|
Engelse auto's en musea
Gaydon - Beaulieu (UK)
●
Bezoek aan Heritage Motor Centre
●
Bezoek aan The National Motor Museum
●
Verval van de Britse auto-industrie
●
Engelse autohistorie in musea
●
De erfenis van British Leyland
●
Bentley-dealer op het platteland
augustus 2005, aanvullingen t/m september 2016
Voltooid verleden tijd
Het Verenigd Koninkrijk produceert jaarlijks anderhalf miljoen auto´s. De
bedrijfstak is met tienduizenden arbeidsplaatsen een belangrijke bron van
werkgelegenheid. Toch is eigenlijk geen sprake meer van een Britse
auto-industrie. De paar overgebleven merken zijn onderdeel van internationale
concerns en op een aantal fabrieken staan buitenlandse namen.
De echte Engelse
auto is iets van vroeger. Voor een nadere kennismaking moet je terug in de tijd.
Twee vooraanstaande Engelse automusea bieden die mogelijkheid, met veel gevoel
voor traditie.
Voorjaar 2005. Alle kranten schrijven er over: MG Rover is failliet. De enige
kans op redding was overname door Shanghai Automotive Industry Corporation (SAIC,
ruim 600.000 auto’s in 2004, 56.000 werknemers). De Chinezen zien er echter geen
brood in. Duizenden werknemers staan op straat. Engeland is geschokt. Dit is het
definitieve einde van de Engelse auto-industrie, concluderen de media. Dat
klopt, maar eigenlijk ook weer niet. Dat einde is er al in 1994 als BMW de
Noordzee oversteekt. Die overname blijkt vervolgens een grote mislukking. Zes
jaar lang pompen de Duitsers miljarden euro’s in het bedrijf in de hoop dat het
ooit weer winst zal gaan maken. Het blijkt ijdele hoop. De spreekwoordelijke put
is bodemloos. De BMW-top maakt verkeerde strategische keuzes, onderschat de
cultuurverschillen tussen Engelsen en Duitsers en krijgt de interne organisatie
niet op orde.
In 2000 neemt de Britse investeringsmaatschappij Phoenix Rover voor een
symbolisch bedrag over. De fabriek is weer Engels. Maar echte bloei blijft uit.
Het sterven is onontkoombaar; alleen de lijdensweg is verlengd. Goed lopende
bedrijfsonderdelen blijven buiten de overeenkomst. BMW verkoopt Land-Rover aan
Ford en houdt de succesvolle Mini zelf. Eén troost: de productie blijft –
vooralsnog – in Engeland. Bij de fabriek aan de rand van Oxford wapperen
vrolijke Mini-banieren. Het bord bij het toegangshek is echter duidelijk: BMW
Works.
|
 |
 |
De Rover 75 markeert het einde van
een tijdperk. MG Rover houdt op te bestaan.
Sluitstuk
Het faillissement van MG Rover is het sluitstuk van een sectorbrede
ontwikkeling. Van de ooit roemrijke Engelse auto-industrie is weinig meer over.
Een paar kleine onafhankelijke fabrikanten van exotische modellen zijn niet meer
dan franje. De kern ging al veel eerder verloren. De Rootes-groep – met merken
als Hillman, Humber, Singer en Sunbeam – kwam eerst onder Amerikaans gezag van
Chrysler, werd later overgedaan aan Peugeot en daarna snel ontmanteld. Bij
British Leyland, voorloper van MG Rover, volgde de ene saneringsronde de andere
op. Beroemde merken als Austin, Morris, Wolseley, Riley en Triumph verdwenen.
Overgebleven merken en fabrieken zijn door buitenlandse ondernemingen ingelijfd.
Jaguar en sportwagenfabrikant Aston Martin zijn onderdeel van Ford. Lotus is
tegenwoordig Maleis en TVR heeft een Russische eigenaar. De trots van Engeland,
de makers van ‘de beste auto’s ter wereld’, Rolls-Royce/Bentley, kwam in Duitse
handen. Bentley behoort tot het Volkswagen-concern en Rolls-Royce is van BMW.
Om het beeld van onttakeling compleet te maken: ook de dochterbedrijven van de
Amerikaanse giganten verloren in de loop der jaren hun zelfstandigheid en eigen
modelpolitiek. Een Ford Cortina die zich onderscheidt van een Duitse Taunus is
jeugdsentiment. Een Vauxhall Viva als alternatief voor een Opel Kadett is iets
uit de oude doos. De Europese vestigingen werden geïntegreerd, waarbij de
Duitsers de toon zetten. Alleen het rechtse stuur en kleine
uitvoeringsverschillen maken tegenwoordig het verschil.

Wereldmarkt
En dan te bedenken dat British Leyland bij het ontstaan in 1968 een
vooraanstaande speler op de wereldmarkt is. Het is de op vier na grootste autofabrikant
ter wereld (na de Grote Drie van Amerika - General Motors, Ford en Chrysler - en
Volkswagen). Het door vele fusies gevormde conglomeraat van merken en
bedrijven heeft een breed aanbod, van de spectaculaire Mini tot de deftige
Jaguar. Rover is nog hét symbool van Britse degelijkheid en standing, MG roept
bij veel liefhebbers warme gevoelens op. Dat is vóór de tijd van de eindeloze
stakingen, de belabberde kwaliteit, mismanagement, slechte modelpolitiek, de
te trage integratie van de verschillende bedrijfsonderdelen en de uiterst
ongunstige wisselkoers van het Engelse pond. Het concern raakt
snel in verval. De oliecrisis van 1973 bespoedigt die ontwikkeling. De
socialistische regering ziet geen andere mogelijkheid dan nationalisatie om het
bedrijf overeind te houden en de werkgelegenheid veilig te stellen.
 |
 |
De Austin Allegro en Princess waren
allerminst succesvol en kenmerkten zich door slechte kwaliteit.
De Morris Marina kon in eigen
land de concurrentie van onder meer de Ford Cortina niet aan.
Mislukkingen
De auto’s
weerspiegelen de stand van zaken. De controversieel vormgegeven Princess en de
compacte middenklasser Allegro – met vierkant stuur en zonder derde of vijfde
deur – zijn regelrechte mislukkingen. De fraaie Jaguar XJ6 wordt enthousiast
ontvangen, maar heeft al snel een abonnement op garagebezoek. Op de buitenlandse
markten spelen de auto’s geen rol van betekenis meer. Ook steeds meer Britten
kopen liever een betrouwbare Japanner. Het aandeel van de Engelse merken op de
thuismarkt daalt van 1970 tot 1990 van negentig tot onder de vijftig procent.
Engeland is nu nog slechts een autoproducerende natie in uitvoerende zin. De
nieuwe fabrieken zijn van Japanse merken: Toyota, Nissan en Honda. De oude
fabrieken zijn gesloten of door buitenstaanders gemoderniseerd. De besluiten
vallen in directiekamers elders in de wereld. Voor de échte Engelse auto moet je
niet naar de showroom maar naar het museum. En hoe je ook over ze oordeelt, op
één punt zijn de Britten niet te verslaan: het koesteren van het verleden. Het
zit in de genen. Dat laten ze zien in de wereldberoemde universiteitssteden
Cambridge en Oxford, bij het magische oermonument Stonehenge en de befaamde
Romeinse baden van Bath, om maar eens een paar voorbeelden te noemen. Dat doen
ze op autogebied met twee musea, ieder met een eigen bijzondere achtergrond.
|
|
Overnames, fusies,
verkopen en verval
1927
William Morris neemt Wolseley over
1931
Overname Lanchester door Daimler
1935 Wolseley gaat over naar Morris Motors
1938 Morris Motors neemt Riley over
1938 Formatie Nuffield Group: Morris, MG, Riley,
Wolseley
1944 Overname Triumph door Standard
1946 Overname Vanden Plas door Austin
1952 Fusie Austin en Nuffield Group: British
Motor Corporation
1955 Laatste Lanchester
1960 Overname Daimler door Jaguar
1961 Overname Standard-Triumph door Leyland Motor Corporation
1963 Laatste Standard
1966 Fusie BMC en Jaguar: British Motor Holdings
1967 Overname Rover door Leyland Motor
Corporation
1968 Fusie BMH en Leyland: British Leyland Motor Corporation
1969 Laatste Riley
1975 BLMC wordt British Leyland - aandelen van Britse Staat
1975 Laatste Wolseley
1978 British Leyland wordt BL,
meer zelfstandigheid merken
1980 Laatste Vanden Plas
1982 BL wordt Austin Rover
1984 Privatisering Jaguar
1984 Laatste Triumph en laatste Morris
1986 Austin Rover wordt Rover Group
1987 Overname Leyland (vrachtwagens) door DAF
1987 Laatste Austin
1988 Privatisering Rover Group - onderdeel
British Aerospace
1989 Overname Jaguar door Ford
1994 Overname Rover Group door BMW
2000 Verkoop Land-Rover aan Ford
2000 Verkoop Rover Group
aan investeerders; BMW behoudt Mini
2000 Nieuwe naam voor Rover Group: MG Rover
2005 Faillissement MG Rover
2005 Voortzetting MG door Chinees bedrijf SAIC
2008 Ford verkoopt Jaguar en Land-Rover aan Tata
|
|
|
|
|
|
De merken van British Leyland
|
1. Heritage Motor Centre: de nalatenschap van British Leyland
Neem de M40 van Londen naar Birmingham en verlaat de weg na
90 mijl bij Junction 12, afslag Gaydon. Richtingborden leiden je naar het
Heritage Motor Centre, vlak bij de snelweg. Hier bevindt zich de grootste
collectie Britse klassieke auto’s ter wereld. Het opvallende ronde gebouw is
onderdeel van een wijds landgoed, ver weg van de bewoonde wereld. De
toegangsborden bij de ingang maken duidelijk dat hier ook afdelingen van Jaguar
en Land-Rover zijn gevestigd. Het zijn ontwikkelcentra. Het kan dan ook zomaar
gebeuren dat je op weg naar het museum een zwaar gecamoufleerd nieuw model
Jaguar tegenkomt. Er is nog meer autobedrijvigheid in Gaydon. Even verderop
staat een nieuwe fabriek van Aston Martin.
Naar goede Britse traditie is het gras keurig kort gemaaid. Het is duidelijk dat
het imposante complex een paar pond heeft mogen kosten. Een geasfalteerd voetpad
brengt je via een kleine heuvel van de ruime parkeerplaats naar de ingang, aan
de achterkant, op de eerste etage. Voorbij het restaurant en de uitgebreide
winkel is er een kleine thematentoonstelling. Moderne auto’s met alternatieve
energiebronnen zijn het onderwerp. Op dit niveau liggen ook de conferentie- en
studieruimten. Een roltrap brengt je vervolgens naar het museum, een etage
lager.
|
 |
 |
Het gras op weg naar de
ingang is, naar goede Engelse traditie, keurig kort gemaaid.
Direct voorbij de ingang is er een
tentoonstelling over elektrisch vervoer met een melkwagen als aandachttrekker.
De hal is propvol, met aan de
zijkant een chronologische opstelling.
Erfgoed
De wortels van de collectie liggen in de jaren zeventig. British Leyland
richt een afzonderlijk bedrijf op om het historisch erfgoed veilig te stellen.
Eind jaren tachtig – BL heet inmiddels Rover Group – besluit men een centrum te
bouwen om de auto’s te exposeren en de twee miljoen historische foto’s,
brochures, tekeningen en archiefstukken te bewaren en toegankelijk te maken. In
1993 gaan de deuren open. In de tussentijd is de Britse auto-industrie in woelig
vaarwater terecht gekomen. De collectie is dan inmiddels ondergebracht in een
stichting, de British Motor Industry Heritage Trust. Zo kan worden voorkomen dat
de verzameling uiteenvalt en wordt verkocht. Grondgebied en museumgebouw blijven
onderdeel van het bedrijf.
|
 |
Dixi
Als BMW in 1994 Rover overneemt, staat het Heritage Centre op de
inventarislijst. Topman Bernd Pischetsrieder is trots op de nieuwe aanwinst. Hij
schenkt een door de vaklieden van het Münchense BMW-museum opgeknapte BMW Dixi
uit 1928. Bij de overdracht memoreert hij de historische banden tussen zijn
bedrijf en de Engelse auto-industrie. Motorfietsenfabrikant BMW gaat in 1928
namelijk in auto’s door de overname van het bedrijf Dixi in Eisenach. Dat maakt
de Britse Austin Seven in licentie. In PR-uitingen heeft Rover dat feit nog wel
eens aangehaald door te stellen dat de alom hoog gewaardeerde Duitse
autofabrikant zijn bestaan te danken heeft gehad aan de Engelsen…
BMW verdwijnt in 2000 uit beeld; de Dixi blijft. Het museum is onderdeel van de
overeenkomst waarbij Land-Rover wordt verkocht aan Ford. Gek genoeg staat op de
wegwijzers nog altijd het BMW-vignet. In vijf jaar tijd heeft kennelijk niemand
zich geroepen gevoeld om ze aan de veranderde situatie aan te passen.
In de hal van het museum staan vier kleine auto’s: twee gewone Austin Sevens, de
Dixi en een speciale Seven met een luxe koetswerk van Swallow. Dat bedrijf zou
zich ontwikkelen tot Jaguar, thans Ford-dochter. Alles hangt met alles samen,
blijkt maar weer eens.

Onmiskenbaar Brits: vrijwel dezelfde auto uitgebracht
onder zes merknamen: Austin, Morris, Riley, MG, Wolseley en Vanden Plas
Eigenaar
Verreweg de meeste auto’s in Gaydon zijn van merken die ooit met elkaar
British Leyland vormden. Het is logisch dat Ford als nieuwe eigenaar een stempel
op het Heritage Motor Centre wil drukken. Dat gebeurt onopvallend en subtiel.
Bij de ingang van de grote tentoonstellingshal staan ogenschijnlijk toevallig
een T-Ford en een hedendaagse Jaguar XK als symbolen van vroeger en nu. Aan de
collectie is een aantal klassieke Fords toegevoegd, zoals de legendarische
Anglia met de ‘omgekeerde’ achterruit en de Fiesta als volksauto van de jaren
zeventig en tachtig. Er is verder opmerkelijk veel aandacht voor Land Rover en
Aston Martin.
De tentoonstelling bestaat uit twee delen. Aan de rand van het ronde gebouw
staan in chronologische volgorde twee lange files met auto’s die Engeland in de
loop van de jaren mobiel maakten. Op de achtergrond grote foto’s die samenvallen
met het betreffende tijdvak. Het begint bij de vorige eeuwwisseling en eindigt
bij de laatste. In het middendeel staat, kriskras door elkaar, de rest van de
verzameling. Dat wil zeggen: gedeeltelijk. Van de 250 modellen die de Trust
beheert, zijn er 175 in wisselende samenstelling te bezichtigen.
|
 |
 |
Links een prototype Rover met
turbinemotor, rechts een coupé met middenmotor.
Ook
deze coupé maakte onderdeel uit van het turbine-project.
Links een Marauder op Rover-basis,
rechts de Ford Zodiac waarmee Maus Gatsonides furore maakte in de Monte Carlo
rally.
Van
de Marauder werden tussen 1950 en 1952 vijftien exemplaren gemaakt.
Logica
Je moet zoeken naar de logica achter de opstelling. Die is er niet altijd.
Sportwagens staan bij elkaar, maar lang niet allemaal. Modale familieauto’s
staan zij aan zij met exclusieve vervoermiddelen van de jetset. Consequent is
het niet. Who cares? Dit is honderd jaar Britse historie. Die laat zich niet
altijd in hokjes stoppen! Bij elk model is er een uitvoerige en goed
gedocumenteerde uiteenzetting. Hier kan menig automuseum een voorbeeld aan
nemen.
Je kunt lekker om de auto’s heenlopen, als ze tenminste niet te dicht bij elkaar
staan. Er zijn geen touwen of hekken. Brits vriendelijk word je verzocht de
auto’s niet aan te raken. Alleen bij de ingang staan twee oldtimers om in te
klimmen en achter het stuur te gaan zitten. Vermaak voor jong en oud en leuk
voor een foto als herinnering. De verschillende generaties zullen zich ook
amuseren bij de vitrines met Corgi Toys door de jaren heen.
Extra aandacht trekken verder de presentaties van succesvolle rallye-Mini’s,
drie snelheidsrecordbrekers van MG en curieuze uitvoeringen van Land-Rover.
|
 |
 |
De allereerste Mini uit 1959 (hoewel
dat wordt betwijfeld) - een
Morris - en rechts de 9X die Issigonis ontwierp als opvolger.
Prototypen
Interessant aan fabriekscollecties zijn bewaard gebleven prototypen. Hier staat
een nooit in productie genomen opvolger van de Mini uit 1969. Codenaam BMC 9X.
Initiatiefnemer is Alec Issigonis, de geestelijke vader van de Mini. Meer dan
wie ook kende hij de zwakke punten van zijn eigen creatie. Eén ervan was de dure
motor. De beoogde opvolger kreeg een geheel nieuwe krachtbron, een hoekiger
koetswerk en een ‘derde deur’ die bij de Mini node werd gemist. De auto was
ruimer, technisch eenvoudiger en goedkoper te maken. Het groene licht bleef
echter uit. De nieuwe British Leyland-leiding stak het geld liever in de
ontwikkeling van een nieuwe middenklasser die de strijd met de Ford Cortina kon
aangaan. Bovendien verkocht de Mini nog goed. In dezelfde week dat Issigonis tot
Sir werd geridderd, liep op 19 juni 1969 de tweemiljoenste van de band. Het
ontwerp zou nog twintig jaar meegaan. In zijn zojuist verschenen biografie over
Issigonis schrijft Jonathan Wood dat Sir Alec zwaar was aangeslagen door het
besluit dat de 9X er niet zou komen. Hij wist nog net één van de twee prototypen
te redden.
|
 |
 |
Een Austin A30 Cabriolet die het
productiestadium nooit bereikte.
Ook voor deze opvolger van de
Triumph Dolomite kwam geen groen licht.
De
lijnen van de Triumph Dolomite vertonen Italiaanse trekjes. Het had ook een Fiat
kunnen zijn.
Een MG Cabriolet en een tweezits
coupé, beide op Mini-basis. Het bleef bij een enkel proefexemplaar.
Stadium
Het besluit om een nieuw ontwerp toch niet te gaan maken, valt soms in een heel
laat stadium. Op basis van de Mini ontstond in 1968 een kleine
vierwielaangedreven terreinwagen, de Austin Ant. Na ongeveer dertig exemplaren
was het afgelopen. De fusie had Land Rover en Austin bij elkaar gebracht. De
bedrijfsleiding vreesde dat de auto’s elkaar in de weg zouden zitten.
Onbegrijpelijk, gezien de verschillende karakters en formaten. Mogelijk een
strategische fout zelfs. De Japanners zouden later de markt voor de kleine
terreinwagen ontdekken en innemen.
Een verhaal apart zijn de proefnemingen van Rover in de jaren zestig met
gasturbinemotoren als alternatieve krachtbron. Jarenlang beproefde men
verschillende mogelijkheden. Uiteindelijk bleek de kans op commercieel succes te
klein. Een speciale hoek in het museum belicht de achtergronden en laat twee
prototypen voortleven.
Nu we het toch over Rover hebben: in het museum staat één van de twee
proefmodellen van de Estate op basis van de 3500 (de “SD1”). Het model kwam niet in productie,
de SD1 was al bijna aan het eind van zijn levenscyclus.
British Leyland chairman Edwardes gebruikte één van de twee een tijdlang als zijn eigen
auto. Volgens kenners echter niet dit exemplaar.
|
 |
 |
Nog meer eenmalige modellen: de
Rover 3500 Estate en Triumph Lynx, een coupé op TR7-onderstel.
Te midden van andere prototypen
staat een MG als voorloper van de latere MG F.
Nageslacht
Veel autofabrikanten bewaren de eerste of juist de laatste auto van een
modelreeks voor het nageslacht. De Engelsen zijn heel gevoelig geweest voor die
traditie. Gaydon is het bewijs. De collectie omvat de eerste Morris Minor uit
1948, Land Rover Number One uit hetzelfde jaar, de allereerste Morris Mini Minor*
van elf jaar later, de eerste MGs RV8 en MGF uit de jaren negentig, de modellen
waarmee de productie van de Land Rover Discovery, Austin Maestro en Rover 800
aanving en ook de laatste Austins Maxi en Allegro, Triumphs Spitfire en Stag, de
laatste MG Midget, Triumph Dolomite en Rover uit de “SD1”-serie. Het laatste
exemplaar van de Wolseley 18-22 Series, Morris Ital en Triumph Acclaim betekende
tevens het einde van de merknaam. Alleen al hun historische achtergrond maakt
deze auto’s bijzonder. Dat geldt ook voor de vervoermiddelen van beroemde
mensen. De tentoongestelde Rover “P5” behoorde toe aan premier Harold Wilson en
is later door Margaret Thatcher gebruikt. Eenzelfde model, maar in een
aangepaste kleur, deed dienst bij het Britse Koninklijk Huis. Hare Majesteit
heeft ook plaats genomen in de speciaal voor parades omgebouwde Land Rovers.
De collectie breidt zich nog altijd uit. Dit jaar kreeg men een stationcarversie
van de vroegste generatie Land Rover aangeboden, gemaakt door het befaamde
carrosseriebedrijf Tickfords. "Absolutely delighted” verklaarde curator Stephen
Laing met deze aanwinst te zijn. “Niet alleen omdat het een zeldzaam exemplaar
betreft, maar ook omdat de auto zo goed in de oorspronkelijke staat is
teruggebracht”.
* Volgens Mini-historicus en -kenner
Jon Pressnell is het twijfelachtig dat de tentoongestelde Morris Mini Minor de
allereerste en daarmee de oudste nog bestaande Mini is. Het is zeer
waarschijnlijk wel de eerste die in Cowley van de band liep, maar in Longbridge
waren toen al enkele auto's gemaakt. Daarnaast is de auto niet volledig
origineel. Historische foto's laten zien dat de 621 AOK (zo genoemd vanwege het
kenteken) later een open dak had, waarbij de rest van het dak zwart was. De auto
in Gaydon is geheel wit en heeft géén open dak. Dat zou erop duiden dat het dak
later vervangen is.
Links een Koninklijke open Range Rover, rechts de Twini Moke met twee motoren,
vóór en achter.
Onberispelijk
Niet alle modellen zijn onberispelijk. Vele zijn korte of langere tijd gebruikt
en zo het museum in gereden. Zelden is het storend. Integendeel. Oude auto’s
moeten er niet als nieuw uitzien. Alleen een vaal geelbruine auto valt wel érg
uit de toon. Die zou normaal gesproken wel aan een opknapbeurt toe zijn. In dit
geval is dat onmogelijk. Op deze miljoenste Austin van 25 juni 1946 staan de
handtekeningen van alle medewerkers. Ze zijn nog maar nauwelijks leesbaar. Hier
en daar een vlek of wat iele zwarte lijntjes die ooit een naam hebben
voorgesteld. Net als de werknemers blijkt ook hun gezamenlijke product niet
onsterfelijk. Misschien is het geen toeval dat de lak van juist deze auto
dermate is verweerd. Achteraf gezien blijken er bij tellingen fouten te zijn
gemaakt. Dit is helemaal niet de één miljoenste.
Onberispelijk is bepaald niet het begrip dat past bij de werkkamer van William
Morris, de latere Lord Nuffield. Compleet met de originele vloerbedekking zijn
meubilair en persoonlijke bezittingen overgebracht van de fabriek naar het
museum. De Trust is er trots op, maar wat een armoedige bedoeling. De Lord gaf
niet om luxe, dat is wel duidelijk.
|
 |
 |
In een vitrine staan deze
schaalmodellen die werden gemaakt om een indruk te krijgen van een nieuw model.
Kritische noot
Tot slot een kleine kritische noot. Zeker, British Leyland en alle bijbehorende
merken hebben een sleutelpositie bekleed in de Britse auto-industrie. Maar bij
een complete weergave van de Engelse autohistorie, zoals het museum pretendeert,
hoort ook de inbreng van anderen. Rootes bijvoorbeeld. Er staat hier geen enkele
Hillman, Humber, Sunbeam of Singer. De Imp met zijn motor achterin en die
typische opklapbare achterruit, ontwikkeld als concurrent van de Mini,
ontbreekt. Hoewel commercieel geen succes, is het model wél dertien jaar lang
geproduceerd. In Schotland werd er zelfs een hele nieuwe fabriek voor gebouwd.
In Gaydon ook geen voorvaderen van Fords grote concurrent General Motors. Naar
een Vauxhall zoek je vergeefs. En de aanwezigheid van Rolls-Royce is heel mager,
zelfs al staat er de allernieuwste Phantom.
Is dit heel erg? Welnee. Wat er wél staat is meer dan de moeite waard. Moge de
Trust haar goede werk in ere blijven voortzetten!
■
|
 |
 |
Even
achter het stuur van zo'n klassieker: het museum biedt vermaak voor de grote
kinderen...
...en voor de kleinere, die een Land-Rover van karton in elkaar kunnen
knutselen.
Het karakteristieke gebouw van het
Heritage Centre.
2. The National Motor
Museum, eerbetoon aan de oude Lord
De New Forest, aan de Engelse zuidkust, is een prachtig
natuurgebied. Uitgestrekte heidevlakten en stukken bos wisselen elkaar af.
Smalle wegen slingeren door het landschap. Paarden en koeien leven hier ‘in het
wild’. Ze staan gewoon langs en een enkele keer op de weg. De verkeersregels
zijn simpel. Dieren hebben altijd voorrang. Een foldertje van de plaatselijke
Tourist Information maakt de bezoekers hierop attent. De maximum snelheid is 40 mijl, iets
meer dan 60 kilometer per uur. Waarom zou je sneller willen?
In
de New Forest staan en lopen de dieren langs de kant van de weg.
Op
de picknickplaats is meer belangstelling voor de auto's dan voor de mensen.
Beaulieu
Aan de oostkant van het gebied ligt het landgoed Beaulieu (spreek uit Bjoewlie).
Sinds 1538 het bezit van de familie Montagu. De huidige eigenaar, de derde
generatie die zich Lord mag noemen, heeft aan het eeuwenoude familiebezit een
nieuwe dimensie toegevoegd. Naast de overblijfselen van een dertiende eeuwse
abdij, de paar Engelse tuinen en het nog altijd bewoonde Palace House verrees
een klein pretpark. Het beroemde National Motor Museum vormt daarvan het hart.
Jaarlijks passeren 350.000 bezoekers de kassa. Voor het niet bescheiden bedrag
van 15,5 pond (circa 23 euro) mogen zij zich een dag lang vermaken. Is dat te
kort? Binnen een week mag je voor niets terugkomen. Maar eerlijk gezegd, zoveel
is er nou ook weer niet te beleven. Van de abdij bestaat nog slechts een klein
deel. Bordjes op grasvelden geven aan waar het volledige complex in vroeger
tijden stond. Dat is snel bekeken. De tentoonstelling over het leven in het
klooster is bescheiden. Het gedeeltelijk toegankelijke huis van de Montagus is
imposant, maar Engeland grossiert in landhuizen.
|
 |
 |
Het landgoed is al eeuwen in handen van de Montagu's. Het huis is een aardig
optrekje.
Onderdeel van een parkachtige omgeving zijn de restanten van een oude abdij.
Dubbeldekker
De kleine kartbaan en monorail
zijn leuk voor kinderen, net als een ritje met een nagemaakte klassieke Engelse
dubbeldekker op een Ford-vrachtwagenchassis. De tentoonstelling over
vervoermiddelen van James Bond is nog veel minder spannend dan de slechtste film
van de serie. Er staan vrijwel alleen modellen die een bijrol speelden. Geen
Aston Martin, geen BMW-sportwagens, geen Toyota 2000, geen Eend, geen Renault
11.
Als nieuwe ‘attractie’ is er vanaf 2005 een presentatie over de activiteiten van
de Britse geheime dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog. Beaulieu was een
geheime verblijfplaats. Ongetwijfeld interessant, maar alleen voor de
specialist.
Is een bezoek dan wel de kosten en moeite waard? Beslist! Beaulieu is een
regelrechte aanrader voor iedereen die ook maar een beetje belangstelling voor
oude auto’s heeft.
Ondanks de andere attracties, is het automuseum het hart van het park.
Bezoekers krijgen een plattegrond van het pretpark. Het gebouw met het kruis op
het dak is het museum.
De
Morris die rondrijdt door het park is wel origineel, de dubbeldekkerbus niet.
Eerbetoon
De huidige Lord Edward Montagu begint in 1952 met het verzamelen van oude auto’s
als eerbetoon aan zijn vader, John Scott Montagu. Hij overleed toen Edward nog
een klein kind was. Hij was één van de pioniers van het automobilisme in
Engeland. Als eerste reed hij met een auto naar de Britse parlementsgebouwen.
Met zijn enthousiasme voor het zelfbewegend vervoer stak hij Koning Edward VII
aan. De Montagus verkeren in koninklijke kringen!
Edward zet ter nagedachtenis vijf antieke auto’s in de hal van zijn woonhuis.
Dat zegt iets over de omvang van zijn optrekje. De verering van zijn vader en
diens voorouders is ook anderszins duidelijk zichtbaar. Familietraditie is een
belangrijke waarde die uitgedragen moet worden. Grote schilderijen hangen als
een openbaar familiealbum aan de muur. Gebrek aan ijdelheid heeft de Lord niet.
Hijzelf en zijn gezinsleden zijn talloze keren geportretteerd, met de kwast of –
heel ordinair – het fototoestel. Persoonlijke onderschriften geven tekst en
uitleg. “Toen dit schilderij af was, vonden vrienden dat ik er oud uit zag. Dat
heeft het voordeel dat ik er steeds meer op ga lijken”.
In de museumwinkel staat in het ansichtkaartenrekje zelfs een foto van de
familie, bij en in een oude Rolls-Royce. Bezoekers van het woonhuis zien ook een
fotocollage van de gasten bij zijn zeventigste verjaardag. Inmiddels loopt Lord
Edward tegen de tachtig.
|
 |
Daimler 1899, destijds nieuw gekocht
door de vader van Montagu.
De collectie omvat vroege
klassiekers, maar ook moderne racewagens.
Midden in het museum staat een
prachtig nagebouwde garage uit de jaren '30..
Voor
de garagedeur, bij de pomp, staat een Hillman Minx uit 1938.
De afdeling sport- en racewagens.
Een
beroemde klassieke sportwagen, de Vauxhall Prince Henry van 1913.
Verzameling
Wat begint met een paar auto’s groeit uit tot een omvangrijke en afgewogen
verzameling. In 1972 wordt die ondergebracht in een stichting. Het huis is
natuurlijk al snel te klein. Het rollend antiek – auto’s en motoren – krijgt een
eigen onderkomen elders op het terrein. Maar ook dat voldoet na verloop van tijd
niet meer. Op 4 juli 1972 opent His Royal Highness the Duke of Kent het nieuwe
museum. Niet zonder pretenties staat boven de ingang “The National Motor
Museum”.
Aanvankelijk is de opzet strak en sober: een vierkant gebouw met twee balkons.
De auto’s en motorfietsen staan thematisch gerangschikt. Keurig naast elkaar, op
verhogingen of achter touwen. Inmiddels is het beeld danig veranderd. De moderne
museumbezoeker verwacht immers méér. Een rijtje auto’s is al gauw saai. Enkele
jaren geleden werden grote, schuingeplaatste stalen banen neergezet met daarop
spectaculaire racewagens.
|
 |
Pronkstuk
In één van de hoeken is de wereld van de jaren dertig nagebouwd, met de
bijpassende auto’s als onderdeel daarvan. De geveltjes van een bakker,
kledingzaak en een filiaal van Marks and Spencer zijn smaakvol opnieuw
gecreëerd. Pronkstuk van het levensechte decor is de garage van Jack Tucker uit
1938. Wat een vreselijk mooi nagemaakte bende! Alles ligt tjokvol met onderdelen
en gereedschappen, allemaal even vet en vuil. Met veel zorg, precisie en oog
voor detail is dit heerlijke kijkje in het verleden gerealiseerd. Alle
voorwerpen zijn origineel en stammen van voor 1940. Volgens de museumbrochure is
dit één van de meest gedetailleerde presentaties van het verleden in Britse
musea. Het is niet overdreven. Een geluidsband laat het gesprek horen van de
monteur, liggend onder de auto, met één van de medewerkers. Achter de garage
staat een oude Austin-takelwagen met daarachter een danig verkreukelde Bullnose
Morris. Wat schroot maakt het beeld compleet.
|
 |
Veel nadruk op Britse merken en
modellen van weleer.
De klok is een origineel oud
exemplaar van Leyland Motors.
In 1953 maakte Reliant deze Regal.
Het merk werd bekend door zijn auto's met drie wielen.
Reliant maakte ook bestelwagens met
drie wielen. Links een model van 1947, rechts de Robin Van van medio jaren '70.
Automobilisme
Het museum is ook inhoudelijk veel meer dan een verzameling oude auto’s. Het
schetst een goed beeld van de ontwikkeling van het automobilisme in Engeland,
met inbegrip van motorfietsen en racewagens. De Britse merken en modellen
overheersen, behalve in de beginperiode. Duitsland en Frankrijk waren de
Engelsen immers ver voor. (“De Duitsers vonden de auto uit, de Fransen
vervolmaakten ‘m en de Britten hielden ‘m tegen”, stelt de brochure als
veelgehoorde samenvatting van de geschiedenis.) Oude De Dions en een replica van
de eerste Benz zijn iconen van deze periode. Tot de echte antiquiteiten behoren
daarnaast een Knight uit 1895, de eerste rijdende benzineauto in Engeland, een
Benz van drie jaar later, de Daimler die de vader van Montagu in 1899 nieuw
kocht en de eerste Cadillac op Engelse bodem.
Bijna alle tentoongestelde auto’s kunnen rijden. Het museum neemt ieder jaar
deel aan de beroemde London-Brighton rit voor voertuigen van vóór 1905.
Deelnemen is een prestigezaak. De gepensioneerde man die als hobby een oude
klassieker ter vermaak van het publiek over het terrein van Beaulieu rijdt, mag
niet mee. “Ik zit te laag in de pikorde om London-Brighton te mogen doen”, zegt
hij, de verhoudingen scherp neerzettend. Zijn leed is beperkt. Hij rijdt immers
bijna dagelijks met de auto’s en behalve het schitterende Royal Pavilion en de
gokkasten op de nieuwe pier heeft Brighton weinig te bieden.
|
 |
 |
Een nagebouwde Britse winkelstraat
met bijpassende voertuigen is onderdeel van het museum.
Warenhuis Harrods had eigen
elektrische bestelwagens. Rechts het interieur van een kruidenierswagen.
Bloei
In de jaren dertig komt ook in het Verenigd Koninkrijk de auto-industrie tot
bloei. Na de oorlog volgt de massamotorisering. In dit deel van het museum staan
vrijwel uitsluitend Engelse auto’s, al is voor de volledigheid ook een
Volkswagen Kever in de collectie opgenomen. De meeste merken zijn verdwenen:
Austin, Morris, Riley, Wolseley, Standard, Sunbeam, Commer, Triumph, Jowett…
Herinneringen worden opgeroepen. Wie kent niet de Ford Cortina met de driedelige
ronde achterlichten en de razendpopulaire Capri?
Natuurlijk staat hier de onvolprezen Mini. Het is een vroege Austin Seven,
herkenbaar aan de ribbeltjes in de grille. De grille van de Morris-variant was
plat.
Ernaast de Hillman Imp die we in Gaydon misten. Vreemd genoeg ontbreekt ook hier
een Vauxhall, alsof de Viva en Victor geen rol hebben gespeeld in het
familiegeluk van velen.
In het museum staat één Japanse auto, een Datsun uit 1935. Het is duidelijk een
buitenbeentje, weggestopt bij een trap. Het wagentje heeft wel historische
waarde. Herbert Austin liet ‘m destijds importeren om te bezien of de Japanners
inbreuk hadden gemaakt op het patentrecht. Hij besloot geen actie te ondernemen.
De auto kreeg nooit een officiële registratie in Engeland.
|
 |
Sunbeam Talbot 90 uit 1952.
De
collectie legt de nadruk op typisch Engelse auto's, zoals de Mini, Hillman Imp
en Commer kampeerwagen.
De Mini was technisch revolutionair
met zijn dwarse motor voorin, concurrent Hillman Imp had de motor juist
achterin.
Onmiskenbaar Brits: de Spirit of Ecstacy van Rolls-Royce en een campagne voor
het dragen van veiligheidsriemen.
Voor velen herinneringen uit hun
jeugdjaren, de Fords Cortina en Capri.
Recordauto’s
Vanaf het begin staan in het midden van het museum vier
wereldsnelheidsrecordauto’s bij elkaar. De oudste is een Sunbeam. In 1920 werd
er de onwaarschijnlijke snelheid van 207,88 kilometer per uur mee gereden. Dat
is natuurlijk niets bij de 648,783 km/u die de Bluebird op 17 juli 1964 als
record noteerde. Een auto kun je het nauwelijks noemen. Het is dat het vier
wielen heeft en rijdt.
Om het park rendabel te houden, mikt Beaulieu op de autoliefhebber én op het
grote publiek. Een hal met verrassende en gekke auto’s (Weird Cars) is de
nieuwste trekpleister. We zien variaties op het thema auto. Waarom, dachten de
makers van de Scott, zou je een auto vier wielen geven als het met drie ook kan?
De opstelling ziet er echter allesbehalve stabiel uit. De Fransman Marcel Leyat
ontwierp een voertuig met propellor-aandrijving, de Hélica. Het is een vliegtuig
zonder vleugels. Weer heel anders is de Aurora uit 1957, ontworpen door de
katholieke priester Alfred Juliano en grensverleggend op het vlak van
veiligheidsvoorzieningen. Grensverleggend is ook de vormgeving. Een echte
kanshebber bij de wedstrijd lelijkste auto ooit. Het bleef - gelukkig maar - bij
slechts één exemplaar.
|
 |
Montagu bracht ook een aantal
wereldsnelheidsrecordvoertuigen bij elkaar.
Vreemde voertuigen uit het verleden:
een Leyat-propellerauto en Scott Sociable, beide uit 1922..
Het interieur van de Leyat van 1922
was zeer spartaans.
De Aurora 1957, volgestopt met
veiligheidsvoorzieningen, maar waarschijnlijk de lelijkste auto aller tijden.
Thunderbirds
Liefhebber en knutselaar Andy Saunders bouwde de futuristische X-2000 zoals
ontwerper Alex Tremulis die voor Ford in 1958 ontwierp, maar die toen nooit op
ware grootte werd gerealiseerd. En voor jonge én oude
liefhebbers van The Thunderbirds is er de roze limousine met zes wielen van
geheim agente Lady Penelope.
Lond Montagu, zijn landgoed Beaulieu en The National Motor Museum zijn begrippen
geworden in de internationale autowereld. De Lord is het aan zijn stand
verplicht de Britse geschiedenis te koesteren en over te dragen op een volgende
generatie. Dat doet hij niet alleen met de voertuigen in het museum, maar ook
met een gigantisch archief. Iedere serieuze autohistoricus kent de weg naar
Beaulieu. Wie vragen heeft over het verleden van de auto, vindt hier vast het
antwoord. En als het gaat over de Britse auto-industrie, dan spreek je
automatisch in de verleden tijd. De voltooid verleden tijd.
■
|
 |
 |
De Ford van Lady Penelope uit de
Thunderbirds-film en een futuristisch model van Andy Saunders.
Het
luxe interieur van de eenmalig gemaakte Saunders.
|
|
Rechts:
De familie
Montagu
in en bij een
Rolls-Royce
Silver Ghost |
 |
AUGUSTUS 2015
Op 31 augustus 2015 overleed Edward John Barrington Douglas-Scott-Montagu, 3rd
Baron Montagu of Beaulieu op 88-jarige leeftijd in zijn woning op het landgoed.
De Britse media maakten er melding van, daarbij het bijzondere leven van hem
memorerend. Veel aandacht kreeg het feit dat hij ooit een jaar gevangenisstraf
uitzat voor homoseksuele handelingen, toen nog verboden in Engeland. Montagu was
erkend biseksueel en was daar op late leeftijd open over. Zijn overlijden heeft
geen gevolgen voor het National Motor Museum.
|
Aanvullingen Engelse auto-industrie |
AUGUSTUS 2006
Op 31 juli 2006 is LDV in handen
gekomen van de Russische autofabrikant GAZ. Om verdere expansie mogelijk te
maken, hebben de Russen het bedrijf GAZ International opgericht. Dat zetelt in
het Verenigd Koninkrijk. LDV is een volle dochter. Het bedrijf is van plan de
Maxus ook te gaan bouwen in zijn fabriek in Nizhny Novgorod.
JANUARI 2008
De Chinezen hebben de Rover 75 (Roewe 750) en MG TF nieuw leven ingeblazen en
zijn van plan de modellen ook te gaan exporteren. De positie
van TVR is onzeker; het bedrijf is wéér failliet gegaan. De vraag is of de
zoveelste herstart zal lukken.
In de loop van 2007 is de inrichting van het Heritage Motor Centre
veranderd, met een meer gestructureerde presentatie van de collectie.
Links de Roewe, rechts de Rover. De
Chinezen hebben maar heel weinig veranderd aan de auto.
MAART 2008
Op woensdag 26 maart 2008 is bekend gemaakt dat Ford en het Indiase
conglomeraat Tata (waartoe ook Corus, voorheen Hoogovens behoort)
overeenstemming hebben bereikt over de overname van Jaguar en Land-Rover door
Tata. Een bedrijf uit de voormalige Britse kolonie wordt nu eigenaar van twee
automerken die ooit behoorden tot de trots van de Britse nijverheid. Wat nog
over is van de Britse auto-industrie van weleer is nu dus voornamelijk in Duitse
en Indiase handen. Ford ontvangt bijna 1,5 miljard euro. Jaguar maakte vanaf
1989 deel uit van het Ford-concern. Land-Rover kwam in 2000 in handen van Ford.
De formele overname zal medio 2008 zijn afgerond. Of het automuseum in Gaydon
onderdeel uitmaakt van de transactie, is niet bekend.
JUNI 2009
Ook aan het laatste restje British
Leyland is een einde gekomen. Bestelautofabrikant LDV is failliet. Alle achthonderd
personeelsleden in Engeland zijn ontslagen. Sinds 2008 lag de productie al stil.
Het Russische moederbedrijf GAZ is er niet in geslaagd de boedel te verkopen.
Het Maleisische Weststar leek geïnteresseerd, maar de onderhandelingen leidden
niet tot een resultaat. De Britse overheid wees een verzoek om steun ter grootte
van 60 miljoen pond af. Daarvoor was het bedrijf niet belangrijk genoeg. De fabrikant bouwde tot de stop van vorig jaar zo'n 10.000 bestellers
per jaar. Vorig jaar werd een verlies geleden van 44 miljoen pond.
Op de website plaatste de directie haar laatste bericht. Dat luidde als volgt:
LDV Management Team final statement -
by Guy Jones; 8 June 2009 11:05:12
Firstly the management team want to thank our employees, dealers, suppliers,
business partners and Liam Byrne MP for their support, enabling us to try to
secure a future for this important British business. Over the past year, the new
management team at LDV have restructured the business for profitability,
creating an exciting future with the potential to be the first manufacturer able
to offer both electric and diesel light commercial vehicles. This is a plan that
clearly supports the vision of the British government for the industry.
The management team have worked exceptionally hard to deliver this plan, but
despite every effort made around the globe, have been unable to obtain the
required funding from the banking system. Like much of industry, it is access to
working capital that remains an issue which will go on to cause further job
losses if not addressed.
We now hope that any possible buyers recognise the potential of the investment
already made at LDV and what has been achieved in the last year to transform the
future profitability of the business. There is still the opportunity of a bright
future for LDV, however now the management team must now hand control of the
business over to the administrators and hope this can be achieved in this
process.
All further communication about LDV will now come from the administrators.
JANUARI 2010
Zullen er binnenkort weer volop
auto's uit de fabriek in Longbridge komen? Wordt de draad die in 2005 brak, weer
opgepakt? De Chinese fabrikant SAIC heeft plannen om het merk MG nieuw leven in
te blazen. Zie onderstaande krantenartikel van 26 januari 2010.

SEPTEMBER 2016
Enkele jaren lang kwamen er weer MG's in Engeland van de band, het compacte
model MG3. De grotere MG6 werd in China geproduceerd. De MG's werden door de
Chinese eigenaar in China en in het Verenigd Koninkrijk aangeboden. In dat
laatste land werden in 2015 zo'n 3000 auto's verkocht. In de rest van Europa is
MG niet vertegenwoordigd. Het moederbedrijf heeft nu echter besloten de
productie geheel over te hevelen naar China. In Longbridge zullen nog wel
ontwerp- en ontwikkelactiviteiten blijven plaatsvinden.
1. British Leyland als
sluitstuk van fusies
British Leyland Motor Corporation – later British Leyland – ontstond in 1968
uit de fusie van BMH (British Motor Holdings) en de Leyland Groep. Leyland
maakte naast de gelijknamige vrachtwagens ook personenwagens (Triumph). In
1967 had het Rover opgekocht, inclusief Land-Rover.
BMH was zelf ook een fusieproduct, voorgekomen uit het samengaan van de
British Motor Corporation (BMC) en Jaguar in 1966. BMC bestond sinds 1952.
In dat jaar werden de activiteiten van de Nuffield Group (Morris, MG, Riley
en Wolseley) en die van Austin gebundeld.
De aandelen van British Leyland kwamen in 1975 voor meer dan 90% in handen
van de staat. Feitelijk werd het bedrijf genationaliseerd. Met de komst van
de regeringen Thatcher werd de weg van de privatisering ingeslagen. Jaguar
werd in 1984 weer zelfstandig en DAF nam in 1987 de vrachtwagendivisie over.
Een jaar later deed de regering de rest van de onderneming – inmiddels
Austin Rover – over aan British Aerospace. Na een periode van nauwe
samenwerking met Honda (met een wederzijds aandelenbelang) verscheen zes
jaar later BMW op het toneel.
2. Een overgebleven restje Leyland
Van Leyland is nog een klein
beetje over. Bestelautofabrikant LDV komt in 1993 op eigen benen te staan na een
management buy out als reactie op het faillissement van DAF. LDV is op dat
moment de afkorting van Leyland Daf Vans. De merknaam blijft behouden, de
betekenis verdwijnt. De huidige modellen Pilot en Convoy stammen nog af van de
Leyland Sherpa, in 1974 geïntroduceerd. Ze worden later als Freight Rover en
Leyland-DAF aan de man gebracht en zijn inmiddels aardig verouderd. Dit voorjaar
introduceerde LDV een geheel nieuwe besteller, de Maxus. Goed nieuws voor de
autominnende Britten. Bij alle dramatische nieuwsfeiten over MG Rover eindelijk
een positief tegengeluid. Hoe goed is het nieuws écht? Is er werkelijk een
stabiele toekomst voor de kleine fabriek? Het is zeer de vraag. Ook in de
bestelwagensector is de internationale concurrentie moordend.
(zie ook het naschrift over de huidige situatie onderaan dit artikel)
|
 |
 |
De
LDV-bestelwagens zijn voortgekomen uit de oude Leyland Sherpa en latere Daf
200/400.
Publiciteitsfoto's van de LDV Maxus
in verlengde en verhoogde uitvoering.
In Nederland is de LDV een niet
veelvoorkomende weggebruiker.
3. Prototypen in het bezit
van de British Motor Industry Heritage Trust
Austin A30 als cabriolet
BMC 9X, opvolger voor de Mini
Mini met traploze automatische versnellingsbak
Twini Moke met twee motoren: één voor en één achter
MG Cabriolet op Mini-onderstel, ontwerp van Pininfarina
Coupé met ‘targa-dak’ op basis van de Mini
Austin Ant, een 4WD afgeleid van de Mini
Rover Gasturbine-modellen (een speciale coupé en een saloon gebaseerd op de
P6)
Triumph Lynx, vierzits coupé met verlengd TR7-onderstel, beoogd opvolger van
de Stag
Rover 3500 Estate
Triumph Dolomite-opvolger, ontwerp Michelotti
Land-Rover Defender met een kunststof koetswerk
Rover Coupé, conceptcar, verdrongen door de latere 800 Coupé
MG Cabriolet, ontwikkeld in aanloop naar de MGF
4. Een echte Britse
plattelandsdealer
In sommige opzichten blijft
Engeland uniek. Langs de provinciale weg in Bramshaw, een pretentieloos dorpje
midden in de New Forest, staat een benzinepomp. Erachter een eenvoudig
garagebedrijf, dat er uit ziet als een verbouwd plattelandshuis. Huis en aanbouw
zijn van wit hout. In de showroom is plaats voor een handvol auto’s, als je ze
dicht bij elkaar zet. Voor het gebouw staan een paar tweedehands modellen. Een
doorsnee dealer op het platteland, zou je zo zeggen. Je verwacht een
lichtreclame van Ford, Vauxhall, Peugeot of een ander vergelijkbaar merk. Hoe
kun je zo op het verkeerde been worden gezet! Straight Eight, zoals de dealer
heet, doet namelijk in Bentley. De relatief simpele showroom showt vijf (!)
glimmende Continentals. Per stuk goed voor een kwart miljoen euro. Op een
binnenplaats achter het gebouw staan, rommelig neergezet, nog eens een dozijn
Bentleys, aangevuld met een handjevol oudere Rolls-Royces. Daartussen maar
liefst drie spiksplinternieuwe vierdeurs Flying Spurs, nog maar net
geïntroduceerd. Alsof het allemaal de gewoonste zaak van de wereld is. Aan de
straatkant twee verlengde Rollsen, waarvan één met zes deuren. Managing director
Kerry Davies – op een warme dag colbertloos maar mét stropdas – glimlacht
minzaam over onze verbazing. Wat een hoeveelheid en dan op deze plek. “The
middle of nowhere” is een treffende aanduiding. Hier staan meer Bentleys bij
elkaar dan waar ook in Nederland.
Beste man, dit is Nederland niet, hoor je ‘m denken. Hij heeft gelijk. Dit is
het land van de landgoederen, overgegaan van generatie op generatie. Dit is het
gebied van ‘adelstand verplicht’. Davies en zijn twintig collega Bentley-dealers
in Engeland leveren daar graag een bijpassend voertuig bij.
|
 |
 |
►
Grotere foto's van deze dealer
|