|
Renault
AG - taxi
de la Marne
Franrkijk
●
Beroemde taxi van Renault
●
Meer dan 8000 in Parijs rond 1910
●
Rol in Eerste Wereldoorlog
●
Militair belang vaak overschat
●
Modellen in verschillende musea
juni 2025
Met de taxi naar het front
Sommige auto’s zijn de geschiedenisboeken ingegaan met hun bijnaam. De officiële
typeaanduiding is naar de achtergrond verdwenen en voor velen zelfs onbekend. De Renault AG van begin twintigste eeuw is
er zo één. Als Taxi de
la Marne heeft de auto historie geschreven tijdens de Eerste Wereldoorlog, hoewel de militaire betekenis
volgens deskundigen vaak zwaar wordt overschat. De
auto is er niet minder beroemd om. In verschillende musea kun je er een
tegenkomen.
 |
September 1914. Europa is in oorlog.
Aanleiding is de moord op aartshertog Franz Ferdinand van Oostenrijk en
troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije op 28 juni van dat jaar in Sarajevo.
Europa staat aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, waarbij oude vetes tussen
landen en heersers opnieuw worden uitgevochten. Het leger van de Duitse keizer
rukt op naar de Franse hoofdstad Parijs. Een maand ligt Frankrijk al letterlijk
onder vuur van de Duitsers. Op 6 september kondigt generaal Joffre een offensief
bij de rivier de Marne af. Daarvoor heeft hij echter troepenversterking vanuit
de hoofdstad nodig. Ook reservisten moeten een bijdrage leveren. Als de Duitsers
doorstoten, dreigt Parijs immers te vallen. Snelheid is geboden. De militaire
gouverneur van die stad, Gallieni, komt op het idee om de taxi’s uit de
hoofdstad in te zetten voor vervoer van de troepen. De militaire garde en de
politie houden de taxi’s in de straten staande. Parijs heeft 10.000 taxi’s, maar
op dat moment zijn er nog maar 3000 actief. De chauffeurs van de andere zijn
opgeroepen om te strijden.
 |
Op een
dag werd het leger versterkt door de inzet van de taxi's.
De taxi
zoals die wordt gepresenteerd in het museum in Compiègne.
Deurklink van deze
Renault.
Autoplace
Van alle taxi’s in Parijs is 85 procent van het type Renault AG en het verbeterde type
AG-1. Ze zijn van de Compagnie Française des Automobiles de Place,
kortheidshalve aangeduid als Autoplace. Dat bedrijf is in 1905 opgericht om de
paardentaxi’s te vervangen. Na een competitie tussen verschillende merken
plaatst de Compagnie een order van 250 auto's bij Renault. Een jaar later volgen
er nog eens 1000 en weer drie jaar later 1500. De tweecilinder AG is in 1905
gepresenteerd en blijft tot 1914 in productie, aanvankelijk met een 8 pk motor
van 1060 cc, later een 9 pk’er met een inhoud van 1205 cc (de AG-1). Daarmee is
een top van 40 tot 45 km/u mogelijk.
De
Renault AG werd bekend als de Taxi de la Marne.
Colonne
Op 6 september ‘s avonds om tien uur vertrekken 350 taxi’s naar het front, elk
met vijf soldaten van een infanteriebrigade met hun bepakking. Een uur later
volgt een groep van 250. Ze rijden in colonne. De lichten zijn gedoofd. De
chauffeurs hoeven alleen de rode achterlichten van de voorganger te volgen.
Bestemmingen: Nanteuil-le-Haudouin en Silly-le-Long, zo’n 50 kilometer verderop.
De snelheid is 25 km/u. De volgende dag volgt een groep van nog eens 700 taxi’s.
De chauffeurs mogen hun meters aanzetten. Bij terugkomst in Parijs staat er in
totaal voor 70.000 francs op de tellers, door de Staat te voldoen.
Vier
soldaten konden achterin, een vijfde zat 'op de bok' naast de chauffeur.
De
meter werd aangezet. De operatie kostte de Franse staat uiteindelijk
70.000 francs.
Overdreven
Vaak wordt geschreven dat de Renault Marne-taxi een belangrijk aandeel heeft
gehad in het verloop van de strijd en de ontwikkeling van de oorlog. Volgens
historici is dat overdreven. Tienduizenden soldaten bereikten het front met de
trein.
Bovendien mag niet alle eer naar uitsluitend Renault gaan. Er waren immers ook
taxi’s van andere merken. De snelle actie heeft destijds wel bijgedragen aan het
versterken van het moreel van de bevolking. In die zin heeft de Renault AG een
plekje in de geschiedenisboeken verdiend.
De Marne-taxi in het museum
in Mulhouse.
Musea
Meer dan honderd jaar later kun je in uiteenlopende musea een Marne-taxi
bekijken. Of die wagen daadwerkelijk onderdeel is geweest van de colonne van
1914 is vaak niet meer te achterhalen. Evenmin of het gepresenteerde model
werkelijk een Parijse taxi was in dat jaar. Van één auto is het zeker, die in
het Museé des Invalides in Parijs, in 1922 door de toenmalige directeur van het
taxibedrijf geschonken.
Afgelopen jaren zijn we in verschillende musea een Marne-taxi tegengekomen zoals
in Reims en Mulhouse. Deze zomer in Rochetaillée-sur-Saône en bij de tijdelijke
Renault-tentoonstelling in het Matra-museum.
Er staat er ook een in het kleine, maar indrukwekkende
museum in Compiègne bij de replica van de treinwagon die zo'n speciale rol heeft
gespeeld in zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog. In 1918 werd er de
wapenstilstand getekend en in 1940 de overgave van het Franse leger aan de
Duitse bezetter. De echte wagon werd op bevel van Hitler naar Duitsland
overgebracht, in Berlijn tentoongesteld maar ging in 1945 in vlammen op. Over de
toedracht doen verschillende verhalen de ronde; doorslaggevend bewijs is er
niet. Het museum
gaat in op de verschillende aspecten van de Eerste Wereldoorlog, vandaar ook
aandacht voor de Renault-taxi en de revolutionaire Renault-tank bij de deur. De
tanks hebben een veel belangrijker rol gespeeld in de oorlogsvoering dan de taxi's, maar
het is de taxi die zo
beroemd is geworden.
■
 |
Een
Marne-taxi in het automuseum in Rochetaillée-sur-Saône...
...en in het
automuseum in Reims.
Het museum in Compiègne met
een monument dat de overwinning op de Duitsers in de Eerste
Wereldoorlog memoreert.
De
replica van de beroemde treinwagon in het museum in Compiègne.
Hier
werd in 1918 het staakt het vuren ondertekend en in 1940 de overgave van
Franrkijk.
In de
jaren twintig bouwden de Fransen een museum voor het treinrijtuig.
Fotoserie in het museum: Hitler laat de treinwagon naar Duitsland
overbrengen. Later gaat de wagon verloren.
Renault
FT17, een kleine tank uit 1918, vóór het museum in Compiègne.
|