Deutsches Toyota Museum

Hartkirchen (D)



● 
Modellen uit de jaren '70 en '80
●  Japanse voorkeur voor tierlantijntjes
●  Bonte kleuren in de mode
●  Meer verzameling dan museum
●  Enkele exclusieve typen


april 2011 

 

  


Het is niet altijd wat er op staat  
 

Hoewel Toyota het grootste autobedrijf ter wereld is, zul je de naam niet zo snel verbinden met klassieke auto’s. Dat is niet zo vreemd. De opmars van het merk is pas van de laatste decennia. In Europa startte de verkoop in de jaren zestig. Van de bescheiden vooroorlogse productie is maar één exemplaar behouden gebleven. Dat staat, zwaar gehavend, in het automuseum in Den Haag. Bovendien stond Toyota lange tijd niet bekend als fabrikant van spraakmakende en grensverleggende modellen. Geen museumstukken dus. De auto’s werden gebruikt waarvoor ze waren gemaakt en daarna afgedankt. Een verzameling van tientallen modellen uit de beginperiode in Europa is alleen daarom al bijzonder. Ze staan ver weg in Duitsland, in het 1. Deutsches Toyota Museum. We gaan een kijkje nemen en stellen vast dat museum een ruim begrip is.

 

Een grote verzameling Toyota's uit vooral de jaren '70 en '80.

Het EERSTE Duitse Toyota Museum nog wel. Een tweede is er niet!
 

Je bent het dorpje Hartkirchen al weer uit als het navigatiesysteem aangeeft dat de bestemming is bereikt. Even denk je dat het systeem zich heeft vergist en je te ver liet doorrijden. Nog twee kilometer en je bent in Oostenrijk. Dit is het uiterste puntje van Duitsland en zo voelt het ook. Grote letters Toyota Museum op een loods geven aan dat de elektronische wegwijzer gelijk had. Ze zijn niet bepaald met precieze of artistieke hand geschilderd. De parkeerplaats is leeg. Op de deur hangt een papier: ingang via de Stube, het bruine café ernaast. De woorden gezelligheid en vrolijkheid zijn aan de horecagelegenheid voorbij gegaan. Het voelt bijna unheimisch. De eerste indruk vertekent. Een man laat ons binnen, zegt dat we pas achteraf hoeven te betalen en wijst op een zelfgemaakte deur. Eingang Museum staat erop. Achter die deur staan meer dan honderd Toyota’s, vooral uit de jaren zeventig en tachtig. Stuk voor stuk staan ze strak in de lak, keurig naast elkaar in onberispelijke staat. Aan de muur hangen oude foto’s en krantenknipsels. In het midden staat een bankstel opgetrokken uit autostoelen en velgen.
 

Rijen auto's, allemaal in onberispelijke staat.

Links: Pichert geloofde - terecht - in het merk Toyota. Rechts een bankstel geheel in sfeer.

Hier begon het allemaal mee: een Toyota Corolla coupé uit 1971.

Latere modellen van de Corolla. Let bij het rechtermodel op de buitenspiegels op de spatborden.


Nieuw automerk
Een museum? Niet echt. Het is meer een hal als opslagplaats voor een bijzondere verzameling. Dat maakt het geheel niet minder exclusief. Benzinepomphouder Peter Pichert begint in de jaren zeventig met de verkoop van een nieuw automerk uit Japan. In autoland Duitsland is dat een gewaagde onderneming. Waarom zou je zoiets onbekends aanschaffen als je ook een Volkswagen, Opel of Ford van eigen bodem kunt kopen? Er is toch belangstelling. De eerste auto die hij verkoopt is een donkergroene Corolla. De wagen staat als nummer 1 prominent bij de ingang. Met oude bougies is een erevermelding gemaakt. De garagehouder slaagt erin zijn klantengroep uit te breiden. Er ontstaat een band met dat onbekende merk uit het verre Oosten. Hij gaat ervan houden. In 1979 gaat hij ze verzamelen. Oude exemplaren worden ingeruild, opgeknapt en bewaard. Eerst in de buurt van huis en garage, maar al gauw is er gebrek aan ruimte. Een grotere stalling is noodzakelijk. Een plek buiten het dorp blijkt geschikt om een nieuwe hal neer te zetten. Er komt ook nog een uitkijktoren bij. Belangstellenden zijn van harte welkom om mee te genieten van de hobby. Het autobedrijf groeide intussen jaar na jaar. Nog altijd staat de naam Pichert op de gevel van de Toyota-dealer in Pocking. Tegenwoordig leidt zijn zoon het bedrijf. Hij heet ook Peter.
 

Voor de verzameling wordt een speciale hal gebouwd. Hier de afdeling Crown.

De grote Toyota's zijn altijd een bijzonderheid gebleven. Ze werden mondjesmaat verkocht.

Een hele serie Celica's van uiteenlopende bouwjaren.

Links een Carina, rechts een Tercel in kleuren die je tegenwoordig niet meer ziet.

Links de Toyota 1000 in modekleur bruin, rechts de opvolger, de Starlet.


Inrichting
Het is duidelijk dat Pichert weet wat verkopen is. En ook verzamelen heeft hij in de vingers. Opknappen van oude auto’s is een vak dat hij beheerst. Van presentatie heeft hij evenwel minder kaas gegeten. Dat is jammer. De verzameling komt in deze ruimte onvoldoende tot zijn recht. Het woord inrichting is niet van toepassing. Van sfeervolle verlichting is geen sprake. Het belangrijkste euvel: er is te weinig plaats. De foto’s op de museumwebsite geven een verkeerd beeld. Daarop is sprake van veel ruimte om de auto’s heen. Die is er juist niet. De ruimte is gewoon te klein. Of de verzameling te groot, net hoe je het bekijkt. Het valt niet mee de auto’s goed te bekijken, zeker niet de binnenkant. Wil je werkelijk inhoud geven aan de kwalificatie museum, dan moet er op dit vlak nog wel wat gebeuren. Een bibliotheek is immers ook geen letterkundig museum. Het is niet altijd wat er op staat. Dat mag de pret verder niet al te zeer drukken. De verzameling blijft uniek. Echte liefhebbers van het merk zullen er hun vingers bij aflikken. Nergens zie je zoveel versies en varianten van een Corolla, Corona, Carina, Celica of Crown bij elkaar. Voor het grootste deel zijn ze bekend. Ze werden ook bij ons verkocht. De bonte kleurschakering roept nostalgische gevoelens op. Okergeel, oranje en groen: destijds modern, nu hopeloos ouderwets. Opvallend is het ontbreken van het eerste model Corolla. Die stamt nog uit de tijd voordat Pichert zich met het merk inliet. In een hoekje van de garage staat wel een heel oude Corona, de gangmaker van de Europese verovering. We zien trouwens ook een Tsjechische Velorex, volstrekt ongepast in deze omgeving, als een acteur die in het verkeerde toneelstuk terecht is gekomen.

 

De eerste Toyota in Europa, de Corona en rechts een Velorex die hier helemaal niet hoort.

De werkplaats met rechts nog een aantal modellen.

Ook de Landcruiser is uiteraard aanwezig. 

Typisch Japanse frontjes, met veel tierlantijnen.

De voorkanten van de kleine Corolla en de grote Crown. In Europa zouden ze er heel anders uitzien.


Tierlantijntjes
Wereldbestormend zijn de modellen van Toyota nooit geweest. Dat wordt hier nog eens duidelijk bevestigd. De vormgeving is gemiddeld en traditioneel, afgestemd op de smaak in het moederland zelf, waarbij met een schuin oog naar Amerika werd gekeken. De strakheid van de Europese merken is ver te zoeken. Wieldoppen, grillen, sierlijsten: ze hebben allemaal on-Europese tierlantijntjes. De klanten kon het niet schelen. De Japanners waren rijkelijk voorzien van accessoires waarvoor je bij andere merken moest bijbetalen. Bovendien bleken de auto’s deksels goed in elkaar gezet. Toyota werd een synoniem voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Het in de jaren zestig in Europa nog onbeduidende merk groeide langzaam maar zeker naar de nummer één positie in de wereld. In managementboeken werd Toyota hét voorbeeld van efficiënt produceren. TPS (Toyota production system) is een begrip en werd door alle autofabrikanten in de wereld ingevoerd. Just in time en lean production zijn vanzelfsprekendheden geworden. Met de hybride Prius hebben de Japanners laten zien ook nog eens innovatief te kunnen denken. Het luxemerk Lexus heeft in Amerika met succes een bres geslagen in de overheersing van de West-Duitse topmerken. Vriend en vijand moeten de benzinepomphouder gelijk geven. Zijn keuze in de jaren zeventig was zo gek nog niet.
 

De Toyota's 1000 en Starlet in stationcar-uitvoering zijn regelrechte zeldzaamheden.

De Sera met vleugeldeuren is in Europa nooit te koop geweest.

Speciaal voor Europa en Amerika: cabrio-versies van de Celica.


Zeldzaamheid
Lopend door de smalle gangpaden komen de herinneringen boven. We kennen de auto’s nog van vroeger, op straat. Een enkel model is minder bekend. De Toyota 1000 Stationcar bijvoorbeeld kennen we uit de brochures, maar was en is absoluut een zeldzaamheid. Datzelfde geldt voor de grote Crown Wagon, met twee ruitenwissers op de achterruit. De cabrioletversies van de Celica zijn eveneens bijzonder, zelfs voor Japanners. Ze zijn zo nooit uit de fabriek gekomen. Speciaal voor klanten in Amerika en Europa zetten gespecialiseerde koetswerkbedrijven de zaag in het dak. De verkopen bleven altijd beperkt. In Nederland zijn ze niet of nauwelijks verkocht.
In een hoek van de hal staat een opmerkelijk groene coupé met vleugeldeuren. Behalve op autoshows heeft de Cera Europa nooit bereikt. Gelukkig heeft deze auto wat meer ruimte gekregen zodat één van de deuren open kan en er zicht is op het interieur.
Een collectioneur, liefhebber en knutselaar heeft gevoel voor soortgenoten. Elk jaar organiseert Pichert een ontmoetingsbijeenkomst. Eigenaren met een oude Toyota uit verschillende landen komen dan naar Hartkirchen. De garagehouder kan ze waar nodig ook nog helpen met onderdelen. Op de bovenverdieping liggen complete motoren, cilinderblokken en versnellingsbakken, maar ook deuren, motorkappen en onderdelen als lampen en richtingaanwijzers. Je kunt het de museumwinkel noemen, al zullen de meeste mensen daar wat anders onder verstaan.
 

Van knipperlichtjes tot deuren: Pichert heeft veel op voorraad.

Complete of gedeeltelijke motorblokken kunnen de knutselaar goed van pas komen.


Ondoorgrondelijk
Foto’s maken blijkt niet eenvoudig. Door de beperkte ruimte kun je overal slecht bij en het invallend licht vraagt meer fotografisch vakmanschap dan we in huis hebben. Voor de herinnering en een indruk volstaan de plaatjes. We verlaten de koude hal om via de Stube weer naar buiten te gaan. Je moet een andere deur nemen dan die van de ingang, al zitten ze naast elkaar en komen ze in hetzelfde halletje uit. Sommige zaken zijn ondoorgrondelijk. Zin in een kopje koffie hebben we wel, maar we geven de voorkeur aan een gezelliger locatie. s’Wirtshaus am Turm - urig, gemütlich, gut staat op het foldertje dat we meekrijgen. Het prijst de goede keuken en gemoedelijke uitstraling aan. Misschien klopt het wel. Maar dan op andere momenten. In elk geval niet op vrijdagmiddag vier uur. Als we vertrekken is de parkeerplaats weer leeg. De toevallige passant die tussendoor ook nog even kwam kijken, had het al snel gezien. Het was vast geen liefhebber.

 

Plaatjes van bekende typenamen uit het verleden.