat open en witte plastic tuinstoelen worden uitnodigend buiten gezet. Daarboven een Opel-parasol. Door de week is er het werk in het bedrijf, in de weekendmiddagen is dit de thuisbasis. Alleen tijdens de vier wintermaanden zijn ze er niet. Dan blijft het museum dicht en nemen Meindert en zijn vrouw even afstand van de oude auto’s en bijkomende materialen. Maar wat heet afstand nemen? De betrokkenheid gaat nooit weg. Dit is hun levenswerk. Elk vrij uurtje is opgegaan aan het bijeenbrengen en opknappen van oude Opels. Meindert is verzamelaar en sleutelaar, oprichter en eigenaar van dit bijzondere museum met zijn wonderlijke collectie. Een ander mens verzamelt postzegels of klust in het huis. Dit is zijn passie.
 

Aan de rand van het dorp staat de grote hal met daarachter het autobedrijf van Van Wijk.

De tuinstoelen en de parasol staan model voor de gastvrije ontvangst.

Propvol
Het gebouw staat propvol, van puntgaaf gerestaureerde exemplaren in concours-staat tot halve of hele wrakken. Soms is de buitenkant al helemaal klaar, maar wacht de binnenkant op verdere aankleding. De voltooiing van het project nadert, geeft een verklarend bordje aan. Maar het slotakkoord duurt soms langer dan de tekst suggereert. “Bij die Opel Kapitän staat het er al vijftien jaar”, zegt zijn vrouw relativerend. Zij heeft alle inspanningen al die jaren gevolgd en is in de loop der tijd minstens zo enthousiast geworden. Net zo gemakkelijk als haar man praat ze over de verschillende typen en modellen. “Een uit de hand gelopen hobby”, lacht ze. Vlak achter de ingang is een kamer met rijen boeken en stapels tijdschriften. “Mijn bibliotheek”, geeft ze aan. Er verschijnt geen boek over Opel of een exemplaar gaat naar Tijnje. Aan de boekenplank en een aantal miniatuurmodellen te oordelen, hebben ze ook een zwak voor de Ford Mustang. Door een ernstige ziekte kan Van Wijk helaas nu alleen nog met krukken en een invalidenwagentje uit de voeten. Het enthousiasme heeft er niet door geleden. Iedere bezoeker krijgt tekst en uitleg.
 

De nadruk ligt op naoorlogse personenwagens van het merk.

Een vooroorlogs model en de Opel Blitz vrachtwagen staan er wat verloren bij.

Verdwaald tussen de Opels: een Daf 55 Coupé en Chevrolet Impala.


Autobranche

Meindert Van Wijk zat als monteur in de autobranche. Hij begon in de vrije tijd met het opknappen van een oude auto. Het bleef er niet bij één. Het werden er steeds meer. Min of meer toevallig werd Opel zijn specialisatie. Een merk voor de gewone man. Dat past wel bij hem. Geen kouwe drukte. Hobby en werk lagen in elkaars verlengde. Hij verwierf een eigen zaak. Autobedrijf Van Wijk ligt pal achter het museum. Verwacht in Tijnje geen groots dealerbedrijf met een prachtige showroom. Onderhoud en de verkoop van tweedehands modellen is de basis van de bedrijvigheid. Het bedrijf verricht voor de wijde omgeving de APK-keuringen. Naast de eigenaar en zijn vrouw zijn er twee personeelsleden. Eén ervan is al 34 jaar in dienst. “Als een lid van de familie”, aldus Gonnie van Wijk.
 

De Olympia's van de periode rond de Tweede Wereldoorlog. 


Bedrijfshal

De verzameling opgeknapte en onder handen zijnde auto’s groeide in de loop der jaren gestaag. De één was nog niet klaar of er kwam een volgende. Ze stonden her en der opgeslagen. Van Wijk nam vervolgens een bedrijfshal over en zette al zijn auto’s bij elkaar. Andere liefhebbers kregen de kans van zijn levenswerk mee te genieten. Het eerste “museum” was geboren. Omdat de ruimte volstrekt onvoldoende was, werd drie jaar geleden een nieuw onderkomen betrokken. Speciaal voor dit doel neergezet. “Ach, een hobby mag geld kosten”.
Letterlijk alles wat met zijn liefhebberij te maken heeft, is in de hal bijeengebracht. Achterin is een magazijn met onderdelen van oude modellen. Vaak zitten ze nog in de originele verpakking. Menig Opel-knutselaar weet de weg naar het Friese dorp te vinden. Voor het antwoord op de vraag of een onderdeel voorradig is, heeft Van Wijk geen computerprogramma nodig. Uit het hoofd weet hij te melden welke sierstrips, wieldoppen of carterpluggen voor welk bouwjaar hij nog heeft liggen. Van elke naoorlogse Opel kent hij de technische details. Zijn vrouw weet inmiddels ook aardig de weg in de voorraad. Ze staat speurders te woord, maar heeft naar eigen zeggen geen flauw idee hoe een onderdeel er uitziet en waar het toe dient.
 

Opel Olympia Rekord modeljaar 1955 als "Cabrio-Limousine", zoals de Duitsers dat noemen.

Modeljaar 1956 wijkt duidelijk af. De vèrstralers en koplampoverkapping zijn niet standaard.

Modeljaar 1957 had een duidelijk strakkere lijn met aangepaste spatborden en weer een andere grille. 

Ook de achterspatborden werden doorgetrokken, wat leidde tot een veel moderner uitstraling.

Interieurs van de modellen uit 1955 en 1956. Het stuurwiel rechts is een luxe variant, niet het standaard model.


Meer en grotere foto's van deze Opels

Productiejaren, -aantallen en modellen alle typen Opel Rekord

Nadruk
Hoewel de oudste modellen uit de jaren dertig stammen, ligt de nadruk op de jaren vijftig, zestig en zeventig. “Gewoon omdat we die het leukste vinden”. Direct na binnenkomst, voorbij de vitrines met modelauto’s, staan vier modellen van de Opel Olympia Rekord te glimmen. Modeljaren ’54, ’55, ’56 en ’57. De Amerikaanse mode om auto’s elk jaar te wijzigen en zo de vraag naar wat nieuws op peil te houden, was de oceaan overgewaaid. De basisvorm en -opzet bleef gelijk, maar aan voor- en achterkant zijn de jaargangen gemakkelijk van elkaar te onderscheiden. Het interieur veranderde hoegenaamd niet. Het model uit 1955 is een wat de Duitsers noemen cabriolimousine met linnen dak. Het type uit 1957 mist nog de deurbekleding en de claxonknop midden op het stuur.
In zijn werkvoorraad heeft Van Wijk nog een Olympia (dus zonder toevoeging Rekord) uit 1956, een eenvoudiger uitvoering zonder chroomrandjes en daardoor gemakkelijker te restaureren. Alleen de plaat tussen bumper en carrosserie is doorgeroest en vereist vervanging, legt hij uit. De benaming Olympia stamt nog van vóór de oorlog en verwijst naar de Olympische Spelen in Berlijn in 1936. Een speciaal vignet is terug te vinden op de grille van een exemplaar uit die tijd.
 

Links de Opel Rekord P1 uit 1957 en rechts de opvolger P2 van drie jaar later.

De Rekord A (hier als Coupé) en de B (herkenbaar aan de rechthoekige koplampen) kwamen in 1963 resp. 1965.

Links de Rekord C (1966) en rechts de D (1971), die ook wel als Rekord II in de boeken staat. 

Modelserie
Verderop staan jongere Rekords, die toch ook al een halve of kwart eeuw achter zich hebben liggen. De ontwikkeling van de modelserie is prachtig te volgen. Tot diep in de jaren zestig is de invloed van Amerikaanse vormgevers merkbaar. Moederbedrijf General Motors drukt zijn stempel op de Duitse dochter. Opmerkelijke stijlelementen bij model P1 van 1957 zijn de panoramische ruiten en de geknikte sierstrip op de flanken.
Van sommige modellen heeft de verzamelaar een exclusieve uitvoering op de kop weten te tikken. Type A van 1963 is aanwezig in de vorm van de Coupé. Het luxere broertje van de Rekord, de Commodore, is natuurlijk ook aanwezig. Een mooie coupé staat te pronken, maar een vierdeurs is niet helemaal compleet: de motorkap ontbreekt. “De wind sloeg eronder bij het transport, maar geen nood, ik heb nog wel ergens een motorkap liggen”, aldus Van Wijk. Wanneer die wordt gemonteerd, blijft onduidelijk.
Sommige klussen vergen zeker méér werk. Bij de voorraad ‘wrakken’ staat nog voor tientallen mensjaren werk. Op een enkel model staat het bordje ‘Te koop’. Echt serieus is dat niet, vertrouwt Gonnie me toe. Afscheid nemen van zijn aanwinsten kan Meindert eigenlijk niet.
 

Opel Kapitän van 1939, met duidelijke trekken van een Amerikaan.

Modeljaren 1958 en 1960 van de Kapitän, met een omslag van rond naar hoekig.

Twee modernere 'klassiekers': de Opel Manta A (1970) en Commodore GS/E (1975).

Kadett
Uiteraard ontbreekt de Kadett niet, jarenlang de best verkochte van Nederland. Preciezer gezegd: Van Wijk heeft alle typen, in verschillende staten van onderhoud. Het eerste model van 1962 staat er als gewone tweedeurs, luxe coupé en stationcar. De laatste is duidelijk aan een opknapbeurt toe, net als de Olympia-versie van het befaamde model B. Er zitten gaten in de voorspatborden: doorgeroest. De gewone tweedeurs en coupé van de B-serie – nog met kleine achterlichtjes – zien er wel toonbaar uit.
Je kunt niet alles tegelijk als hobbyist. Want naast het knutselen vergt het opsporen van nog ontbrekende klassiekers de nodige tijd. Een oud Opeltje is vaak moeilijker te krijgen dan een exclusieve Mercedes of BMW. Voor velen is het immers een dagelijks vervoermiddel dat tot het bittere eind is gebruikt en dan wordt afgedankt. En als je dan een interessant exemplaar hebt gevonden, ben je wel even bezig om het ding uit een afgelegen plaats in het buitenland naar Friesland te krijgen. Zo’n bijzonder model is bijvoorbeeld de Aero-Kadett, een door koetswerkbouwer Baur in kleine serie gemaakte cabriolet. Van Wijk heeft er twee. Niet minder bijzonder is de open Corsa van Irmscher.
 

De Kadett A van 1962 met rechts de coupéversie daarvan.

De coupé van het B-model kreeg een schuine achterzijde. Dit is een vroege versie met kleine achterlichten.

Productiejaren, -aantallen en modellen alle naoorlogse typen Opel Kadett

Onbenut
Geen plekje van de beschikbare ruimte is onbenut. Dat is de charme en tegelijkertijd de makke van het museum. De modellen staan te dicht bij elkaar en weinig inspirerend opgesteld. De muren hangen vol met foto’s, borden, schilderijen en affiches. Alles wat in de loop der tijd is verzameld, heeft een plaats gekregen. Inclusief wat oude Opel naaimachines, een oude huiskamerinrichting, wat brommers en meer overblijfselen uit voorbije tijden. Enkele auto’s staan er als vreemde eenden in de bijt tussen: een (mooie) Daf 55 coupé van het eerste type, een Vauxhall Victor en Cresta van rond 1960, het zojuist gespoten koetswerk van een Ford Mustang en een Chevrolet Impala met van die gigantische vleugels. Een oude Opel Blitz is de enige bedrijfswagen.
Een museumadviseur zou het wel weten: keuzes maken, de helft er uit, meer ruimte voor elk model, een betere presentatie en een uitgekiende belichting. Dan zouden de waardevolle modellen beter tot hun recht komen. Dan zou de verzameling meer het karakter krijgen van een echt museum. Maar dat zou niet langer het levenswerk van Meindert van Wijk in beeld brengen. Verzamelen en sleutelen is zijn passie en daar geeft deze plaats nu juist zo sfeervol uitdrukking aan. En zijn vrouw Gonnie is daarbij een onmisbare steunpilaar gebleken. Alleen al de ervaring van hun beider enthousiasme is een rit naar Tijnje waard.
 

Van Wijk heeft nog genoeg werk in voorraad!

 

meer over de historie van Opel en de Opel-tentoonstelling in Berlijn

►bezoek aan de Opel-fabriek en de Classic Werkstatt in Rüsselsheim