Bugatti W16-expositie
Den Haag (NL)
●
Negen bijzondere Bugatti's
●
W16-motor van Piëch
●
Geboorte van de hypercar
●
Prototype no.1
●
Ongekend snel en duur
juli 2026
|
Grenzen zijn er om te verleggen
Met de
marktintroductie van de Bugatti Veyron in 2005, na een ontwikkelingstermijn van
vele jaren, zette de Volkswagengroep een nieuw type auto neer: de hypercar.
Nooit eerder was er een
coupé voor op de weg met een vermogen van 1001 pk, een topsnelheid van meer dan
400 kilometer per uur en een prijs van één miljoen (zonder belastingen). Geestelijk vader van het
grensverleggende, prestigieuze en tegelijkertijd
megalomane project was de toenmalige Volkswagen-topman Ferdinand Piëch.
Het hart van de auto is een motor met zestien cilinders, een inhoud van acht liter
en voorzien van vier turbo’s. Die zogeheten W16-motor en de auto’s waarin die een plek vond,
zijn het thema van de zomertentoonstelling 2026 van het Louwman Museum. Dat
alles onder het motto 'Beasts of Bugatti', want het bleek steeds nog krachtiger
en sneller te kunnen.
|
 |
Een W16-motorblok heeft een prominente plaats gekregen in de grote museumhal.
Het staat als een kunstwerk opgesteld. En net als bij wereldberoemde
schilderijen in kunstmusea klinkt een alarm als een bezoeker te dichtbij komt.
Toch zijn het vooral de negen auto’s die in de zeven weken van de tijdelijke
expositie de meeste aandacht krijgen. Negen auto’s: acht Bugatti’s en één
Lamborghini. Dat wil zeggen: een sportwagen die er uitziet als een Lamborghini,
dat ook ooit was, maar met een getransplanteerd Bugatti-hart. De auto vormt de
start van het project. Technici van de Volkswagengroep die zich bezighielden met
de ontwikkeling van de latere hypercar, zochten een mogelijkheid de nieuwe motor
te beproeven. Ze gebruikten daarvoor een op verschillende punten aangepaste
Lamborghini Diablo, van huis uit voorzien van een twaalfcilinder.
Dit experimentele voertuig maakt onderdeel uit van de collectie van Autostadt in
Wolfsburg, maar is dit jaar pas voor het eerst in het openbaar te zien. Museumcurator Sjoerd van Bilsen weet te vertellen dat Lamborghini-clubs uit verschillende
landen naar Den Haag komen om de auto te bekijken. De achterkant is open.
De motorafdekking is in Wolfsburg gebleven. Het gaat immers niet om de
buitenkant, maar om de krachtbron. Museumdirecteur Ronald Kooyman is trots op
het vertrouwen dat Autostadt in zijn museum heeft. Want niet alleen de
Lamborghini/Bugatti is naar Den Haag gekomen, ook het allereerste prototype
van de Veyron 16.4 (zestien cilinders, 4 turbo's). Zo’n uniek model sluit aan bij wat het Louwman Museum bezoekers
en liefhebbers graag voorschotelt: iets dat je (op dat moment) nergens anders in
de wereld kunt zien.
|
 |
|
|
HET ONTSTAAN VAN DE W16
De ontwikkeling van de motor in de Bugatti begon in 1997. Het verhaal
gaat dat Ferdinand Piëch - niet alleen topman van Volkswagen, maar ook
begenadigd technicus - een schetsje maakte van een krachtbron met 18
cilinders tijdens een reis in Japan,
aan boord van de snelle Shinkansen-trein. De cilinders stonden in een W-opstelling, met drie
rijen cilinders. Hij gaf opdracht de supermotor te ontwikkelen, nog
zonder idee voor welke auto binnen zijn concern die geschikt zou zijn.
Een jaar later kocht hij Bugatti, waarmee die vraag was beantwoord.
Piëch wilde de autowereld aftroeven en legde zijn ontwikkelaars zijn eisen
op: een vermogen van 1001 pk en een topsnelheid van 407 km/u. (Daarmee zou de Bugatti sneller zijn dan de
onder Piëch ontworpen Porsche 917 op Le Mans.) Die eisen bleken niet te
realiseren met het 18-cilinder blok, maar wel met eentje van16
cilinders, nu echter in de vorm van twee paren van acht
cilinders. Ze staan niet recht achter elkaar, maar verspringend (zie
foto). Daardoor kan het blok toch nog relatief compact blijven. Geen echte W dus, maar de aanduiding wordt niettemin gebruikt.
|
|
|
 |
De Lamborghini die eigenlijk geen
Lamborghini is, met een hart van Bugatti.
Om de Bugatti-motor passend te
krijgen, werd onder meer het onderstel aangepast.
De carrosseriepanelen zijn
achtergebleven in Wolfsburg. Het gaat immers om de ingebouwde krachtbron.
De karakteristieke vlinderdeuren van
de Diablo.
|
|
WEDERGEBOORTE VAN EEN LEGENDE
In 1952 kwam een einde aan de glorieuze periode van het automerk Bugatti.
Het verval was al eerder ingezet. Het merk leidde
een kwakkelend bestaan na de dood van Jean Bugatti, zoon van Ettore, in
1939 als
gevolg van een auto-ongeluk. Tot een echte naoorlogse opleving kwam het
niet.
Elf jaar na het sluiten van de fabriek kochten de gebroeders Schlumpf (oprichters van het fameuze museum in Mulhouse) de inventaris
waarmee het boek definitief gesloten leek.
De naam Bugatti bleef echter in kringen van autoliefhebbers doorklinken
als een klassieke symfonie, te mooi om nooit meer te spelen.
In 1987 kreeg de Italiaanse ondernemer Romano Artioli de mogelijkheid de
merknaam te kopen. Hij wilde Bugatti nieuw leven inblazen. Dat lukte
aanvankelijk, want in 1991
presenteerde hij de EB110 waarvan hij er in vier jaar 139 wist te
verkopen. Een winstgevende onderneming werd het
echter niet. De onderneming bleek niet levensvatbaar. Het einde
leek onomkeerbaar. Dat was het niet. In 1998 kocht de Volkswagengroep de merkrechten. Initiator van de aankoop was Ferdinand Piëch, kleinzoon van
Ferdinand Porsche en opgeklommen tot de machtigste man binnen het
bedrijf. Hij wilde een wereldconcern dat meespeelde in alle klassen en
kocht in dezelfde periode ook Bentley en Lamborghini. (Hij voerde een
stevige strijd met BMW bij de overname van Rolls-Royce/Bentley. Piëch
won, maar wist niet dat het recht op het merk Rolls-Royce geen onderdeel
was van de overeenkomst, waardoor dat merk in handen van BMW kwam.) Het
uit de as herrezen Bugatti presenteerde een aantal stijlstudies voordat
werd begonnen met de ontwikkeling van de zestiencilinder Veyron.
|
|
Prototype
Wie het museum binnenkomt en de achtergronden niet kent, kan even schrikken. Er
is een show van superlatieven aangekondigd en als
eerste zie je auto met een beschadigde voorbumper, een stuk ducttape achterop, een gehavend achterpaneel, missende achterlichten,
zonder grille of beeldmerk en nog
veel meer onvolkomenheden. Is dit nou wat je wilt laten zien? Ja! Dit is
namelijk een unieke auto, het allereerste prototype van de Veyron. Dat
wil zeggen van de combinatie van krachtbron en eigen carrosserie. Als je goed
kijkt, weet Van Bilsen te vertellen, zie je dat in dit stadium van
ontwikkeling rijkelijk gebruik is gemaakt van het magazijn van
Volkswagen. In dit prototype vind je onderdelen van onder meer de Volkswagen
Golf en Audi TT. De achterlichten zijn gemaakt voor een vrachtwagen.
Veel elementen en onderdelen moesten speciaal voor deze auto worden
ontwikkeld. De banden bijvoorbeeld. Omdat de auto een tot dan toe ongekende topsnelheid moest kunnen
bereiken, waren bestaande banden niet toereikend. Michelin ontwikkelde
voor de Veyron een nieuw type band. Ze werden getest bij de afdeling die banden
voor vliegtuigen maakt. Ze worden op de velgen gelijmd. Op topsnelheid zijn ze binnen een kwartier
al versleten, aldus Van Bilsen, er relativerend aan toevoegend dat dit geen
obstakel is. Voor die tijd is de tank namelijk al leeg! Overigens kosten die
banden wel een paar cent. Voor een setje nieuwe sloffen ben je enkele tienduizenden
euro's kwijt. Ze gaan maximaal zo'n anderhalf jaar of 4000 kilometer mee. Na
drie wissels zijn ook de velgen aan vernieuwing toe. Dan loopt de rekening al
gauw naar de ton. Ook andere
onderdelen zijn trouwens niet goedkoop. In een vitrine liggen wat voorbeelden:
een nieuw achterlicht kost 4.000 euro, een nieuwe koplamp 30.000.
Het uiterlijk van de Veyron was niet vanaf het begin een uitgemaakte zaak.
In eerste instantie gaf Piëch aan topontwerper Giugiaro de opdracht voor het
ontwerp van de nieuwe superauto van zijn net aangekochte merk Bugatti. In
aanloop naar het productiemodel stonden verscheidene concept cars op de
internationale autotentoonstellingen. Het uiteindelijke model is echter ontstaan
onder leiding van Volkswagens eigen chef van de ontwerpafdeling, Hartmut Warkuß.
Hij was naar verluidt ernstig gepikeerd dat Piëch niet direct de opdracht aan
hem had gegeven.
|
 |
Brochure van een van de concept cars,
getekend door Giugiaro.
Het allereerste prototype van de
Veyron waarbij de motor en het koetswerk bij elkaar zijn gebracht.
De auto is intensief getest en niet
vrij van beschadigingen.
Er werden eenvoudige vrachtwagenachterlichten
en onderdelen van gewone auto's gebruikt.
Een blik op het motorblok en alle
losse draden maakt duidelijk dat het nog een prototype is.
In het museum liggen in een vitrine
enkele onderdelen. Een achterlicht kost 4.000 euro, een koplamp 30.000.
Productiemodel
Op basis van de ervaringen met het prototype werd het productiemodel verder ontwikkeld.
Vele uren in de windtunnel en op proefterreinen, testen in de kou van het
Noorden en de verstikkende hitte van Death Valley in de Verenigde Staten waren
nodig om tot een betrouwbaar product te komen. Tussentijds bemoeide Piëch
zich er persoonlijk mee. Op gezag van de hoogste baas kwamen bijvoorbeeld de
luchtopeningen achter de voorwielen te vervallen.
In het Louwman Museum staat het uiteindelijke productiemodel
nu achter het prototype. Je hoeft niet eens met een loep te
kijken om verschillen te zien. Naast de gewijzigde voorspatborden en deuren valt
direct het opstaande randje op de neus in het oog, vanaf de grille naar achteren. Het is een stilistische verwijzing naar de Bugatti Type
57 Atlantic uit de tweede helft van de jaren dertig.
Aan aandacht heeft het de hypercar nooit ontbroken, al dan niet gestimuleerd
door de makers. Ik herinner me de Techno Classica in Essen van 2014, de verschillende
uitvoeringen in de showroom van het Volkswagenconcern aan Unter den
Linden in Berlijn en een blinkend exemplaar in het paviljoen van Autostadt.
|
 |
 |
De voorzijde van het prototype
(links) en het seriemodel (rechts).
De zijkanten van prototype en seriemodel.
En zo kwam het eindproduct na alle
ontwikkeling eruit te zien.
De stand van de uitklappende
achterspoiler is afhankelijk van de gereden snelheid.
Interieur van de Veyron (foto's:
Noël van Bilsen).
Prototype van de Veyron in 2009 in Berlijn.
De luchtuitlaten achter de
voorwielen zijn bij het productiemodel verdwenen.
Veyrons op de klassiekerbeurs
Techno Classica in Essen in 2014.
Een glimmende Veyron in Autostadt in
2015.
Supersport en open
Omdat stilstand achteruitgang betekent, ook in de wereld van de extremen,
ontwikkelden de technici een nog krachtiger en sneller variant, de Super Sport
(2010). Het vermogen nam toe tot 1200 pk, de topsnelheid tot 430 km/u. Ook deze
variant is te zien, uitgeleend door de Loh-collectie in Duitsland. Hiervan zijn
er 46 gebouwd, op een totale Veyron-productie van 450 auto’s.
Naast de gesloten coupé kwam er een Veyron met uitneembaar
dakpaneel, de Grand Sport. Dat paneel moest je trouwens wel thuis laten, want er was
geen ruimte in de auto om het mee te nemen. Mocht het toch gaan regenen, dan kon
je een soort paraplu monteren tussen raamlijst en rolbeugels. De top van de open
variant lag wel ‘wat lager’ dan van de coupé, maar nog altijd begrensd op 375
km/u.
Het museum heeft ook hiervan een exemplaar naar Den Haag weten te halen.
Het is een hele bijzondere en tegelijkertijd de duurste Veyron ooit gemaakt. De
auto is in de letterlijke zin uniek, een door de Franse kunstenaar Bernar Venet
in 2011 onder handen genomen Grand Sport. Hij maakte wiskundige vergelijkingen
en ingewikkelde berekeningen onderdeel van de buiten- en binnenkant van de auto.
De ingenieurs van Bugatti gingen de uitdaging aan om een open auto te
ontwikkelen die ook harder dan 400 km/u zou kunnen rijden. Dat resulteerde in de
Veyron Grand Sport Vitesse WRC, waarbij de letters WRC staan voor World Record
Car. Daarvan zijn er uiteindelijk acht gemaakt, allemaal in het zwart met
oranje.
Overigens is het bijzondere aan de Veyron dat de auto ook bij lage snelheden
uitstekend te bedienen is. In de stad rijden is geen probleem, mits je je
realiseert dat de auto wel erg breed is, vertelt Van Bilsen. Voor het overige
denk je in een Golf te rijden. Dat was ook de opdracht die Piëch aan de
ontwikkelaars meegaf: een auto voor overdag op een snelweg zonder
snelheidsbeperking en voor 's avonds om naar de opera te gaan.
|
Productiejaren
en -aantallen van de verschillende versies |
|
2005-2011 |
Veyron 16.4 |
252 |
|
|
2009-2015 |
Veyron Grand
Sport |
58 |
|
|
2010-2011 |
Veyron Super
Sport |
48 |
|
|
2012-2015 |
Veyron Grand
Sport Vitesse |
92 |
|
Veyron Super Sport, met een groter
vermogen (1200 pk), uitgeleend door The Loh Collection in Duitsland.
Rode accenten bij de motorruimte en
de platte luchtinlaten op het dak die de opstaande inlaten vervangen.
De Super Sport in 2013 als
blikvanger in de VW-showroom in Berlijn.
De open Veyron die in dit geval een
rijdend kunstwerk is.
Het dakdeel kan eruit. Maar niet in
de auto worden meegenomen! .
Wiskundige formules als deel van de
kunst.
Een geleidelijke overgang van
lichtbruin aan de voorkant...
...naar heel donkerbruin aan de
achterzijde.
Boven en hieronder: de open Veyron die de 400 km/u-grens
toch bleek te kunnen halen.
Deze auto behoort tot de Nederlandse
Perridon-collectie.
|
|
GENOEMD NAAR COUREURS
De Bugatti-modellen Veyron en Chiron zijn genoemd naar beroemde
autocoureurs.
Pierre Veyron (1903-1970) was in de autorensport actief tussen 1933 en
1953. Hij behaalde talloze overwinningen, onder meer met een Bugatti.
Hij won de 24 uur van Le Mans in 1939, samen met Jean-Pierre Wimille.
Veyron werd in 1932 testrijder voor Bugatti.
Louis Alexandre Chiron (1899-1979), geboren en overleden in Monaco, was
eveneens een gevierd coureur. In 1931 won hij de Grand Prix van
Frankrijk met een Bugatti Type 51. Verder nam hij in de jaren dertig verschillende keren deel aan de 24-uursrace van Le Mans,
overigens zonder de race ooit uit te rijden. Hij was succesvoller als Formule 1-coureur
in de jaren vijftig (dus op relatief hoge
leeftijd). Hij reed maar liefst 19 Grands Prix voor verschillende racestallen,
waaronder die van Maserati.
|
|
Galibier
In 2016 presenteerde Bugatti een opvolger voor de Veyron, de Chiron. In kringen van investeerders en rijke
verzamelaars had het herboren merk inmiddels stevig voet aan de grond gekregen.
In die groep is een miljoentje meer of minder geen beletsel voor een aankoop.
Sterker nog, om een Chiron te mogen kopen, moest je minimaal één Veyron in je
garage hebben staan. De eerste 200 waren al verkocht voordat de auto bestond.
Prijs 2,4 miljoen, exclusief belastingen.
Het was aanvankelijk de bedoeling als opvolger van de Veyron een vierdeurs
sportwagen te gaan maken, de Galibier. Een concept was te zien op de
Frankfurter autotentoonstelling van 2009. Op basis van de publieksreacties werd
een aangepast model ontwikkeld. Wat meer binnenruimte was gewenst. De vergroting
kwam de vorm niet ten goede. Van Bilsen weet te vertellen dat toen Piëch dat
uitgewerkte prototype zag, zijn reactie naar de toenmalige VW-topman Winterkorn
niet voor tweeërlei uitleg vatbaar was: "Hoe heb je dit kunnen laten
ontwikkelen?" Exit Galibier. Het model van de autoshow is er nog steeds. Ronald
Kooyman had het graag onderdeel laten zijn van zijn tijdelijke expositie, maar
de Duitsers van Volkswagen wilden er niet mee naar buiten.
|
 |
Publiciteitsfoto van Bugatti/Volkswagen
van destijds van de Galibier.
De volgende Bugatti werd toch weer
een lage coupé.
Chiron
De Chiron is er wel. De buitenkant is uniek vormgegeven en duidelijk afwijkend
van zijn voorganger. De auto werd grotendeels getekend door de Russische
auto-ontwerper Sasha Selipanov, lid van het designteam onder leiding van Achim
Anscheidt. Anders dan bij de Veyron die deels nog aluminium carrosseriedelen
heeft, is de hele buitenkant van
koolstofvezel. Opnieuw zette Bugatti een coupé in de schijnwerpers en opnieuw
werden bakens verzet. Uit de W16-motor wisten de technici 1500 pk te persen die
net als eerder de vier wielen aandreven. In 2,4 seconden zit je op honderd, in afgerond zes
tellen op tweehonderd en in dertien op driehonderd. Bij 420 km/u houdt het op
omdat de fabrikant dat wil. Er is een aangepaste versie ontwikkeld waarmee
coureur Andy Wallace de grens van 490 km/u aantikte. Dat leidde tot de Chiron
Super Sport 300+, waarvan er 30 zijn gemaakt. Van Bilsen: “De naam 300+ wijst op
de snelheid in mijlen. De 500 km/u werd net niet gehaald en je kunt een auto
moeilijk 500- noemen.” Volgens Van Bilsen was de zeer ervaren coureur er niet
toe over te halen om te testen of die grens van 500 ook bereikt kon worden. Na de
rit zou hij gezegd hebben: dit was de eerste en de laatste keer.
Voor gebruik op de weg zijn dit allemaal nutteloze
snelheden, maar in deze klantenkring geldt zwaarder dat het kán en dat je kunt
zeggen er eentje in je collectie te hebben.
|
 |
Opnieuw stijlinvloeden van de
Atlantic. De motor bleef in opzet dezelfde,
maar nu met 1500 pk.
Interieur van de Chiron (foto's:
Noël van Bilsen).
De ultieme Chiron, de Super Sport
300+. Top 490 km/u.
Driehonderd plus klinkt toch beter
dan vijfhonderd min.
De oranje belijning is doorgetrokken
tot over het dak.
|
|
GESNEUVELDE AMBITIES
De aankoop van Bugatti was één van de opzienbarende acties van de immer ambitieuze Ferdinand Piëch. Hij
wilde laten zien waartoe het Volkswagenconcern in staat was, in de race
om de grootste autofabrikant ter wereld te worden. Op zijn gezag
ontstond ook het themapark Autostadt in Wolfsburg, en de prestigieuze en
pretentieuze ‘Gläserne Manufaktur’ in Dresen voor de productie van de Volkswagen Phaeton.
Medewerkers in stralend witte overalls zetten de super-Volkswagen in
elkaar in een volledig transparante fabriek met overal parketvloer. Hoe
goed de auto ook was, daarover zijn de meningen niet verdeeld,
commercieel was het een mislukking.
Piëchs ambities leidden tot een werksfeer waarbij hij medewerkers tot het uiterste
dreef. Zijn aanvankelijke protégé Martin Winterkorn nam die lijn over.
Tegenspraak werd niet geduld. Kan niet,
bestaat niet. Dat leidde uiteindelijk tot wat de sjoemelaffaire of Dieselgate is gaan heten: de fraude met metingen van de uitstoot van
schadelijke stoffen van dieselmotoren. Dat heeft Volkswagen miljarden
gekost.
In 2019 overleed Piëch. De fabriek in Dresden is inmiddels geen
productielocatie meer en wordt deels verhuurd. In 2021 verkocht Volkswagen de
meerderheid van de Bugatti-aandelen aan de Kroatische autobouwer Rimac. Porsche
als dochteronderneming hield tot begin dit jaar nog een minderheidsbelang van 45%,
maar deed toen de aandelen over. De band van Bugatti en Volkswagen is
daarmee - op de historie na - geheel doorgesneden.
|
|
Vijf miljoen
De laatste van de negen auto’s van de tijdelijke tentoonstelling is een Bugatti W16 Mistral uit 2022, technisch
gezien een open versie van de Chiron, maar duidelijk anders van vorm. In eerste
instantie leek een dakloze Chiron technisch niet haalbaar. Toen bleek dat
liefhebbers er wel vijf miljoen voor over zouden hebben, werden de technici
alsnog aan het werk gezet. Als je maar betaalt, kan blijkbaar alles. Ze slaagden
in hun opdracht. De auto werd leverbaar toen de laatste Chiron uit het atelier
in Molsheim was gerold. Bugatti bouwde 99 exemplaren van de Mistral, waarmee de
historie van de W16 – op twee eenmalig gemaakte speciale modellen na – tot een
einde kwam. Piëchs geesteskind ging onderdeel uitmaken van de voltooid verleden
tijd, geslaagd voor zijn opdracht om grenzen te verleggen..
Omdat huidige grenzen niet die van morgen zijn, zal de Kroatische fabrikant nieuwe doelen stellen. Er komen andere Bugatti's, zonder
de hier getoonde W16 onder de kap. Het
roemruchte Franse merk ademt niet langer de geest van Piëch. ■
|
 |
Voor een prijs van vijf miljoen
(zonder belasting) kon je deze Mistral kopen.
Anders dan bij de Veyron en Chiron
zijn de koplampen verticaal geplaatst. Dat zorgt voor een eigen gezicht.
De auto is zo afwijkend van de
Chiron dat deze een eigen naam kreeg.
Wat je ook van een auto van vijf
miljoen vindt, de achterzijde is indrukwekkend.
Interieur van de Mistral.
Met de Mistral werd het hoofdstuk
Volkswagen in de Bugatti-historieboek afgesloten.
Nog eenmaal een blik op het eerste
hoofdstuk, de allereerste Veyron.
|