Scimitar-bijeenkomst

Den Haag (NL)


 
●  Bijeenkomst Reliant Scimitar Club
●  Korte historie van de Reliant
●  Verschillende typen en jaargangen Scimitar
●  Van eerste tot en met de laatste GTE

 
september 2012

 

  


Het zwaard snijdt aan twee kanten

Op de laatste dag van september troffen eigenaren van een Reliant Scimitar elkaar in clubverband bij het Louwman Museum in Den Haag. Auto's van dit bijzondere Britse merk zie je niet iedere dag, zodat het ook voor al dan niet toevallige passanten een interessante ontmoeting was. Verschillende modellen, uitvoeringen en bouwjaren waren present, allemaal even anders dan anders. Dat is typerend voor het merk. Een Reliant is een bijzondere auto. 
 

Leden van de Reliant Scimitar-club voor het Louwman Museum in Den Haag.

Op het voorterrein van het Louwman Museum komt een kleine, oranjebruine driewieler aangereden. Twee volwassenen en drie kinderen stappen uit. Het autootje is een vreemde eend in de bijt. Niet alleen vanwege zijn vorm en het aantal wielen. Het is bepaald geen sportwagen, zoals alle andere. Toch is er een relatie: op allemaal prijkt de merknaam Reliant. De bijeenkomst is georganiseerd voor en door de berijders van een Scimitar. De eerste van de serie exclusieve Britse sportwagens werd in 1965 gebouwd, de laatste bijna veertig jaar later. De fabrikant is echter veel bekender geworden door zijn driewielers. In het moederland genieten ze nog altijd een behoorlijke bekendheid. Het buitenland maakte kennis met de bestelwagenversie in afleveringen van Mr. Bean. Hoewel de driewieler hier dus eigenlijk niet past, wordt hij liefdevol in het midden van de sportwagenfamilie opgenomen.
 

Er past een heel gezin in. Te midden van de sportwagens is het een vreemde eend in de bijt.

Driewielers
De wortels van Reliant liggen in 1935. Tom Williams, medewerker van fietsenfabrikant Raleigh, begint zijn eigen bedrijf als zijn werkgever besluit de productie van kleine bestelwagens met drie wielen stop te zetten. Williams verbetert het ontwerp en brengt ze als Reliant op de markt. De onderneming is gevestigd in Tamworth. De besteller ziet er aan de voorzijde uit als een motorfiets. In 1952 komt er een personenwagentje bij, de Regal. Daarna volgen in de loop der jaren de Robin en Rialto. Allemaal zijn het driewielers, met twee wielen achter en één voorwiel. Reliant ontwikkelt zich tot een succesvolle aanbieder en is zelfs betrokken bij de ontwikkeling van autofabrieken in Israël en Turkije. Hoewel de nadruk bij de kleine auto's altijd blijft liggen op driewielers, komen er ook varianten met vier wielen, eerst de Rebel en later de Kitten. Tussen 1983 en 1990 is er een kleine pick-up, de Fox.
Aanvankelijk krijgt Reliant in het moederland concurrentie van een andere driewielerfabrikant, Bond. In 1969 wordt dat bedrijf echter ingelijfd. Reliant zelf gaat daarna verschillende keren in ander handen over. In 1990 maakt een faillissement een eind aan de oorspronkelijke onderneming, waarna verschillende nieuwe eigenaren de productie van de driewielers voortzetten. In februari 2001 is het afgelopen. Jaren later is getracht de driewielerfabricage alsnog opnieuw leven in te blazen, maar na minder dan twintig stuks blijkt het einde definitief.
De naam van Reliant is ook nog kort verbonden geweest aan de productie van de Metrocab, de hoekige versie van de Londense taxi. In 1989 startte de productie, maar na het faillissement nam Hooper die over.
 

Een Reliant Regal uit 1953 in het National Motor Museum in het Zuid-Engelse Beaulieu.

Twee bestellers in hetzelfde museum, links een model van 1947, rechts de Robin Van van medio jaren '70.

Brochure van de Rialto 2, één van de latere driewielers.

Nadat de Bond-fabriek was overgenomen presenteerde Reliant de eigenwijze Bond Bug, gemaakt tussen 1970 en 1974.

In 1977 showde de importeur op de RAI de vierwieler Kitten en deelde brochures uit.

De Fox (1983-1990) is een kleine pick-up. Hier een afbeelding van de folder.

Net voordat Reliant faillissement moest aanvragen, werd begonnen met de productie van de Metrocab.

Sportwagens
Naast het maken van minimalistische driewielers en kleine familiewagens beweegt Reliant zich op het terrein van de sportwagens. In 1962 is er de Sabra, in samenwerking met het Israelische bedrijf Autocars ontwikkeld. Hij komt als Reliant Sabre (let op de gewijzigde spelling) op de Britse markt. De vormgeving van de voorkant is tamelijk uitgesproken; een groot succes wordt het niet. Als opvolger presenteert het merk in 1964 een nieuwe sportieve coupé. De wagen wordt Scimitar gedoopt, wat kromzwaard betekent. Het vignet op de neus van de auto toont een gestileerde afbeelding. Een jaar later gaat de auto in productie. Onder de motorkap zit een 2.6 liter zescilinder motor uit de Ford Zephyr en Zodiac. Later komen er versies met een wat zwaardere en lichtere motor. Steeds is Ford de leverancier. Van de eerste serie worden er tot 1970 zo’n duizend gebouwd. Het koetswerk is – als bij alle Reliants van na 1956 – van kunststof.
 

In 1964 presenteert Reliant een sportwagen, de Scimitar GT.

De eerste Scimitar, opvolger van de Sabre.

Het koetswerk is van kunststof. Grote naden zijn kenmerkend.

Deze coupé verkeert in mooie staat.

De stalen wielen zijn zeker zo mooi als de lichtmetalen.

De auto heeft een relatief korte wielbasis.

De GT's waren goed vertegenwoordigd.

Deze versie heeft een schuifdak.

Kunststof is niet gemakkelijk te onderhouden. De lak is een probleem. Op de motorkap het zwaard als beeldmerk.  

Vierzits GTE
In 1968 introduceert Reliant een geheel nieuw soort auto, een vierzits sportwagen met doorgetrokken daklijn en glazen achterklep, de GTE. Het idee is afkomstig van een studiemodel van Ogle. Drie jaar later kopieert Volvo het idee door van de 1800 coupé de 1800ES te maken. Ook Lancia voelt zich kennelijk aangesproken en ontwerpt de HPE op basis van de Bèta.
De GTE is ondanks zijn praktische laadruimte een echte sportwagen. De topsnelheid bedraagt bijna tweehonderd kilometer per uur. Bijzonderheden zijn de twee kuipstoelen die samen de achterbank vormen en de wis-/wasinstallatie voor de achterruit. Publicitair is het mooi voor de fabriek dat de Britse prinses Anne jarenlang in een GTE rondrijdt. Reliant maakt er 9106.
 

Het grootste deel van de groep bestaat uit de GTE, de combinatie van sportwagen en stationcar.

De voorkanten van de GT en GTE naast elkaar.

De GTE is duidelijk uit de GT voortgekomen.

Een mooie GTE van de eerste serie. Hooguit zijn de velgen wat te opvallend voor een Britse klassieker.

De GTE was een cross over avant la lettre: een model tussen andere modelsoorten in: coupé en stationcar.

Zakenwereld
Het model is een succes, maar de ruimte achterin te beperkt om als echte vierzitter verkocht te worden. Reliant gaat aan de slag en maakt de opvolger langer en breder. De auto krijgt ook een stoerder front. In 1975 gaat de productie van start. In Engeland ligt de prijs op het niveau van de Rover 3500. Elf jaar en 4857 auto’s later rijdt de laatste de fabriek uit. Dat is echter nog niet het definitief einde van het model. Het bedrijf Middlebridge neemt namelijk de productierechten over. Het uiterlijk wordt enigszins gemoderniseerd, de aankleding bij de tijd gebracht en de techniek aangepast. Voor de aandrijving is een 2,9 liter motor beschikbaar. Erg succesvol is het allemaal niet. In vier jaar verlaten 79 auto’s de fabriek. Slechts drie hebben het stuur links. Het is dan ook met enig ontzag dat de clubleden naar de knalrode GTE wijzen. Na 1990 is er weer een nieuwe leverancier, Graham Walker. Voor de echte liefhebber bouwt het bedrijf nog een enkele GTE op bestelling, maar feitelijk is het verhaal over.
In de tussentijd is er in 1980 een model bijgekomen, de GTC, een cabriolet met vier zitplaatsen. Exclusiviteit is het trefwoord. In zes jaar maakt Reliant er 442, waarvan 340 in het eerste jaar.
 

Met het tweede model richtte Reliant zich ook op de zakelijke markt.

De wielbasis is duidelijk langer dan bij het eerste model.

Een van de aanwezige GTE's met daarachter de cabriolet.

Kenmerkend: de grote achterruit. Bij de rechterauto is de wisser achterop zichtbaar.

De eigenaar kocht deze donkergroene GTE als vijf jaar oude tweedehands. Sindsdien rijdt hij ermee.

De luxe "Middlebridge" met linkse besturing is uniek. Er zijn er maar enkele van gemaakt.

Ruim 400 cabrio's verlieten de fabriek....

....waarvan meer dan 300 in het eerste jaar. Daarna was de belangstelling zeer gering.

Kleine sportwagen
In 1984 doet de fabrikant een poging de Engelse traditie van kleine sportwagens nieuw leven in te blazen. De Scimitar SS1 moet de lijn van de oude MG’s en Austin Healeys weer oppakken. Voor het koetswerk gaan de Britten te rade bij de Italiaanse ontwerper Michelotti. Of hij een meestwerwerk heeft gemaakt, moet ieder voor zich beoordelen. Het chassis is afgeleid van een Lotus Elan. Weer levert Ford de motoren, hoewel de inkopers voor de laatste types gaan winkelen bij Nissan. Kenmerkend voor het model zijn de scherpe lijnen en de opklapbare koplampen. Voor de liefhebbers zijn de versies van na 1985 interessant. Ze hebben een gegalvaniseerd en daardoor vrijwel roestvrij chassis. In 1990 krijgt de Scimitar SS1 een opvolger in de vorm van de SST met strakgetrokken koetswerk, twee jaar later afgelost door de Sabre. De nieuwe eigenaar van het bedrijf kiest voor de terugkeer van een oude naam. In 1995 valt het doek definitief. Alles bij elkaar zijn er minder dan 1300 SS1's gebouwd.
Reliant is geschiedenis. In de hoogtijdagen werkten er 2500 mensen. De crisis in de Britse auto-industrie was ook hier het begin van het einde. Wat rest zijn de oude modellen en hun liefhebbers.
 

Nieuw leven voor de kleine Britse sportwagen, de Scimitar SS1.

Michelotti tekende het koetswerk. Een meesterwerkje of juist niet? Velen vonden de lijnvoering niet overtuigend.

Achteraanzicht met de kap omhoog en neergeklapt.

Ook de SS1 is binnen de club ruim vertegenwoordigd.

Belevenis
In Nederland telt de Scimitar club zo’n honderd leden. Bijeenkomsten als bij het Louwman Museum brengt ze bij elkaar. Geparkeerd op het voorterrein zijn ze een extra belevenis voor de museumbezoekers. Deze zondag krijgen ze kosteloos een extraatje. De Reliant-adepten gebruiken de dag om binnen eens te kijken naar andere bijzonderheden uit de autohistorie. Zo snijdt het mes - of in dit geval het zwaard - aan twee kanten.
Maar, wat doet die Lotus Elan hier? Toegegeven, het is ook een Engelse sportwagen, net als de Reliant van een kleine fabrikant, in zekere zin een concurrent van de Scimitar en ook met een koetswerk van polyester. Maar verder past hij niet bij de andere auto's. De verbinding is de eigenaar. Hij heeft ook een Reliant, wilde graag de bijeenkomst bijwonen, maar kennelijk is zijn Scimitar deze dag niet beschikbaar. Aan het eind van de rij is nog wel een plekje vrij, naast de driewieler. Ieder kent vandaag zijn plaats.
 

Liefhebbers kijken graag bij elkaar onder de kap. De rechter auto is de bijzondere Middlebridge.

De Robin en Lotus kennen hun plaats: aan de zijkant.