|
Auto's
Franse presidenten
Colombey-les-Deux-Églises (F)
●
Tentoonstelling presidentiële auto's
●
De Gaulle en de DS
●
Ongewenste Amerikaanse Renault
●
Verlengde open SM
●
Tegenwoordig alledaagser modellen
juni 2025
Heiligschennis om negen auto's
Negen auto’s van voormalige Franse presidenten zijn deze zomer bij elkaar
gebracht voor een tijdelijke expositie in het Mémorial Charles de Gaulle in
Colombey-les-Deux-Églises. Dat is aanleiding voor een kort bezoek aan het
museum, op weg naar huis als afronding van een reis door Frankrijk.
 |
Colombey-les-Deux-Églises. Het is
zo’n plaatsnaam die blijft hangen als je hem een paar keer hebt gehoord, ook al
is het in een ver verleden. Het ritme van de lettergrepen en de klanken nestelen
zich in je geheugen. Het is zestig jaar geleden dat het Franse dorpje geregeld
langskwam in de bespiegelingen van mr. G.B.J. Hiltermann in zijn wekelijkse
radiobeschouwing over De Toestand in de Wereld, op zondagmiddag na enen bij de
Avro. Het ging dan over de binnen-, maar vooral buitenlandse politiek van
president Charles de Gaulle (1890-1970), tussen 1959 en 1969 de eerste man van
Frankrijk. Hier woonde hij, in Colombey-les-Deux-Églises, 130 kilometer ten
noorden van Dijon, 250 ten zuidoosten van Parijs. Ten tijde van zijn
presidentschap was hij er tijdens de weekenden. Op het plaatselijk kerkhof ligt
hij begraven. De Gaulle was een markante politicus met uitgesproken ideeën en
een imposante militaire loopbaan voordat hij de politiek inging. Als officier
vocht hij tijdens de Eerste Wereldoorlog in de Slag bij Verdun en tijdens de
Tweede Wereldoorlog was hij leider van de Franse regering in ballingschap. Ter
nagedachtenis en als eerbetoon is er even buiten de bebouwde kom een Mémorial
opgericht. Het in 2008 geopende museum is gewijd aan zijn werk, leven en
inzichten. Het is een belangrijke trekpleister voor het dorp van nog geen 700
inwoners.
 |
Maquette van het herdenkingscentrum annex museum.
Het
huis van Charles de Gaulle (foto: wikipedia). Inzet: De Gaulle
(foto: Bundesarchiv).
Heiligschennis
Het voelt als heiligschennis als we bij de ingangsbalie verklaren alleen voor de
auto’s te komen. Er is immers zo veel meer te zien en te lezen. De Gaulle
is voor Frankrijk en de naoorlogse Europese verhoudingen van grote betekenis
geweest. Dáár draait het hier om en daarvoor komt de doorsnee bezoeker. De
expositie over presidentiële auto’s is niet meer dan een aardige aanvulling,
vermoedelijk vooral om het museum weer onder de aandacht te brengen. Het
Mémorial Charles de Gaulle stond niet op ons reisprogramma, anders hadden we er
meer tijd voor uitgetrokken. Onderweg maakten posters ons attent op de
bijzondere auto-expositie. Een blik op de kaart leerde, dat de omweg op weg naar
huis ongeveer twintig kilometer zou zijn. Een onderbreking van de terugreis met
een uurtje zou wel passen.
Het blijkt mogelijk kaartjes voor alleen de auto-expositie te kopen, tegen een
zeer gereduceerd tarief vergeleken met de reguliere toegangsprijs. Ze hebben
kennelijk op schenners gerekend.
 |
De
tijdelijke tentoonstelling in de hal van het Mémorial
Verzorgd
De tentoonstelling omvat negen auto’s van Franse presidenten; niet alleen van De
Gaulle, al ligt er wel een accent op zijn ambtsperiode. Opmerkelijk genoeg
ontbreekt de meest uitgesproken De Gaulle-auto, de lange en brede DS
Présidientielle (zie onderaan dit verslag). Gelukkig ben ik die eerder tegengekomen bij een expositie in
Brussel.
De opstelling is simpel, maar mooi en zeer verzorgd. Alle auto’s staan
ver uit elkaar en zijn van alle kanten te bekijken. Grote panelen aan de muur
geven achtergrondinformatie over de auto zelf en over de betekenis in relatie
tot de betreffende president. Alle teksten zijn in het Frans, maar via een QR-code kun je een vertaling op je telefoon lezen.
Het is
ruim opgezet, met veel ruimte om de auto's heen.
Buitgemaakte Horch
De rij presidentsauto’s begint met een buitenbeentje, een Duitse Horch 830 BL
cabriolet, gebouwd tussen 1938 en 1940. Het is de enige niet-Franse auto (als je
de Rambler-Renault van Chapron tenminste Frans wilt noemen).
Hiermee rijdt De Gaulle op 18 juni 1944 via de Champs-Elysées Parijs binnen om
de bevrijding van de stad te vieren. Daarna gebruikt hij hem nog
een aantal jaren als dagelijkse dienstauto. Het verhaal gaat dat de auto van de
Duitse generaal Dietrich von Choltitz was, de militair gouverneur van Parijs in
1944, die ondanks Hitlers bevel tot het afbranden van Parijs de stad spaarde. De
Horch zou door de mannen van kolonel Rol-Tanguy zijn overgedragen aan generaal
De Gaulle. Hij werd later verkocht.
Na een aantal omzwervingen in de wereld behoort de auto nu tot de
klassiekercollectie van Audi in Ingolstadt.
De
Gaulle gebruikte deze Horch 830 BL tijdens zijn intocht in Parijs in
1944.
De
fraaie cabriolet is geheel gerestaureerd en in het bezit van Audi.
Op
panelen aan de muur staat enige achtergrondinformatie over iedere auto.
Goed geveerde Traction Avant
Op 67-jarige leeftijd keert De Gaulle in 1958 terug naar de politiek, vanwege de instabiele politieke
situatie in zijn land. Dat heeft onder meer te maken met de sterk verdeelde
opvattingen in het land rond de
positie van de kolonie Algerije. Hij rijdt dan in een zescilinder Traction Avant 15/6 H van 1954, de versie die al is voorzien van de
hydropneumatische vering die de DS beroemd zal maken. De Traction was tijdens de
oorlog een gewild model voor zowel de bezetter als het verzet. De auto van De
Gaulle heeft extra schijnwerpers om in het donker de route van zijn huis
naar Parijs veiliger te kunnen afleggen. Op het spatbord wappert de Franse vlag met het Lotharingse kruis, het
symbool dat De Gaulle na aan het hart lag. Op de heuvel bij zijn woon- en
sterfplaats is een 44 meter hoog kruis neergezet.
De
Gaulle reed in deze Traction Avant toen hij ervoor koos opnieuw de
politiek in te gaan.
De auto
is voorzien van extra schijnwerpers op de bumper.
De
15/6H heeft al de hydropneumatische vering die de DS beroemd zou maken.
DS met open dak
Eenmaal weer in het centrum van de politieke macht, verkiest De Gaulle voor zijn
persoonlijk vervoer de DS
boven alle andere auto’s. Het regeringscentrum,
het Élysée, laat twee DS 19’s voorzien van een open dak. Daarmee trekt de
president het land door. De open bovenkant geeft de mogelijkheid in de auto te
gaan staan. Het kenteken is 3 PR 75, waarbij het laatste getal verwijst naar
Parijs en de letters naar de president. Bij het officiële regeringsvoertuig
begint het kenteken met een 1. De getoonde DS is een latere versie met een
wat beperkter open dak. Tegenwoordig is de auto in particulier bezit.
Eigenaar Michel Offre heeft haar (een DS is vrouwelijk) afgestaan voor deze expositie.
De DS
was dé favoriete auto van De Gaulle.
Om in
de auto te kunnen staan, is een open dak ingebouwd.
De auto
is in particulier bezet en even uitgeleend voor de expositie.
Een
foto uit 1963, De Gaulle in een DS van het eerste type met andere
bumpers dan het model van de expositie (foto: wikipedia).
DS19 en moordaanslag
Er is nog een DS, eigendom van het Mémorial en verwijzend naar een veel
beschreven aanslag op de president. Op 22 augustus 1962 rijden De Gaulle en zijn
vrouw ermee van het Élysée naar een vliegveld in de buurt om van daar terug te
vliegen naar hun woonplaats. Ze zitten in een zwarte DS,
gevolgd door een tweede DS van de beveiliging en worden vergezeld door
motoragenten. Bij Petit-Clamart wordt op de presidentiële auto geschoten, onder
meer vanuit een Renault Estafette. Het is een voorbereide actie. Er worden 187 kogels afgevuurd, waarvan 14 de
auto raken. De aanslagplegers mikken ook op de banden, maar die zijn kogelwerend
gemaakt. Toch raakt één band lek, maar de DS kan door zijn veersysteem op drie
wielen rijden. De Gaulle noch zijn vrouw raken gewond. Vanaf dat moment wil de
president alleen nog in een DS rijden. De aanslag wordt toegeschreven aan de
geheime rechts-extremistische para-militaire Organisation de l'Armée Secrète
(OAS) die zich hevig verzet tegen De Gaulles beleid om Algerije
onafhankelijkheid te maken. Met bomaanslagen en rechtstreekse moorden probeert
de terroristische organisatie de politieke koers te veranderen. Het kost
uiteindelijk 12.500 mensen het leven. De leider
van de aanslag op De Gaulle krijgt de doodstraf, in 1963 uitgevoerd via een
vuurpeloton.
Het museum wekt de suggestie dat de DS die hier staat, de auto van de aanslag is.
Weliswaar nadien gerestaureerd, maar voorzien van stickers waar de kogelgaten
zaten. Het informatiebordje is niet expliciet. Dat heeft een reden. Verschillende
deskundigen zijn ervan overtuigd dat het om een replica gaat. De echte DS is na
de restauratie verkocht, betrokken geraakt bij een ernstig ongeluk en daarbij
onherstelbaar beschadigd. Het museum hult zich in een stilzwijgen.
 |
|
De
Gaulle ontkomt in 1962 aan een moordaanslag als zijn DS onder vuur wordt
genomen.
De
grote vraag: is dit echt de auto van de aanslag? Deskundigen menen van
niet.
Ongewenste Rambler
De aanslag van 1962 maakt duidelijk dat de president een beter beschermde auto
moet hebben. De ronde voorruit van de DS is met de techniek van toen niet
kogelvrij te maken. Renault ziet een kans om het staatshoofd van automerk te
laten veranderen. Het bedrijf laat een Renault Rambler door Henri Chapron
aanpassen en voorzien van een nieuw gepantserd koetswerk. De panoramische
achterruit is vervangen door veel vlakker kogelvrij glas, waardoor een merkwaardig gevormde C-stijl
is ontstaan. Door de
bepantsering is het gewicht 2,5 ton, maar de V8 heeft voldoende vermogen:
250 pk. De wagen lust wel een slok. Met een liter benzine kom je niet verder
dan drie tot vier kilometer.
De Gaulle moet niets van de auto hebben. Hij vindt het comfort achterblijven bij
dat van zijn geliefde DS, maar er speelt meer. De Renault is in de basis
een Amerikaanse auto, door Renault in het Belgische Vilvoorde geassembleerd en
door de eigen verkooporganisatie op de markt gebracht in Europa. Vanaf zijn tijd
als generaal heeft De Gaulle een hekel aan de Amerikanen. Dat is overigens
wederzijds. Hoe beveiligd ook, de auto blijft grotendeels ongebruikt in de garage
staan. Behalve in 1970 bij het bezoek van maarschalk Tito van
Joegoslavië. Afgezien van De Gaulles weerzin, is het ook niet de elegantste
creatie van Chapron, om het vriendelijk te zeggen.
 |
De
Rambler Renault die De Gaulle niet zag zitten.
Dit is
niet het meest geslaagde ombouwproject van Chapron.
De
Amerikaanse achtergrond zinde De Gaulle niet. Hij wilde een echte Franse
auto.
Links:
de beenruimte is niet overbemeten. Rechts: het glas is enkele
centimeters dik.
Bij het
bezoek van Tito werd de auto gebruikt.
Verlengde SM
De naam Henri Chapron prijkt op nog een presidentiële auto, voor velen
ongetwijfeld het topstuk van deze tentoonstelling: een met 71 centimeter tot
5,60 meter verlengde Citroën SM. De voordeuren zijn ingekort en er kwamen twee
achterdeuren bij. De statige auto, uitgevoerd in een chique grijze kleur, wordt
in 1971 in opdracht van het kabinet van president Pompidou in tweevoud gebouwd.
De SM is de opvolger van de grote DS die hier ontbreekt. De auto heeft dezelfde
Maserati-motor als iedere SM. De versnellingsbak is wel aangepast om het
mogelijk te maken langere tijd met een lage snelheid te rijden. Het geheel weegt
1780 kilo. Op 15 mei 1972 is de Britse Koningin Elisabeth de eerste gast op de
achterbank. Volgens de overleveringen bleven de extra zitjes voor de tolken
leeg. De vorstin sprak goed Frans.
De auto blijft lange tijd in gebruik en is onder meer
ingezet bij de inauguratie van de presidenten Mitterand in 1981 en Chirac in
1995. Een leuk detail: om de passagiers het zicht niet te ontnemen, hebben de
voorstoelen geen hoofdsteunen.
 |
De
verlengde Citroën SM. De sportcoupé is omgebouwd tot een statige
limousine.
Maar
liefst 5,60 meter is de auto lang.
Het
presidentieel symbool voorop (de nummerplaat deels afdekkend) en
rood-wit-blauw bij de velgen.
Koningin Elisabeth van Engeland was de eerste gast die mocht meerijden.
Het
naamplaatje van de bouwer op het voorspatbord.
Vanwege
de luchtvering staat de auto op blokken.
Verhoogde Peugeot 604
Een derde Chapron is een verlengde, verhoogde en bepantserde Peugeot 604 uit
1976, ter beschikking gesteld door het Peugeot-museum in Sochaux. De auto is de
favoriet van de lange Giscard d’Estaing. Er is achterin meer dan genoeg hoofd-
en beenruimte. Op de voorzijde zien we zowel de Franse als de Duitse vlag. Met
deze limousine reist de Franse president samen met de Duitse bondskanselier Helmut Schmidt, de goede relatie tussen de beide landen benadrukkend. Dat het
roestduiveltje geen boodschap heeft aan status of belangrijkheid, bewijzen de
blaasje bij de rand van de motorkap. Ook een presidentieel voertuig is niet vrij van roestvorming van binnenuit, een berucht fenomeen bij Peugeot
(en andere merken).
De foto op het informatiebord toont overigens een andere versie, met een ruit in de C-stijl.
Giscard
d'Estaing voelt zich thuis in de verlengde en verhoogde 604.
De
ombouw is het werk van Henri Chapron.
Anders
dan de foto op het bord, heeft deze versie geen ruit in de achterstre
stijl.
Ruimte
genoeg!
Renault Safrane en Citroën C6
Twee nieuwere auto’s zijn minder spraakmakend. Ze staan in het halfdonker achter
de 604. De eerste is een voor president Mitterand met 25 centimeter verlengde
maar niet gepantserde Renault Safrane Baccara, uitgevoerd in het donkerblauw en
voorzien van een V6-motor van 3 liter. De aanpassing is het werk van
koetswerkbedrijf Labbé en het meest zichtbaar bij de middenstijl. Ook zijn
opvolger Chirac
gebruikt de auto nog lange tijd. Vandaag de dag is de Safrane onderdeel van de
historische collectie van Renault.
De laatste auto is een Citroën C6 uit de tijd van Chirac. Hij neemt de
auto in 2005 in gebruik op de nationale feestdag op 14 juli, volgens het informatiebord
nog voor de officiële publiekspresentatie van het model op de Geneefse
autotentoonstelling van november. Dat klopt echter niet. De show van Genève is
altijd in het voorjaar. De auto staat nog steeds in de presidentiële garage en
is ook gebruikt door de presidenten Sarkozy, Hollande en Macron.
 |
De
verlengde Renault Safrane. Let op de middenstijl.
Door de
verlenging is extra beenruimte ontstaan.
De auto
is uitgevoerd in een speciale kleur blauw.
De
nieuwste presidentiële auto van de show is weer een Citroën, de C6 van
Chirac.
Er is
mooi zicht op het interieur.
De C6
was de laatste echt grote Citroën.
Weinig spraakmakend
Achter de C6 wordt een filmpje afgedraaid met een serie foto’s van het gebruik
van de verschillende modellen door de jaren heen. Daar komt ook de bijzondere DS van De Gaulle langs, alsmede speciale koetswerken op basis van de Traction
Avant. Daarmee vergeleken laten de Franse presidenten van de afgelopen tijd zich
vervoeren in weinig spraakmakende auto’s, gebaseerd op seriemodellen. Zo maakte
Hollande gebruik van een DS5 Hybrid4 en Renault Espace en staan voor Macron
onder meer een Espace, Peugeot 5008 en een DS7 Crossback met open dak klaar.
Gepantserd, dat wel.
Moderne
Franse presidenten hebben veel minder spraakmakende auto's.
Verschillende standaards
De tentoonstelling gaat ook in op het gebruik van de presidentiële standaard.
Wanneer het staatshoofd in de auto zit, komt die rechtsvoor op het spatbord. In
het verleden verschilde de vorm van president tot president. Zo wilde De Gaulle
in 1958 in het witte vlak van de Franse driekleur het kruis van Lotharingen,
liet Pompidou in 1969 zijn initialen aanbrengen, koos Giscard d’Estaing in 1974
voor een symbool met eikenbladeren en Mitterand in 1982 voor een olijfboom. Hij
was de laatste president met een eigen vaandel.
Tot en
met Mitterand kozen de presidenten hun eigen standaard.
Levensverhaal
Negen auto’s slechts. En toch een interessante tentoonstelling met ook nog wat
politieke geschiedenis. Als we na een uur het gebouw weer verlaten, komt een
hele schoolklas binnen. Ze komen vast niet voor de auto’s, maar voor het
levensverhaal van een prominente staatsman, als onderdeel van hun
geschiedenislessen. In dat geval kunnen zij zonder enige vorm van schaamte naar binnen.
■
De verrassend ontbrekende auto is de
verlengde Citroën DS van Charles de Gaulle. Hieronder wat opnamen, in 2015
gemaakt bij een speciale DS-expositie in Autoworld in Brussel.
Chapron maakte de auto in 1968 in
opdracht van en naar een ontwerp van de Citroën-fabriek.
De auto meet meer dan
zes-en-een-halve meter en is meer dan twee meter breed.
Een indrukwekkende verschijning. Let
op de ronde scheidingsruit.
Alleen aan de voorkant is er een
gelijkenis met de gewone DS, hoewel alle onderdelen verschillen. Rechts de
scheidingsruit.
Van achteren valt pas goed op hoe
hoog het bovenste deel van de auto is.
|