Peugeot-fabriek/museum

Sochaux (F)



●  Bezoek aan L'Aventure Peugeot
●  Fabrieksbezoek PSA Site de Sochaux
●  Achtergronden van het merk
●  200 jaar industriële producten
●  Productie van de 307 / 308

 
oktober 2007, aanvulling juni 2009

 

  


Trots op het teken van de leeuw

Het creëren en cultiveren van een merkbeleving is door sommige autofabrikanten tot ware kunst verheven. De Duitse merken leggen de nadruk op techniek, de Italianen op vormgeving en de Fransen koesteren hun traditie van eigenzinnigheid. Peugeot wil zich nadrukkelijk profileren als een vooraanstaand modern merk, maar wel met een rijke historie om trots op te zijn.

Je moet een heel gedetailleerde kaart van Frankrijk hebben om het plaatsje Sochaux te kunnen vinden. Dat is niet zo gek, want het dorp telt nog geen vijfduizend inwoners. Dagelijks komen er echter drie keer zoveel mensen werken. Meer dan de helft van het grondgebied wordt namelijk opgeslokt door een fabrieksterrein van 265 hectare. In 1912 vestigde Peugeot zich in het dorp om er nooit meer weg te gaan. Naast de dagelijkse stroom werknemers komen per jaar nog eens honderdduizend bezoekers naar de plaats. Hun reisdoel is het sfeervolle en kleurrijke l’Aventure Peugeot, etalage van bijna tweehonderd jaar industriegeschiedenis. Want de auto mag dan zo’n 120 jaar bestaan, de ondernemersfamilie Peugeot doet al langer van zich spreken. Vanaf 1810 hebben vele producten hun naam gedragen. En al anderhalve eeuw hebben die een leeuw als beeldmerk, als symbool van kracht en souplesse.
Sochaux en Peugeot zijn als een Siamese tweeling met elkaar vergroeid. We reizen af naar departemenet Doubs, even ten Westen van de Elzas, om het Peugeot-gevoel te ervaren.
 

 

  

1. PSA Peugeot Citroën – Site de Sochaux

Iedere werkdag om half negen ’s ochtends verzamelen belangstellenden zich bij het Point rencontre du site, naast de parkeerplaats van het fabrieksmuseum. Geïnteresseerde familieleden van werknemers, nieuwsgierige toeristen en enthousiaste autoliefhebbers grijpen hun kans om een kijkje te nemen achter de muren van de Peugeot-fabriek. Of beter: toegang te krijgen tot het complex dat als een kleine stad in het dorp ligt. Zo ook op vrijdag 5 oktober 2007.
Het organiseren en begeleiden van de rondleidingen is het werk van Nicole Killherr, één meter zestig klein, maar rap en resoluut. Als zij de aanwezigen voorafgaand aan de rondleiding tekst en uitleg geeft over de historie van Sochaux en de kwaliteiten van Peugeot, durft niemand haar woorden in twijfel te trekken. Met grote stelligheid schudt ze de feiten, jaartallen en cijfers uit de mouw.
 

Het Point rencontre du site is de startplaats voor het fabrieksbezoek.

Armand
We horen dat Armand Peugeot al meteen in 1886 geïnteresseerd raakte in de zojuist gepresenteerde eerste auto’s van Daimler en Benz. Dat het autobedrijf zich daarna voorspoedig ontwikkelde. Dat deze locatie de oudste nog bestaande fabriek van het merk is. We leren dat in Sochaux anno 2007 het hele productieproces plaatsvindt: persen, ruwbouw, lakken en eindmontage. Motoren worden er niet gemaakt, die komen van elders, maar remsystemen weer wel. Dit is verder het ontwikkelcentrum voor de platforms van de middenklassers, zoals de Peugeot 307/308 en Citroën C4. Inderdaad, ook Citroën. Want sinds de overname van dit merk door Peugeot in 1976 delen veel modellen de onderhuidse techniek. De verkooporganisaties zijn gescheiden gebleven en in zeker zin beconcurreren de beide merken elkaar, maar uiteindelijk zijn het leden van dezelfde familie. Bij de fabriekspoort staat dan ook “PSA Peugeot Citroën - Site de Sochaux”. Nicole gaat echter voor Peugeot, da’s duidelijk.
 


Veiligheidshesjes

Als na de woordenvloed een korte film is bekeken, vragen zijn beantwoord, oranje veiligheidshesjes met ‘visiteur’ op de rug zijn aangetrokken en iedereen een oortelefoontje heeft ingedaan, stapt het gezelschap in de gereedstaande kleine touringcar. Dit keer voert de reis naar de persfabriek en de eindmontage. De lakstraat is altijd verboden terrein voor bezoekers en bij de ruwbouw wil men vandaag geen pottenkijkers hebben vanwege geheime werkzaamheden. Gastvrijheid is mooi, maar kent zijn grenzen.
Peugeot presenteert een eerlijke rondleiding. Zaken worden niet mooier voorgesteld dan ze zijn. Een oude fabriek is geen luxe beleveniswereld. Nicole had al gewaarschuwd dat het fabrieksterrein op leeftijd is. En we weten dat ouderdom met gebreken komt. Het klopt. Veel gebouwen en hun interieurs zouden een opknapbeurt kunnen gebruiken. Tegelijkertijd is daar eigenlijk geen beginnen aan. Daarom gaan soms hele delen tegen de vlakte om ruimte te maken voor nieuwbouw. Modernisering is een permanente zaak. De inrichting van het productieproces verandert voortdurend. Flexibilisering en rationalisering zijn sleutelbegrippen. Dat heeft ook gevolgen voor de werkgelegenheid. Was er in 2000 nog voor 18.000 mensen werk, nu is dat aantal teruggelopen tot onder de 14.000.
 

Bezoekers krijgen veiligheidshesjes aan.

Staal
De eerste stopplaats is waar het allemaal mee begint, het staal. We lopen de fabriek in en staan tussen de menshoge rollen staal. Ze zijn zojuist per spoor aangevoerd vanuit verschillende landen. Peugeot heeft een aantal leveranciers. Er is voorraad voor twee en een halve dag productie. Per dag is 1000 ton nodig. De eerste handeling is het afrollen, platmaken en snijden tot plaatstaal. Eén rol is goed voor vier uur persen. Al lijken de rollen identiek, ze zijn het niet. Het ene staal is het andere niet. Voor de kooiconstructie van de carrosserie moet het staal stijf zijn. Voor de kreukelzones aan voor- en achterkant juist soepel en snel vervormbaar. Motorkappen zijn niet van staal maar van aluminium dat weer heel andere eigenschappen heeft. De kwaliteit van het materiaal is van grote betekenis. De tijd van het roestgevoelige Franse plaatwerk ligt inmiddels ver achter ons.
In de fabriek zien we een stapel zijkanten, deuren en andere onderdelen liggen. Er staat van alles op geschreven. Dit is allemaal afgekeurd, weet Nicole te melden. Na het persen bleek de kwaliteit onder de maat. De materiaaldeskundigen onderzoeken de problemen en koppelen hun ervaringen terug met de leverancier.
 

Bij de poort van het bedrijfsterrein staat PSA Peugeot Citroën, hoewel er hier alleen Peugeots worden gemaakt.

Volautomatisch
Het persen gebeurt volautomatisch in reusachtige persstraten. Met een stevige dreun ondergaat het materiaal telkens een volgende bewerking. Bij de eerste pers is het nog plaatstaal, na de laatste zijn het complete deurpanelen of spatborden. Het onder de persen leggen en weer weghalen is het werk van robots. Mensenhanden zijn al lang vervangen. Die bedienen slechts de knoppen. Er wordt dag en nacht gewerkt aan onderdelen voor de vestiging Sochaux en voor andere filialen van het concern. De persstraat is zo ingericht dat de omsteltijd naar andere matrijzen kort is. Het overschakelen op onderdelen voor een ander type auto is relatief simpel. Per autotype hebben de matrijzen een andere kleur. De blauwe zijn van de 308, de gele van de 607.
De fabriek maakt niet alleen onderdelen voor de productie, maar ook reserveonderdelen. “Het is van het grootste belang om bij reparatie originele onderdelen te gebruiken”, legt Nicole uit. Haar informatieve tekst krijgt even een promotiesausje. “Alleen die zijn gegarandeerd van de goede staalsoort gemaakt”. Een origineel onderdeel herken je aan het ingestanste leeuwenteken. Even stiekem kijken…het klopt.
 

De fabrieksgebouwen staan er al heel lang en dat is ook wel te zien.

Nieuwsgierigen
Terug naar de bus. Onze gids houdt goed in de gaten of iedereen meekomt en zich houdt aan het fotoverbod. De werknemers schenken geen aandacht aan de nieuwsgierigen in hun oranje outfit. Ze zijn het gewend.
De tweede stop is een eind verderop bij de gebouwen van de eindmontage. Bij de ingang staat een informatiebord met wat getallen. Er werken in dit bedrijfsonderdeel 3000 mensen. Iedere auto heeft tussen de 3000 en 4000 onderdelen. Ze komen van 570 toeleveranciers met behulp van 625 vrachtwagens per dag. Per jaar kan de fabriek 350.000 tot 400.000 auto’s maken. Behalve het bord is er weinig aandacht voor de bezoekers. In andere autofabrieken staan langs de bezoekerslooproute displays met informatie of zelfs opengewerkte auto’s. Peugeot houdt het eenvoudig. Het gewone werk is interessant genoeg, is de redenering.
 

Foto's uit de archieven van Peugeot: productie in vroeger tijden.


Kilometer

De lopende band is een kilometer lang en slingert op verschillende niveaus door de oude fabrieksgebouwen. We gaan de trap op naar de tweede verdieping. Het staal heeft inmiddels vorm en kleur gekregen. Het naakte lichaam van de auto is gevormd. Nu volgt het aankleden volgens de opdracht van de klant: de juiste motor, de gewenste uitvoering en de uitgekozen extra’s. Niet elke auto vraagt evenveel tijd. De ene is een standaard model, de andere beladen met accessoires. Om een constante snelheid van de lopende band mogelijk te maken, staan nooit twee tijdrovende uitvoeringen achter elkaar. Er wordt gewerkt in drie ploegen. Vijf medewerkers vormen samen een team. Het ritme is strak: twee uur werken en dan tien minuten rust. Tussen de middag is er een pauze van een half uur. Afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in betere arbeidsomstandigheden. Toch kan het werkklimaat dat in nieuwe fabrieken niet evenaren. De kleine kantines langs de band zijn geen toonbeeld van smaakvol ingerichte of inspirerende ruimtes. De geordendheid lijkt ook minder dan in fabrieken in Duitsland. 's Lands wijs, 's lands eer.

 

De Peugeot 308 en 307CC worden op dezelfde band gemaakt (foto's: Peugeot)

Nieuwe model
Op de band staan zowel de Peugeot 307 als zijn opvolger, de 308. Het nieuwe model is nog niet in alle landen geïntroduceerd. Er is gekozen voor een gefaseerde overgang. Het aantal van 700 308-en per dag op een totaal van 1600 auto’s zal snel groeien, terwijl de aantallen 307’s zullen afnemen. Als de 308 het beoogde succes heeft, maakt men er maximaal tweeduizend per dag. Opvallend is verder de productie van de 307CC temidden van de andere typen en niet – wat vaak gebeurt – bij een gespecialiseerd bedrijf. De 206CC werd nog in z’n geheel bij Heuliez gemaakt. Bij de 307CC maakt dat bedrijf enkel nog de ingewikkelde dakconstructie.
Terwijl de robots bij persen en ruwbouw de dienst uitmaken, is menskracht leidend bij de eindmontage. Ondanks hoge loonkosten zijn mensenhanden nog altijd goedkoper. Robots zijn alleen ondersteunend. De rolverdeling is goed zichtbaar bij het plaatsen van de ruiten. Het inzetten en lijmen is zwaar werk en gebeurt door een robot. Het klaarzetten is mensenwerk, hoewel dat toch ook de nodige spierkracht vereist. Voor het glazen dak van een 307SW zijn zelfs twee man nodig. Een sticker met streepjescode uit een printer vertelt de productiemedewerker welke ruit hij voor de robot moet klaarzetten. Het is simpel werk, maar even niet opletten en het gaat mis. Een ruit van een 307 past echt niet in een 308!
 


Huwelijk

We lopen verder om als getuigen het huwelijk mee te maken: het moment dat koetswerk en techniek één geheel worden, tot de sloop hen scheidt. Bij elke rondleiding door een autofabriek krijgt deze ceremonie extra aandacht. De huwelijksvoltrekking duurt precies 50 seconden. Daar kan geen ambtenaar van de burgerlijke stand tegenop!
Aan het eind van de band krijgen de auto’s hun deuren weer terug die na het lakken waren verwijderd omdat het veel gemakkelijker is in en aan een auto te werken zonder die deuren. Na het vullen van de vloeistoffen en de controle van alle vitale onderdelen is het werk voltooid. De auto kan naar de opslag, waar drie maal per dag een trein vertrekt om de nieuwe auto’s via importeurs en dealers bij de klanten te brengen.
Om elf uur klinkt een toeter en stopt de band. Het is pauze. De medewerkers gaan naar de kantine, de bezoekers naar de bus. Terug bij het Point rencontre beveelt Nicole een folder met nog wat achtergrondinformatie aan. Voor het geval zaken nog niet duidelijk waren. Ze bedankt voor de aandacht en wordt bedankt voor de rondleiding. Ze neemt plichtmatig afscheid. Morgen is er weer een groep.
 

De fabriek in Sochaux is slechts een van de vele productiefaciliteiten van PSA. (Illustratie: Jaarverslag PSA 2004)

 

  

 

 

2. L’Aventure Peugeot

Het is pakweg honderd stappen om van de Peugeot-wereld van nu naar die van het verleden te gaan. Aan de overkant van het parkeerterrein ligt het Musée Peugeot, dé toeristische trekpleister van Sochaux. Op zowat iedere straathoek wijst een bord de weg.
Ruim een kwart eeuw geleden besloot Pierre Peugeot, toen voorzitter van de raad van bestuur, de stichting l’Aventure Peugeot op te richten. Het doel was het veilig stellen van het industriële erfgoed van de familie. De stichting leidde tot het museum, dat in juli 1988 de deuren opende. Twaalf jaar en één miljoen bezoekers later werd nog eens 70 miljoen francs (ruim tien miljoen euro) uitgetrokken voor een grondige verbouwing en uitbreiding. Het vloeroppervlak werd met 6000 vierkante meter drie keer zo groot, maar is nog altijd niet groot genoeg voor de gehele collectie van de stichting: 450 auto’s, 300 tweewielers, 3000 voorwerpen en 5 kilometer archief. Het museum biedt onderdak aan een mooie selectie. Denk daarbij niet alleen aan vervoer. De familie was op vele terreinen actief. Dat wordt direct na binnenkomst duidelijk. Zaagbladen, gereedschappen in soorten en maten, naaimachines, koelkasten, wasmachines, boormachines, radio’s, mixers, koffiemolens, kano’s, sleeën, schaatsen, pistolen: ze dragen allemaal met trots de familienaam. In dit rijtje mogen de pepermolens natuurlijk niet ontbreken. In de culinaire wereld zijn ze ook vandaag de dag een begrip. Let er maar eens op in een goed restaurant.
 

Een sfeervolle entree brengt je direct terug in de tijd.

Een hele gang vol producten uit de bijna 200-jarige historie van het merk Peugeot.

Belangrijke artikelen waren onder meer koffie- en pepermolens. De laatste worden nog altijd gemaakt, in alle soorten en maten.

Ook naaimachines en radio's verschenen met het beeldmerk van de leeuw.

Eén zaal van het museum laat de rijke historie van Peugeot-tweewielers zien.

Nieuwsgierigheid
Voordat de collectie van tweehonderd klassieke auto’s onze aandacht opeist, appelleert een kleine filmzaal aan de nieuwsgierigheid. Op een glazen scherm verschijnt, heel klein, tv-politie-inspecteur Columbo, trotse eigenaar van een gedeukte Peugeot 403 Cabriolet. Onderwerp van zijn speurwerk is dit keer de oorsprong van zijn auto en de geschiedenis van de fabrikant. In het kort doet hij verslag van zijn bevindingen. Columbo spreekt Frans; op verzoek schakelt de receptie over op de Engelse versie. Gek genoeg is die niet ingesproken door acteur Peter Falk zelf. Je ziet ‘m wel, maar hoort een ander. De presentatie als geheel was bij de opening van het museum ongetwijfeld spraakmakend, maar projectietechnieken hebben sindsdien een grote vlucht genomen.
Na Columbo is het tijd voor eigen onderzoek naar de voorvaderen van de Franse autobouwer. We gaan terug naar het einde van de 19e eeuw. Peugeot behoort tot fabrikanten van het eerste uur.
 

Peugeot behoorde tot de pioniers van de automobielbouw en was al in de 19e eeuw actief.

Het rijk beschilderde Type 4 van de Bey van Tunis uit 1892 

Klassiekers uit hetzelfde tijdvak bij elkaar.

Tijdvak
De collectie staat chronologisch opgesteld in ‘paviljoens’ die een bepaald tijdvak weergeven. Onder een overkapping in art nouveau-stijl, die doet denken aan de oude ingangen van de Parijse metro, zijn de vroegste modellen samengebracht. Er zijn er opvallend veel bewaard gebleven. Sommige hebben nog hun oorspronkelijke lak en bekleding. De tijd heeft haar sporen achtergelaten, maar die onderstrepen tegelijkertijd de charme van ongerestaureerde klassiekers. Eén van die originelen is een Type 4 uit 1892, rijk versierd met honderden handgeschilderde bloemmotiefjes. De auto als pronkstuk, gemaakt in opdracht van de Bey van Tunis die er maximaal 25 kilometer per uur mee kon rijden.
De eerste auto’s zien er uit als gemotoriseerde koetsen. Ze hebben de motor aan de achterkant. Al heel snel schakelt Peugeot over op het Système Panhard met de motor voorin, aandrijving op de achterwielen en een passagiersgedeelte dat achter de motorkap begint. Met 500 auto’s per jaar spreken we in 1900 van een vooraanstaande autofabrikant. Een aantal jaren is het zelfs meervoud: fabrikanten. Begin twintigste eeuw hadden Armand Peugeot enerzijds en de kinderen van zijn broer anderzijds ieder hun eigen automerk. De laatsten brachten hun vooral kleinere modellen uit onder de naam Lion Peugeot, terwijl Armand de duurdere modellen verkocht. Toen Renault een belangrijke concurrent werd op de markt, besloot de familie de gelederen weer te sluiten en de bedrijven samen te voegen. Nu staan de twee takken van de familie broederlijk naast elkaar. Bijzondere erfstukken uit die beginjaren van de twintigste eeuw zijn een oude brandweerauto uit Lille en de kleine Peugeot Bébé, het model waarin wijlen Frits Philips nog heeft leren autorijden.
 

Het tijdvak 1905-1918 bracht onder meer de beroemde Peugeot Bébé, ontworpen door Bugatti.

Affiches uit die tijd zijn toepasselijke illustraties van het tijdsbeeld. 

Eén van de pronkstukken is deze oude brandweerwagen van de stad Lille.

De collectie omvat veel modellen uit de eerste decennia van het merk.

De nagebouwde werkplaats is leuk, maar veel te opgeruimd en netjes. Geen vlekje op de vloer!

Art deco
Even verderop beeldt een art deco-omgeving de bloei van de jaren twintig en dertig uit. Het aanbod varieerde van grote limousines voor de welgestelden tot kleine voiturettes voor de smalle beurs. In de autowereld was Peugeot een speler van formaat geworden. In 1925 werd de 100.000e auto gemaakt.
In dit ‘paviljoen’ is er extra aandacht voor een auto met aan de achterkant rupsbanden. Tien exemplaren van dit type 208A werden in 1933 als prototype voor het leger gemaakt. Anders dan bij tegenspeler Citroën kregen ze geen enthousiaste ontvangst.
Een andere bijzonderheid is een chassis van een 181B uit 1926 met daarop het houten skelet van het koetswerk, voordat het met leerdoek werd overtrokken. Het model maakt de werkwijze van destijds inzichtelijk.
In een nis is een oude werkplaats uit de jaren twintig nagebouwd. Hier doen de tentoonstellingsmeesters de werkelijkheid geweld aan. De werkplaats is opgeruimd en schoon, zonder één spetje olie op de grond! Zo heeft het er beslist niet uitgezien in die tijd. Het is een heel klein smetje op de verder prachtige en sfeervolle opstelling, goed uitgelicht en met veel vakmanschap en liefde tot stand gebracht.
 

Het model links maakt inzichtelijk hoe vroeger het koetswerk van een auto tot stand kwam.

Een volgend tijdvak, aan het mozaïek te zien ooit vijf jaar langer gemaakt.

Prachtig verlicht en tegen sfeervolle achtergronden komen de modellen goed tot hun recht.

In die jaren was "kofferbak" nog letterlijk te nemen.

Het gamma van Peugeot was enorm, tot en met een rupsbandvoertuig, als concurrent van de Citroën Kégresse.

Een coupé-cabriolet is niet iets van de laatste jaren, bewijst deze 401.

Koplampen
De jaren veertig zijn vertegenwoordigd door verschillende gestroomlijnde modellen met – heel karakteristiek – de koplampen achter de grille. De befaamde typebenaming met de nul in het midden was toen al jaren gemeengoed. Een stationcar met houten deuren en zijkanten combineert moderne lijnen met ouderwetse koetswerkbouw, terwijl een versie met houtgasgenerator de problematiek van brandstofschaarste in de oorlogsjaren weergeeft. Een voorloper van de moderne coupé-cabriolet levert het bewijs dat de huidige mode stoelt op een heel ver verleden.

Alle Peugeot-typeaanduidingen met een 0 in het midden

 

Een Peugeot 601 cabriolet.

Links een elektrisch voertuig uit de oorlogsperiode; rechts modellen met koplampen achter de grille.

Vooraanzicht van de elektrische VLV en de 402 (foto's: Peugeot).

Eén van de vele varianten in de reeks is deze bestelwagen.

Een 202 stationcar met houten opbouw.

Deze reclamefoto van destijds laat de Peugeot nóg gestroomlijnder overkomen (foto: Peugeot).

De ontwikkeling van Peugeot-modellen aan de hand van de koplampen (links) en schaalmodellen (rechts). 

Straatbeeld
Na de verbouwing van 2000 is er ook plaats voor ‘moderne klassiekers’, de 04-serie. De meeste modellen kennen we nog van het straatbeeld in onze jeugd. Daar tussenin staan bijzondere uitvoeringen, zoals de door carrosseriebedrijf Heuliez verlengde Peugeot 604 die zakenman Philippe Bouvard als rijdend kantoor gebruikte. Een 504 diende als basis voor een pausmobiel van Paus Johannes Paulus II. Trots is men hier natuurlijk ook op het gebruik door de Franse president van de speciale landaulette-uitvoering van de 607. De auto staat prominent in de hal; een videoscherm toont het gebruik in een feestelijke parade.
Dat Peugeot ook in de autosport een partijtje meeblaast en veel ruimte geeft aan de creatieven van de ontwerpafdeling, onderstrepen de afdelingen ‘sport’ en ‘conceptcars’. Verder is voor de gemotoriseerde en ongemotoriseerde tweewielers een hele zaal gereserveerd, waar ook een oude fietsenwinkel is nagebouwd.
 

In de paviljoens van de naoorlogse modellen staan verschillende uitvoeringen van de 203, waaronder de Break.

Twee voorbeelden van de samenwerking tussen ontwerper Pininfarina en Peugeot: de 403 en 404 (hier als Break).

Bij de verschillende modellen in het museum liggen de originele brochures van die tijd, zoals de bovenstaande.

De 304 Coupé en 104 zijn van een generatie later en hebben beide voorwielaandrijving.

De verlengde 604 als kantoor van Philippe Bouvard en een 504 Pick-up omgebouwd tot Pausmobiel.

De brasserie is geheel in stijl opgetrokken en het terras kijkt uit op de sportwagenafdeling.

Met de speciale 404 Diesel werden records verbroken; rechts een sportwagen van Darl'mat.

De museumcollectie omvat een groot aantal conceptcars zoals de Asphalte (1996) en de Proxima (1986).

In de hal staan de 607 Paladine (2000) en de 4002 (2003), een model dat na een ontwerpwedstrijd op ware grootte werd gebouwd.

Tijdvak
De ‘paviljoens’ passen zich steeds aan het tijdvak aan. Voor modellen uit de recente geschiedenis is gekozen voor strakke lijnen en moderne materialen. Overal staan tussen de auto’s voorwerpen als tassen en koffers uit de betreffende periode. Aan de wand hangen bijpassende affiches. Uit luidsprekers klinken tijdgebonden geluiden. Bij alle modellen staan niet alleen typenaam, jaartal en technische gegevens, maar ook hoeveel er zijn gemaakt, wat ze destijds kostten en wat het gemiddelde loon van een arbeider in die tijd was. Op veel plaatsen kun je bladeren door geplastificeerde oude folders en brochures. Geschiedenis moet je niet teveel uitleggen, die moet je voelen, hebben de inrichters gedacht.
Een wand met koplampen geeft de historie van de autoverlichting weer en in vitrines staan honderden Peugeotjes in het klein, gemaakt als speelgoed of verzamelaarsmodel, van uiterst grof tot ragfijn gedetailleerd.
Het l’Aventure Peugeot biedt voor de liefhebber urenlang vermaak. Je krijgt er dorst en honger van. De stijlvolle brasserie biedt uitkomst. Op de menukaart staan smaakvolle gerechten.
Om thuis nog eens terug te denken aan deze plek in Sochaux heeft de cadeauwinkel een keur aan ansichtkaarten, affiches, autootjes, autoboeken, hebbedingetjes en tientallen soorten pepermolens. Alles in de winkel straalt de trots van Sochaux uit. De trots op het teken van de leeuw.

 

In de winkel zijn onder meer ansichtkaarten en miniatuurmodellen te koop, bijvoorbeeld de conceptcar Elixir.
 

Na een indrukwekkend dagje Peugeot is het tijd om verder te gaan naar de volgende bestemming.

 

 

  Aanvulling

JUNI 2009
In het Duitse autoblad AutoBild stond op 19 juni 2009 onderstaand artikel. Van uitverkoop van het tafelzilver is echter geen sprake. Tegen Automotive News zei museumdirecteur Loïc Henouil eerder dat de veiling is ingegeven door de wens geld te verkrijgen om de collectie aan te vullen. In de verzameling ontbreken nog enkele historische Peugeots die men graag wil kopen, maar die vaak tegen hoge bedragen door particuliere verzamelaars worden aangeboden.
De veiling op 14 juni betrof alleen dubbele exemplaren.
De afgebeelde VLV van 1941 is gekocht door Evert Louwman en maakt deel uit van zijn collectie.

 

   Bijlage

Peugeot-prototypen

Op internet troffen we onderstaande foto's aan, gemaakt door andere bezoekers aan het Peugeot-museum op het moment dat enkele bijzondere prototypen tentoongesteld werden: een Break- en Berline-uitvoering van de 104 en een coupé en cabriolet op basis van de 505. Geen van deze vier modellen hebben het productiestadium bereikt.

De break (stationcar) op basis van de 104 kwamen niet verder dan het stadium van prototype.

Datzelfde gold voor deze 104 met kofferbak, een weinig geslaagd model. 

Op basis van een 505 met kortere wielbasis werd in 1982 een cabriolet gemaakt. 

Links nogmaals de 505 cabriolet, rechts deze auto naast de coupé (zie hieronder). 

De 505 Coupé van 1984 in Amerikaanse uitvoering, met onder meer grotere bumpers en andere koplampen.