|
Louwman
Museum
Den Haag (NL)
●
Unieke collectie in unieke behuizing
●
Het levenswerk van Evert
Louwman
●
De auto als kunstobject
●
Verzameling automobiele kunst
●
Exclusieve modellen
augustus 2010,
aanvullingen oktober 2010,
januari 2011, april 2012
Louwman Museum
toont hand van de
meester
Op 2 juli opende koningin Beatrix het
Louwman Museum in Den Haag, op steenworp afstand van haar woonpaleis Huis ten
Bosch. De vermaarde collectie van eigenaar en verzamelaar Evert Louwman heeft
een uniek onderkomen gekregen. Het speciaal voor dit doel ontworpen gebouw van de
Amerikaanse architect Michael Graves straalt grootsheid uit. Dat is ook de bedoeling.
Louwman wil met zijn museum en zijn auto´s tot de top van de wereld behoren. Na
een uitgebreide rondgang kan er maar één conclusie zijn: dat
is geen grootheidswaanzin. Collectie en behuizing zijn inderdaad van
wereldklasse. Bij de totstandkoming van het museum, de inrichting en de
opstelling zat Louwman zelf aan het stuur. De hand van de meester is overal
aanwezig.
Het museum aan de N44 in Den
Haag, richting Wassenaar. De omgeving is opnieuw ingericht en beplant.
Links de eerste steen bij de
ingang, rechts een foto van de opening op 2 juli 2010.
Er is volop bedrijvigheid in de
showroom van de Dodge-importeur op het nagebouwde plein in het Louwman Museum.
Wat kleine zaken moeten worden aangepast. Evert Louwman, het colbertje even
uit, ziet toe en geeft aanwijzingen. Met oog voor detail bepaalt hij wat
er nog moet gebeuren. Dit is zijn museum, zijn wereld. Maar wel
een wereld waarvan anderen mogen meegenieten. Een droom is uitgekomen: een
speciaal voor zijn collectie antieke en klassieke auto’s gebouwd onderkomen op
een mooie plek in Den Haag. Dat de buurt aanvankelijk bezwaren had tegen de
locatie, moeten we maar snel vergeten.
Louwman is de halve wereld afgereisd om ideeën op te doen. Hij bezocht vele
automusea die er in de kennerswereld toe doen met de intentie het beste te
combineren om tot het mooiste museum ter wereld te komen.
De showroom van Dodge van
importeur Louwman & Parqui is nagebouwd.
|
 |
 |
Diplomatiek
Gevraagd naar wat het op één na mooiste is, blijft hij diplomatiek het antwoord
schuldig. Ze zijn zo moeilijk te vergelijken. Na wat praten laat hij toch wat
meer los. Het Mercedes-museum in Stuttgart is architectonisch indrukwekkend,
meent hij, maar met delen van de opstelling is hij het niet eens. In de zaal
Mythos 2 komende de schuin staande modellen onvoldoende tot hun recht. Auto’s in
een museum moeten horizontaal staan. Mythos 7
daarentegen, met de racewagens, vindt Louwman prachtig. Het ook in Stuttgart
gevestigde Porsche-museum is duidelijk niet zijn smaak. Fraai is de hoge roltrap
voorbij de ingang, maar de vloer vol scheuren is niet bepaald een aanbeveling.
De opstelling van de verschillende modellen van de 917 is teleurstellend,
oordeelt hij. Gewoon naast elkaar op een rijtje. Dat had mooier gekund en beter
gemoeten. “Blackhawk in Amerika heeft prachtige auto’s, maar ze staan te dicht
op elkaar”. Het grind waarop de klassiekers in het museum van Mulhouse staan, is
armoedig voor zo’n mooie collectie. Louwman weet wat hij mooi vindt en wat niet.
Als we het Auburn-Cord-Duesenberg Automobile Museum noemen, verschijnt een
glimlach op zijn gezicht. Ja, dat is mooi. We kunnen het beamen.
|
 |
 |
Het plein biedt gelegenheid
op een terrasje een kopje koffie te drinken.
Oude winkeltjes en een garage van
weleer maken de sfeer van vroeger compleet.
Kunstobjecten
Louwman heeft absoluut recht van spreken, is de conclusie na een rondgang door
zijn museum. Over de indeling, de opstelling en de aankleding is goed nagedacht.
Het museum is speciaal voor dit doel gebouwd en bij het realiseren van de
plannen stond voorop dat de auto’s optimaal zouden moeten uitkomen. Auto’s als
kunstobjecten. Genoeg ruimte eromheen en mooi verlicht. De verzameling
rechtvaardigt een dergelijke benadering. Stuk voor stuk zijn de auto’s
bijzonder. Louwman is gek op authenticiteit. Liever een redelijk mooi bewaard
model met de originele lak dan een restauratieobject in showroomconditie. Zo
staat er een Chrysler Airflow die minder glimt dan de uitvoering in het
Chrysler-museum in Amerika, maar wel nog altijd de eerste lak heeft. Voor de Chrysler Town and Country
uit 1942 geldt hetzelfde. Bovendien is dit model toch al zeldzaam omdat fabriek
de productie na enkele maanden moest staken om over te schakelen op
oorlogsproductie. Ook een donkerrode
Ferrari 275 GTB is nooit overgespoten. Een paar lakloze plekken onder de deur moet je dan maar voor
lief nemen. Aan de andere kant: áls er gerestaureerd moet worden, schakelt
Louwman de beste vaklui in. Hij is alleen tevreden met het beste. De auto’s
tonen het bewijs.
|
 |
 |
Een ongerestaureerde Chrysler
Airflow en de enige nog bestaande vooroorlogse Toyota.
Ook deze zeldzame Chrysler Town and
Country 1942 met gedeeltelijk houten koetswerk is ongerestaureerd.
Bijzonderheden
Naast zijn voorkeur voor authentieke modellen is Louwman verzot op bijzonderheden. Eén van zijn
laatste aanwinsten staat verroest en wel op een ereplek in het museum. Het is
een vooroorlogse Toyota. Voor zover bekend is dit de enige ter wereld. Zelfs het Toyota-museum in Japan moet het doen met een nagebouwde. Het Haagse exemplaar
werd ontdekt in Rusland en vervolgens naar Nederland gebracht. Ingewikkelde en
bureaucratische procedures zorgden voor maandenlange vertragingen. Het is voor
deze gepassioneerde verzamelaar beslist de moeite waard geweest.
Op de begane grond van het museum staan meer curieuze auto’s. Een gebroken witte
Daimler DK 400 Coupé bijvoorbeeld, met zebrahuid als bekleding en vergulde in
plaats van verchroomde onderdelen. Het Britse carrosseriebedrijf Hooper, bekend
van creaties op basis van Rolls-Royce, schiep het koetswerk in 1955.
Aanvankelijk was het dashboard van ivoor. Bij de restauratie kon dat niet meer
worden nagemaakt. Naast de auto hangt levensgroot de foto die destijds is
gemaakt toen de auto als pronkstuk op de autotentoonstelling stond.
|
 |
 |
Een wel heel bijzondere Daimler
DK400
Coupé. Rechts de foto van de autotentoonstelling van toen.
De gebroken witte carrosserie
heeft goudkleurige accenten.
Ook voor- en achterkant zijn
opvallend. De behuizing van de lampen is kenmerkend voor Hooper.
Oogverblindend
Minstens even bijzonder is een ongelakte Rolls-Royce uit 1926. De wagen deed
dienst in India en werd letterlijk oogverblindend in de felle zon. In het museum
geven enkele Oosterse ornamenten sfeer aan het geheel. Van hetzelfde merk is een
jachtwagen op basis van een Silver Ghost-chassis. In plaats van de bekende
Spirit of Ecstacy dient een hertenkop als radiatormascotte.
Het allermerkwaardigst is evenwel een Brooke uit 1910 in de vorm van een zwaan.
We kennen de auto al van het vorige museum in Raamsdonksveer, maar na de
verhuizing is er gejongd. Een kleine zwaan als elektrisch aangedreven
kinderspeelgoed staat er naast. Rijkdom en extravagantie gaan vaak samen.
De ongelakte Rolls-Royce 40/50HP
schitterde in de Oosterse zon.
De Rolls-Royce Silver Ghost Shooting Brake
heeft een toepasselijke radiatormascotte.
Brooke zwanenauto uit 1910 met voor de
kinderen een elektrisch kleintje.
De detaillering en aankleding van
de auto is in alle opzichten bezienswaardig.
Topattractie
De bijzondere auto’s zorgen voor de exclusiviteit. Wat de verzameling echter
zo waardevol maakt, is de samenstelling van het geheel. “Dit is geen museum over
één merk of met nadruk op één land, zoals het museum in Beaulieu”, aldus
Louwman. Daar ligt het accent vooral op de Britse autohistorie. “We presenteren
hier de geschiedenis van de auto met bijdragen vanuit de hele wereld. Daarom is
het zo leuk dat we ook een Chinese auto hebben”. Staat er nog wat op zijn
verlanglijstje? Een Tucker bijvoorbeeld, de auto die in 1948 de gevestigde orde
in Amerika concurrentie moest gaan bieden? Hij aarzelt. “Een Tucker is wel heel
erg Amerikaans. Bovendien: ze zijn héél duur”. Een grappige opmerking uit de
mond van iemand die een museum van ruim dertig miljoen heeft laten neerzetten,
een autocollectie heeft opgebouwd die het veelvoud daarvan waard is en met een
geschat vermogen van 680 miljoen op de 31e plaats in de Quote 500-lijst van
rijkste Nederlanders staat. Hij is er overigens niet door naast zijn schoenen
gaan lopen. De vrijwilligers van het museum spreken over een vriendelijke en
toegankelijke man. Uit interviews blijkt dat Louwman graag op de achtergrond wil
blijven, tenzij het over zijn grote passie gaat.
|
 |
 |
Met de Dodge van 1914 begon Piet
Louwman zijn
verzameling. Op de achtergrond foto's van hem en het bedrijf.
Een Chrysler C8 Airstream Town Car met
koetswerk van LeBaron. Bouwjaar 1936.
Deze Hotchkiss met Nederlands
koetswerk van Veth heeft een speciale bumper, ook een Nederlandse vinding.
Passie
De website van het museum zegt het zo: “Het Louwman Museum is niet zomaar een
automobielverzameling. De collectie straalt passie uit; liefde voor en kennis
van de automobiel in al zijn verschijningsvormen. Elke automobiel vertelt zijn
eigen verhaal en levert daarmee zijn eigen bijdrage aan de geschiedenis. Het
zijn spiegels van de cultuur.”
De verzameling startte in 1934 toen Evert Louwmans vader een Dodge uit 1914
kocht, één van de eerste die zijn gemaakt. Louwman was importeur van het merk in
Nederland. Andere merken volgden. Het bedrijf begon midden jaren zestig met de
import van toen nog twee onbekende automerken uit de nieuwe autonatie Japan:
Toyota en Suzuki. In 1969 nam Evert Louwman op 29-jarige leeftijd de leiding van
het bedrijf van zijn vader over. Het groeide uit tot een miljoenenconcern en
profiteerde van de ongekende groei van Toyota tot de grootste autofabrikant ter
wereld. Vaders liefde voor oude auto’s werd op de volgende generatie
overgebracht, zoals één van Everts dochters ook gepassioneerd autoliefhebber is.
Het zojuist geopende museum is de kroon op het levenswerk van de familie. “Een
hobby kun je het al lang niet meer noemen”, vindt Evert Louwman. Zeker in deze
eerste maanden na de opening is hij meermalen per week aan de gang om de puntjes
verder op de i te zetten.
|
 |
 |
Direct na de ingang kom je in een
grote hal die met 90 meter zo breed is als het hele gebouw.
De in Londen gebruikte Milnes-Daimler uit 1904
is de oudste autobus.
Zelfs een grote bus neemt in de
hal een bescheiden plaatsje in.
De modellen in de hal komen uit
alle delen van de wereld; rechts de Amerikaanse Chevrolet Corvette Sting Ray
Convertible.
De Zweedse Volvo 444 (bijgenaamd
de Kattenrug) had enkele jaren de richtingaanwijzers op het dak.
De typenamen zijn hetzelfde, maar
wat een verschil, de Daf 600 (prototype) en Mercedes-Benz 600.
Een Toyota 2000GT (1968) en de Chinese Shanghai
SH760 (1986) illustreren de Aziatische autohistorie.
Beroemde modellen uit Frankrijk
en Engeland: de Citroën ID 19 en Jaguar XK120.
Een Graham uit 1932 met als
oplegger een mobiel kantoor.
Overlast
Louwman hoopt op meer dan 50.000 bezoekers per jaar. Om de buurt geen overlast
te bezorgen, liet hij onder het gebouw een parkeergarage maken. De
landschapsarchitect Lodewijk Baljon richtte de omgeving in met bomen, planten,
waterpartijen en plantsoenen. Net als binnen is over alles nagedacht. Bezoekers
kunnen bewust niet van de parkeergarage binnendoor naar het museum. Ze moeten
via de hoofdingang binnenkomen.
Voorbij de kassa komen ze in een hoge hal over de hele breedte van het gebouw.
Het houten plafond en de zwart-witte vloer trekken de aandacht. Groots is de
meest toepasselijke omschrijving. Het is ook groot. Aan de randen staan wat oude
auto’s, om alvast in de sfeer te komen. Ze komen uit verschillende landen om het
internationale karakter van de verzameling te onderstrepen. Ze gaan een beetje verloren in de grote
ruimte. Uit het oogpunt van exploitatie is zo’n hal natuurlijk een uitkomst. Je
kunt er moeiteloos feesten en partijen organiseren of tijdelijke exposities
huisvesten. De Koninklijke opening op 2 juli, met vele gasten, vond hier
plaats.
|
 |
 |
De tentoonstellingsroute begint
bij oude koetsen, toen paardenkrachten nog letterlijk werden bedoeld.
Paardenkrachten
De aanbevolen route begint op de tweede verdieping. Zelfs de lift is in stijl en
opvallend hoog.
We gaan terug in de tijd, naar de periode dat het vervoer over land nog vooral
van paardenkrachten afhing. Letterlijk, wel te verstaan. De aankleding van het
museum is aangepast aan het tijdsbeeld. De vloer bestaat uit echte, oude houten
vloerdelen. Met oud gereedschap is een werkplaats sfeervol nagemaakt.
Na de koetsenperiode – waar wij nog altijd het woord koetswerk aan hebben
overgehouden – komen de auto’s. De Louwman-collectie omvat een groot aantal
modellen uit de pionierfase. Ze staan, net als eerst in Raamsdonksveer, in grote
zwarte vitrines in een donkere gang. Het bijzondere is, dat ze niet
gerestaureerd zijn. Het metaal, het hout, het rubber, de lak: de tijd is er
overheen gegaan. Speciale aandacht krijgt een vierwielige stoomwagen van Dion,
Bouton en Trépardoux van 1887. Het is één van de oudste originele auto’s ter
wereld. Een Daimler en driewielige Phänomobil tonen dat de auto al vroeg werd
ingezet als bedrijfswagen.
|
 |
 |
In donkere vitrines staan de
pionierautomobielen. Links de stoomwagen van 1887.
De eerste modellen van Dion et
Bouton waren feitelijk motorfietsen met drie en vier wielen.
Links een Parijse stoombrandspuit
uit 1867, rechts een Sunbeam-Mabley met bijzondere wielopstelling uit
1901.
De Daimler 1897 en Phänomobil
1912 zijn niet gerestaureerd en tonen hun ouderdom maar zijn juist daarom
interessant.
De zaal met modellen van Benz
kent één replica, de eerste auto uit 1886 (links).
Door een kist achterop te
plaatsen, werd de Benz de eerste bestelwagen ter wereld.
Autopionier
Na de gang is er een zaal met veel aandacht voor het merk Benz. Aan de wand
hangt een levensgroot portret van de autopionier, zoals overal in het museum
toepasselijke foto’s de tentoongestelde modellen aanvullen. Van de eerste
modellen van Benz heeft Louwman er meer dan een handvol bij elkaar weten te
brengen. Op het model uit 1886 na - dat is een replica - zijn ze allemaal
origineel. Dat krijg je nergens anders ter wereld te zien. Een Benz met een
laadbakje achterop kan als eerste bedrijfswagen door het leven.
Vervolgens krijgt de bezoeker in vogelvlucht de ontwikkeling van de auto
voorgeschoteld, van de kinderjaren tot aan de periode van de wederopbouw na de
Tweede Wereldoorlog. In tijdvakken van tien jaar trekt de geschiedenis aan je
voorbij. Zelfs gasten die geregeld in Raamsdonksveer waren, krijgen
door deze opstelling nieuwe indrukken.
De
historie van de auto chronologisch weergegeven met sfeerbeelden uit het
betreffende tijdvak.
Links een Duryea van 1903 en
rechts de Mors van een jaar later.
Links een oude Peugeot van 1900,
rechts het eerste model van Ford,
de A (1903).
De Regal van 1912 is zelfs voor
die tijd een tikje ouderwets met stijlelementen uit het koetsentijdperk.
De Auburn uit 1912 was genoemd
naar het stadje waar de auto werd gemaakt.
Een T-Ford (1924) en Fiat
509 (1928) vertegenwoordigen de wat alledaagsere modellen van het museum.
In een vitrine staat de
nagebouwde productielijn van de T-Ford (links); rechts een beeldje van een Ford
in problemen.
De Peugeot 1910 en Grégoire 1909 behoren al
tientallen jaren tot de Louwman-collectie.
Representanten van de jaren
veertig: de Jeep van het Amerikaanse leger en de Schwimmwagen van de Wehrmacht.
Modellen uit het tijdvak
1950-1970, van de simpele 2CV tot de luxe Austin A90 Atlantic cabriolet.
Naast vertrouwde merken als
bijvoorbeeld Opel kwam in de loop van de jaren zestig een nieuw merk uit Japan:
Toyota.
Ereplaatsje
Een Spyker uit 1905 en Darracq van 1904
zijn apart gezet en hebben een ereplaatsje gekregen. Het zijn de hoofdrolspelers
van de film Geneviève
van 1953 die destijds het verzamelen van antieke auto’s populair maakte.
Elders in het museum staan nog twee filmhelden: de Aston Martin DB5 van James
Bond, compleet met schietstoel en andere 007-hulpmiddelen. Voor het maken van de
film werden destijds enkele exemplaren in de fabriek van Aston Martin aangepast.
Dit is er één van. Verder zien we een DeSoto-taxi die figureerde in de film The
Godfather, met Marlon Brando in de onvergetelijke hoofdrol.
Filmhelden: de twee hoofdrolspelers uit Geneviève
(1953): Spyker 1905 en Darracq 1904.
►Meer over deze film.
De Aston Martin DB5 uit de James
Bond-films is van vele snufjes voorzien.
Een soortgelijke DeSoto
figureerde in de film The Godfather. Op de achtergrond een scene uit de film.
Thematisch
Louwman presenteert zijn collectie zowel chronologisch als thematisch. Zo is
er een zaal ingericht rond het thema alternatieve krachtbronnen. Stoom- en
elektrische auto’s laten zien dat de benzinemotor in de begintijd geen
vanzelfsprekendheid was. Een Woods uit 1917 bewijst dat zelfs het idee van
hybrideaandrijving niet nieuw is. Het is Toyota-importeur Louwman niet kwalijk
te nemen dat de nieuwste auto van de verzameling een opengewerkte Prius is.
Ergens anders op de bovenste verdieping heeft het pioniersmerk Panhard-Levassor
een eigen ruimte gekregen. Weer een andere zaal presenteert een internationale collage van kleine,
betaalbare auto’s. Zowel in de jaren dertig als in de tijd
na de Tweede Wereldoorlog waren ze populair. De naoorlogse tijd bracht onder
meer de bekende BMW Isetta
en Messerschmitt. Louwman plaatste er de veel minder bekende Amerikaanse Crosley en Duitse Spatz
bij om het overzicht compleet te maken. Een eivormig model dat luistert naar de
naam Bambino werd in het Brabantse Veghel in licentie gebouwd. Een recent
elektrisch wagentje met slechts één deur verbindt het verleden met het heden.
|
 |
 |
Elektrische auto's zijn niet
alleen van deze tijd, bewijzen de Hedag 1905 en Peugeot VLV 1941.
De elektrisch aangedreven Detroit
Electric en Baker stammen allebei uit 1912.
Zelfs hybride-aandrijving is niet
nieuw. In 1917 maakte het bedrijf Woods een model met dubbele krachtbron.
Vroege modellen op
stoomkracht: Stanley Steamer 1906 en White Steamer 1903.
In de White gingen de passagiers
aan de achterkant naar binnen.
Rechts een Panhard & Levassor uit
1907, links een model uit 1912 met houten Skiff-carrosserie.
PL staat voor Panhard & Levassor,
SS voor sans soupapes, zonder kleppen. De auto had nl. een schuivenmotor.
In de héél smalle Tamplin uit
1921 kunnen twee mensen zitten, achter elkaar.
Links een Humberette (van het
Britse merk Humber), rechts een
Morgan met daarnaast een L.S.D.
De Amerikaanse Crosley was een
minimale auto en had niet eens een kofferklep.
Dwergauto's uit de jaren vijftig:
BMW Isetta, Inter Cabin en Bambino.
Voor- en naoorlogse kleintjes uit
Duitsland: de Hanomag Kommißbrot en de Spatz.
Deze eenpersoons elektrische
wagen - de Corbin Sparrow - heeft alleen een deur aan de rechterkant.
Beroemdheden
In de loop der jaren heeft de verzamelaar ook enkele auto's van beroemdheden
weten te verwerven. Eén ervan is de Humber Pullman uit
1954 van Winston Churchill met extra grote asbak achterin, een andere de
opvallend uitgedoste Cadillac van poplegende Elvis Presley. Door het opkopen van
de collectie van het voormalige Autotron verwierf Louwman de Mercedes-Benz van
de Duitse Keizer in ballingschap. Verder staat er het geesteskind van Ferdinand
Porsche en Adolf Hitler, de Volkswagen Kever. Een foto aan de wand toont een
enthousiaste Hitler op het moment dat Porsche een schaalmodel van de 'auto voor
het volk' laat zien. Dat het idee van een auto met
motor achterin niet uniek was, bewijst een ernaast geplaatste Mercedes. Via
auto's met een maritiem tintje - de Amphicar kon zelfs varen - en Amerikanen uit
de jaren vijftig komen we bij de trap naar de eerste verdieping.
De Humber Pullman van Winston Churchill en
de Mercedes-Benz Nürburg van de verdreven Duitse Keizer.
De Volkswagen Kever met aan de
muur de twee mannen achter de realisatie van het idee: Ferdinand Porsche en
Adolf Hitler.
Deze opzichtige Cadillac
Fleetwoord behoorde
toe aan Elvis Presley.
Een Michelotti Shelette op Fiat
850-basis en een publiciteitsauto voor een vaarschool op basis van een Fiat
1100.
De Amphicar - de naam zegt het al
- was auto en boot tegelijkertijd.
Een zaal vol Amerikaanse modellen
uit de jaren veertig en vijftig.
De Kaiser-Darrin had - onhandige
- schuifdeuren. De productie bleef beperkt.
Achterkant van deze bijzondere
auto.
De Imperial Crown uit 1959 heeft
een heel opvallende C-stijl. Imperial was het topmerk binnen het
Chrysler-concern.
De DeSoto Fireflite 1956 staat keurig in het
licht, maar de Edsel Pacer 1958 kan wel een extra lampje gebruiken.
Vloeiende lijnen zijn kenmerkend
voor de Hudson Commodore uit 1948.
De Studebaker Champion 1950 valt
op vanwege de bijzondere achterruit. Het was een ontwerp van Raymond Loewy.
Kunst
Het Louwman Museum biedt niet alleen onderdak aan een indrukwekkende verzameling
oude auto’s. Veel ruimte is ingericht voor automobiele kunst en aanverwanten. Er
zijn wanden vol met originele oude affiches en schilderijen met auto’s. In
speciaal gemaakte houten vitrines liggen radiatormascottes en ander chroom- en
zilverwerk dat op één of andere wijze met de autowereld is verbonden.
Automobilia van porselein en aardewerk is er te kust en te keur. Wie het
nauwkeurig wil bestuderen, kan alleen al in dit deel van het museum een dag
doorbrengen. Net als overal is de hand van de meester duidelijk aanwezig.
Originaliteit en exclusiviteit staan centraal. “Nergens ter wereld is zo’n
combinatie op deze wijze te zien”, verklaart Louwman met trots. Toch is het
opmerkelijk rustig in deze zalen. De meeste bezoekers kijken naar een enkel werk
om vervolgens toch op zoek te gaan naar de auto's.
Vitrines met automobilia en
schilderijen aan de muur. Automuseum in een andere betekenis.
De kunstcollectie omvat originele
affiches, maar ook schilderijen met auto's als één van de elementen.
Enkele vitrines met
autogerelateerde kunst en kitsch van porselein en aardewerk.
Beelden waarin de klassieke auto
centraal staat.
De collectie omvat oude en nieuwe
stukken van allerlei soort.
In kleine expositieruimten tussen
twee verdiepingen staat nog een aantal antieke fietsen.
Spyker
Tijdens de rondgang kruis je een paar keer, op verschillende verdiepingen, de
hal waarin de Spyker-collectie is ondergebracht. In het vorige museum stonden ze
sfeervol op een dorpspleintje. In de huidige opstelling is de omgeving veel
strakker. Net als eerder vormt de originele poort van de fabriek Trompenburg het
decor, dit keer als onderdeel van een muurtekening. De zescilinder Spyker uit
1903, de eerste vierwielaangedreven auto ter wereld, staat in een speciale
uitbouw. Evert Louwman heeft er verschillende keren races mee gereden. Voor dat
doel is de koeling aangepast. Originaliteit moest in dit geval wijken voor
praktische bruikbaarheid. Want, dat is ook een motto van Louwman, met auto’s
moet je kunnen rijden. Menig keer heeft hij met één van zijn antieke auto’s van
vóór 1904 meegedaan aan de jaarlijkse klassiekerrit van Londen naar Brighton.
Vanaf verschillende verdiepingen
kijk je uit op de Spyker-collectie.
De 7pk uit 1912 was een
prototype.
Links een 14/18 pk van 1906,
rechts een 15/22 pk van een jaar later.
Details van twee van de Spykers
met vervaarlijk uitziende claxons.
Een landaulette uit 1907 (links)
en rechts de originele poort van de Spyker-fabriek Trompenburg.
Spyker C1 van 1919 en een C4 -
het laatste model - van 1924.
Boven de C4 "all weather coupé"
hangt een vliegtuig met een motor van Spyker.
De Spyker had remmen op vier
wielen, een bijzonderheid. Een bordje achterop waarschuwde voor de korte remweg.
De vierwielaangedreven Spyker van
1903 heeft een eigen ruimte.
Eysink
Spyker is niet het enige Nederlandse automerk dat aandacht krijgt in het museum.
Van de voormalige Amersfoortse fabrikant Eysink staat er een tweezitter uit
1912. Het is het enig overgebleven exemplaar van de driehonderd auto's die
tussen 1897 en 1919 zijn gemaakt.
Van het merk Gatso - een creatie uit 1948 van rallyrijder Maus Gatsonides, wiens
bedrijf later bekend werd door de flitspalen - heeft Louwman alleen een
prijslijst, schilderij en wat schaalmodellen. De prijslijst vermeldt maar liefst
vier modellen. Het opmerkelijkst was de versie met plexiglazen koepel, die doet
denken aan de Rolls-Royce van Lady Penelope in de televisieserie Thunderbirds.
Tot echte serieproductie kwam het destijds niet. Er is maar een handjevol
Gatso's gebouwd.
Een ander Nederlands merk was
Eysink uit Amersfoort. Dit is het enig overgebleven exemplaar.
Een prijslijst en een schilderij
brengen de Gatso onder de aandacht, een creatie van rallyrijder Maus Gatsonides.
Schaalmodellen van de Gatso, met
als opmerkelijk stijlelement de centrale derde koplamp.
Racerij
Naast de kunst is de eerste verdieping het domein van de sportwagens en de
historie van de racerij, met beroemde namen uit Engeland, Duitsland en
Frankrijk. De opstelling van de racewagens doet denken
aan die in het Mercedes-Museum. Natuurlijk houdt Louwman ook hier van
exclusiviteiten. De Lagonda is de Le Mans-winnaar van 1935, de D-type Jaguar
behaalde in 1957 als eerste de eindstreep. De buggy
behoorde aan filmacteur Steve McQueen; het zand van de Amerikaanse standen zit
er nog op. In de schijnwerpers staan verder de beroemde Italiaanse merken Alfa Romeo, Maserati en
Ferrari. De kleur van de muren is aangepast: knalrood, verwijzend naar de
nationale racekleur van Italië. In grote letters lezen we ook een citaat van Enzo Ferrari: "Aerodynamics are for people who can't build engines".
De afdeling showcars laat éénmalige exemplaren zien. De grootmeesters van de
internationale ontwerpwereld komen hier voorbij. Een ontwerp van de Zwitser
Sbarro is met een extreme wigvorm eerder bijzonder dan mooi.
|
 |
 |
Napier 1903 en een op een
origineel chassis nagebouwd model van de auto die in 1907 24-uur onafgebroken
reed.
De afdeling sportwagens met
modellen van allerlei merken uit verschillende landen.
Twee Britten: links een GN uit
1921, rechts een AC van drie jaar later.
Rallyerijden krijgt aandacht via
een Riley van 1947 (Tulpenrally) en een Chenard & Walker van 1923.
Beroemde Duitse sportwagens:
Wanderer W25K en BMW 328.
Tweemaal Lagonda: de Le
Mans-winnaar van 1935 en een V12 die in 1939 aan de race meedeed.
Ook deze Lagonda met
Lancefield-koetswerk uit 1939 heeft een twaalfcilinder motor.
Links de Jaguar D-type, Le Mans-winnaar 1957,
rechts de XK-SS, de straatversie daarvan.
Een Toyota racewagen (links) en de
parade van racers die
doet denken aan de opstelling in het Mercedes-museum.
Behalve echte racewagens zijn er
vitrines met
schaalmodellen, keurig op een rij.
Het merk links hoeft niet te
worden genoemd. Rechts een aantal auto's van datzelfde merk.
Rood is de kleur van de
Italiaanse sport- en racewagens, zoals Maserati en Alfa Romeo.
De witte Ferrari is de deelnemer
aan de race van Indianapolis van 1952.
Twee pronkstukken
van Ferrari: 166 Inter Touring 1949 en een nog originele 275 GTB uit 1965.
Deze Ferrari 500 Superfast
Speziale was eigendom van
prins Bernhard. Hij wilde altijd een groene.
Carrosserier Frua tekende het
koetswerk voor deze Maserati A6G 2000 van 1956.
De zaal met showcars met een Fiat
8V en een Abarth. Rechts nogmaals de Abarth.
Fiat 8V "Demon Rouge" (rode
duivel) met tweeliter motor uit 1953 is een ontwerp van Michelotti.
Links een showmodel van Giugiaro,
rechts de extreme wigvorm van ontwerper Sbarro.
Topstukken
Na minimaal anderhalf uur ben je terug op de begane grond. Dan heb je nog
een groot aantal topstukken van de verzameling tegoed. De curieuze modellen
kwamen al ter sprake. In een grote zaal (de "spiegelzaal") staan aanvullend luxe en imponerende
klassiekers met beroemde namen als Hispano-Suiza, Isotta Fraschini, Lanchester,
Packard, Cadillac, Peerless, Pierce Arrow en Marmon. Ook Renault maakte grote
auto’s in die tijd. Stuk voor stuk zijn ze bijzonder, net als de verschillende
brandweerwagens en de Thames Motor Stage Coach van 1913. Je vraagt je af hoe
mensen zonder halsbrekende toeren op de dakzitplaatsen konden komen.
Thames Motor Stage Coach 1913 en
een Ahrens-Fox brandweerwagen uit 1928.
Overzicht van de
benedenverdieping met rechts een Packard uit 1926 van de brandweercommandant.
De zaal is ruim opgezet zodat elk
model goed tot zijn recht komt, een eis van museumbaas Evert Louwman.
De bijzondere Cadillac van 1915
heeft airco, verwarming en... autotelefoon!
Twee grote Renaults uit de jaren
twintig; rechts een 40CV met een motorinhoud van 9 liter!
Beroemde namen: Hispano-Suiza H6B
van 1924 en een Isotta Fraschini van een jaar later.
Deze Lea Francis ontdaan van het
koetswerk laat mooi de onderhuidse techniek zien.
Apetrots
In een afzonderlijke zijzaal is ruimte gereserveerd voor drie exclusieve Mercedessen. Louwman is apetrots op zijn Mercedes SSK van 1929.
Het is zijn troetelkindje en tevens de waardevolste auto van allemaal. In
kennerskringen wordt gesproken over een bedrag tussen vijf en tien miljoen euro. De auto is honderd procent origineel. Toen
Louwman de auto kocht, bleek alleen het krukashuis vervangen.
Na intensief speurwerk en met medewerking van de afdeling klassiekers van de
fabriek was het origineel te achterhalen. Het enige niet-originele onderdeel
werd op last van Louwman vervangen. Een SSK is al een bijzonderheid, een
helemaal originele is absoluut uniek.
De twee andere auto's zijn vakkundig in nieuwstaat teruggebracht, een 500K sportwagen en een
personenwagen met een wel heel bijzondere carrosserie van het Franse bedrijf Saoutchik.
Deze Mercedes-Benz SSK is geheel
origineel. Louwman is er trots op. De auto is de waardevolste van zijn
collectie.
Die trots komt tot uitdrukking in
de levensgrote foto's met bijschrift op de muur.
De prachtig opgeknapte 500K Roadster uit 1936. De foto erboven toont de auto vóór restauratie.
Een opvallend Saoutchik-koetswerk
op een Mercedes-Benz van 1926.
Louwman verzamelde ook nog een
aantal oude benzinepompen.
Koek
Als aardig tussendoortje is er een aantal ouderwetse benzinepompen, bijna
achteloos in wat nissen geplaatst. De autokoek is voor de liefhebber nog niet
op. Hij krijgt nog de hoogtepunten uit de Amerikaanse autohistorie
gepresenteerd: modellen van Auburn, Cord en Duesenberg. De
rode Duesenberg SJ kenden we al van Raamsdonksveer. Minder dan veertig van dit
type zijn gemaakt, allemaal verschillend. Deze heeft een koetswerk van LaGrande
en stamt uit 1935. De waarde wordt met een getal van zeven cijfers uitgedrukt.
Voor de komma, wel te verstaan. De SJ heeft in Den Haag gezelschap gekregen van een zwarte J
uit 1929 met Murphy-carrosserie. Door de uitwendige flexibele uitlaatpijpen
ziet deze er uit als een SJ. Beide auto’s staan op een marmeren vloer. Adeldom
verplicht.
De Duesenberg
Model A had een achtcilinder lijnmotor.
De Cord L-29 was het eerste
Amerikaanse serieproduct met voorwielaandrijving.
De traditioneel vormgegeven Cord
L-29 werd opgevolgd door de revolutionaire 810/812.
De boattail-achterzijde maakte de
Auburn 852 beroemd.
Duesenberg J uit 1929 en een SJ
van 1935. Mooier zijn ze niet gemaakt.
Murphy tekende voor het koetswerk
van de J, LaGrande
voor dat van deze SJ.
De fabriek leverde onderstel en
motor, plus de befaamde radiator en voorbumper.
De uitlaatpijpen suggereren dat
het een SJ was, maar ze waren een optie bij de J.
Grootmeesters
Niet minder exclusief is een kwartet Franse coupés met wonderschone
carrosserieën van de grootmeesters Chapron, Pourtout,
Figoni & Falashi en Saoutchik. Talbot Lago en Delahaye leverden de chassis. De
auto’s zijn werkelijk rijdende kunststukken, uitermate geschikt voor een museum.
Maar als het moet, laat Louwman de motoren lopen om ze naar een concours d’elegance te rijden. Niet zelden sleept hij prijzen in de wacht.
Dat zal niet gebeuren met een Voisin uit 1925. Deze is namelijk niet opgeknapt,
maar toont daardoor de eenvoud van het ontwerp.
Als toetje is er de Bugatti-zaal. Weer zo'n klinkende naam uit de hoogtijdagen
van de automobielgeschiedenis. Wat opzij staat een vitrine met enkele oude
meubeltjes. Verdwaald? Natuurlijk niet. Ze zijn ontworpen door een andere telg
van de creatieve Bugatti-familie.
Voisin vond dat de vorm zo
eenvoudig mogelijk moest zijn. De C7 van 1925 (rechts) is - duidelijk te zien - niet
opgeknapt.
Franse meestercreaties: Delahaye
135MS van Pourtout en Talbot Lago T150SS van Figoni et Falashi.
Tweemaal een Talbot Lago T26,
links het ontwerp van Chapron, rechts van Saoutchik.
Een klassieke Bugatti T44 en een
opmerkelijke T50T, een ontwerp van Jean Bugatti, Ettores zoon.
Bugatti T57 met opvallend
koetswerk van Gangloff uit 1934.
Deze Bugatti T43 toont zijn met de
wielen meedraaiende koplampen.
Deze Bugatti 1913 was van
vliegenier en sportman Roland Garros.
Bugatti was een creatieve familie
die zich niet alleen bezig hield met auto's, maar ook met exclusieve meubels.
Den Haag
We zijn terug op het oude dorpsplein met de showroom van Dodge Brothers aan de
Lekstraat in Den Haag. In de lucht hangt een cabine van een Zeppelin, op de
grond staat een Austin Taxi voor de originele toegangsdeur van het voormalige
Haagse restaurant "House of Lords".
Bij de realisatie van
Evert Louwmans levenswerk lag de lat hoog. Hij wilde met zijn collectie en
de behuizing tot de top van de wereld behoren. Na een bezoek kan er maar één
conclusie zijn: hij heeft het waargemaakt. De droom is uitgekomen.
Op het (donkere) plein staat een
Austin Taxi geparkeerd.
OKTOBER 2010
Ondanks alle voorbereidingen en
zorgvuldigheid bleek Evert Louwman na een kleine drie maanden toch niet helemaal
tevreden. De spiegelzaal op de begane grond werd opnieuw ingericht. De auto's
staan nu strakker opgesteld. Zo komen ze volgens de verzamelaar beter tot hun
recht. De bezoeker kan ze gemakkelijker van dichtbij bekijken en hun details
bewonderen. Hieronder een paar foto's van na de herinrichting.
De speelsheid van de oude
opstelling is wat verdwenen. Alles staat nu strak in het gelid.
Deze Pierce Arrow uit 1917 heeft
een carrosserie van Studebaker en heeft als accessoire Westinghouse luchtvering.
De Hispano-Suiza H6B
uit 1924 kreeg een nieuw plaatsje en is nu van alle kanten te bekijken.
Zaaloverzicht met aan de rechterkant langs de muur de Thomas Flyer 1910, zie ook
rechterfoto.
Links een Peerless 1911 en rechts een Stoddard-Dayton 1910.
Het Belgische merk Minerva heeft
als radiatormascotte de beeldtenis van de Godin Minerva. Deze 32CV stamt uit 1928.
Rechts vooraan op de linker foto
de zwart met donkerrode Daimler 45HP uit 1925.
Links een Lanchester Landaulette
uit 1910 en rechts een Renault 22/24cv Mühlbacher Town Car uit 1913.
Typerend voor Renault uit die
tijd is de radiator achter de motor. Rechts: het rietwerkmotief op de deuren van
de auto.
Ook
de Packard 1926 van de brandweercommandant staat ergens anders.
Zowel de Cadillac (links) als de Marmon (rechts) hebben zestien (!) cilinders
onder hun motorkap.
Als
bijzonderheid heeft de Marmom een meedraaiende lamp.
De
American Lafrance brandweerwagen 1922 is nu veel beter te zien. De auto is
ingezet in New York. De ladder is 20 meter lang.
JANUARI 2011
Louwman blijft aanpassen en verbeteren. In de Bugatti-zaal kwamen de modellen
onvoldoende tot hun recht. Ze staan voortaan op een kleine verhoging en de
wanden zijn aangepast, zodat de kleuren beter uitkomen. De vitrine met de
kunstwerken van de familie Bugatti heeft een uitbreiding gekregen. Verder is in de grote
hal door middel van vlaggen het thema van dit tentoonstellingsgedeelte
duidelijker gemaakt: auto's uit alle landen en werelddelen.
Aan de tentoongestelde Spyker-collectie is het model uit 1911 toegevoegd dat we
eerder zagen in het museum in Raamsdonksveer. Alleen het chassis staat er, het
koetswerk ontbreekt. Jammer, want dat was juist zo typerend voor dit model (zie
ook ►overzicht van alle nog bestaande Spykers).
In de hal staat bij ons bezoek een Delahaye, één van de Franse topmerken uit
de jaren dertig. Deze gaat echter geen deel uitmaken van de
basiscollectie.
De meest bizarre auto van het museum is een
zogeheten hot rod, een
omgebouwde Lincoln uit 1939 met achterin een minstens zo bijzondere Harley
Davidson uit 1992.
Waar Louwman normaal gesproken gek is van originaliteit, is dit het andere
uiterste.
|
 |
 |
De
Bugatti-zaal werd aangepast. De auto's staan op een kleine verhoging en de wand
is veranderd.
De
lichte achterkant laat de lijnen van de auto's beter uitkomen, zoals de extreem
vlakke voorruit.
Een
blik op en in de Bugatti Type 54 Bachelier uit 1932.
De
T44 komt zo ook beter uit.
De
creatieve werken van de familie Bugatti.
Bij
de auto's in de grote hal staan voortaan de vlaggen van het herkomstland, zoals
de Tsjechische bij de Tatra 87.
Een
geheel eigen karakter kun je de Tatra niet ontzeggen. De auto heeft een V8-motor
achterin.
De
Spyker Runabout van 1911 is terug, maar helaas zonder koetswerk.
Even
geparkeerd in Den Haag, een Delahaye, een beroemd Frans merk met luxe koetswerken.
Het
was voor de oorlog niet ongebruikelijk dat ook Europese auto's een stuur aan de
rechterkant hadden.
De
meest bizarre auto in de collectie: een omgebouwde Lincoln 1939 met ruimte voor
een aangepaste Harley.
|
 |
 |
APRIL 2012
Het Louwman Museum en zijn collectie lijken nooit af en compleet te zijn. Het
kan altijd beter en mooier. Zo is de imposante zwarte Duesenberg J ingeruild voor een
nog opvallender en unieker model van het
merk. Het is tevens de langste Duesenberg ooit gebouwd. Een Amerikaanse
protestantse gemeente schonk de wagen destijds aan de dominee. Het achterste
dakdeel kan worden afgenomen en de bank kan elektrisch omhoog. Met de komst van
de auto is de inrichting van de zaal ook gewijzigd.
Nieuw zijn verder een Iso Isetta (die de plaats inneemt van de veel minder
exclusievere BMW Isetta) en een sportwagen van Bentley.
Al wat eerder reden een La Croix & De LaVille uit 1904, Steyr Type 55, Lancia Astura en Stutz Bearcat
naar binnen. De Lloyd Alexander is een oude bekend: hij stond al in
Raamsdonksveer.
Een Moon is definitief verhuisd van het depot naar de expositie en op de
afdeling kleine auto's is een minimale auto van Suzuki komen te staan. De
Shelette van Michelotti heeft voortaan een dakje. Het bureau van Eiji Toyoda,
dat we nog kennen van het museum in Raamsdonksveer, is op de verhuiswagen naar
Den Haag gezet. De afdeling porselein is verder uitgebreid met serviesgoed.
De Rolls-Royce Shooting Break is tijdelijk vervangen door een Silver Ghost
Pullman
Limousine. Hij is in bruikleen. Het zou een mooie aanvulling op de collectie
zijn. De auto is te koop. Men verwacht veel belangstelling tijdens de veiling,
later dit jaar. De verwachte opbrengst is twee miljoen pond. Komt
het model bekend voor? Dat kan kloppen. Corgi Toys maakte er in het verleden een
miniatuur van.
De Aston Martin DB5 van James Bond is dit seizoen in het
National Motor Museum in Engeland te zien. Een moderne 007-Aston Martin is er
tijdelijk voor
in de plaats gekomen.
|
 |
 |
Een
heel exclusieve Duesenberg J en de SJ in een
nieuw decor.
De
BMW Isetta heeft Louwman ingeruild voor de originelere Iso Isetta.
Onder de bobbel achterop zitten de doppen voor benzine en water.
Links de Stutz Bearcat, rechts een Bentley: beide nieuwe aanwinsten.
Uit het depot naar het museum en een nieuwe aanwinst: een Moon en een La Croix & De LaVille.
In de hal met auto's uit allerlei landen is de Oostenrijkse Steyr 55 komen te
staan.
De
Lancia Astura is in werkelijkheid nog grootser dan op de foto.
De gestroomlijnde voorkant en het chique interieur van de Lancia.
Nieuw op de afdeling kleine auto's, de Suzuki CV-1, inmiddels meer dan dertig
jaar oud.
Een
bekende uit het museum in Raamsdonksveer staat nu ook in Den Haag: de Lloyd
Alexander.
Een
kleine auto uit de jaren vijftig. Let op de relatief grote wielen.
Uitbreiding op een ander vlak dan auto's: het bureau van Eiji Toyoda en nieuwe
vitrines met serviesgoed.
Deze
Rolls-Royce Silver Ghost Pullman Limousine neemt tijdelijk de plaats in van de
jachtwagen van dat merk.
Jeugdherinneringen komen boven: Corgi Toys maakte deze Rolls-Royce ooit in het
klein. Rechts foto van de motor.
De
Aston Martin DB5 staat dit jaar in Engeland, een moderne James Bond-auto kwam
ervoor in de plaats.
Voortaan met een dakje: de Shelette van Michelotti op Fiat 850-basis.
|
TIJDELIJKE TENTOONSTELLING |
Van 17 februari tot en met 30 april
2012 was in de grote hal een tentoonstelling ingericht over 125 jaar autoreclame. Het
aanprijzen van nieuwe auto's is dus bijna net zo oud als de auto zelf, want in
2011 vierde men dat Carl Benz in 1996 octrooi verkreeg op zijn driewielige
voertuig met benzinemotor. De tijdelijke expositie omvat historische
reclameposters, afbeeldingen van advertenties en autoreclames op televisie. Het
geheel is aangevuld met een aantal modellen uit de vaste collectie. Als
blikvanger dient de Edsel. Deze is ook gebruikt voor de reclameposter. Voor de
deur van het museum stond de Blij-dat-ik-rij-mascotte, destijds door de RAI
Vereniging geïntroduceerd onder meer als protest tegen de verhoging van de
belastingen op benzine.
Een
tijdelijke tentoonstelling brengt 125 jaar autoreclame in beeld.
De
reclametentoonstelling is opgesteld in de grote centrale hal.
De
Edsel van de poster is van de tweede verdieping naar de begane grond verhuisd.
Het
front van de Edsel werd destijds zeer verschillende beoordeeld.
Aan
de muur afdrukken van de advertenties voor de Edsel van die tijd.
Reclame-uitingen voor een Packard uit de jaren dertig en een Cadillac van de
jaren vijftig.
De
eerste advertenties voor Japanse auto's in de Verenigde Staten: een Toyopet
(Toyota) en Datsun (Nissan).
De
Baker laat zien dat de elektrische auto niet iets van deze tijd is, maar ook
ruim honderd jaar geleden al bestond.
Beroemde Amerikaanse advertenties over de Volkswagen Kever.
Bij
de posters voor de Sparrow staat het - merkwaardige - origineel.
|
Bijlage 1 - Nieuwe kleuren |
Is de groene Mercedes-Benz nieuw in
de collectie van Louwman? Ja en nee. De auto behoort al langer tot de
verzameling, maar heeft een metamorfose ondergaan. In 2007 fotografeerden we de
auto in de hal van het oude museum in Raamsdonksveer. Toen was de wagen echter
nog wit, had andere wielen en de voorbumper ontbrak. Je moet twee keer kijken om
vast te stellen dat het dezelfde auto is. Zie hieronder de foto's.
Links de Mercedes-Benz 1926 met Saoutchik-koetswerk van nu, rechts de oude
versie.
Ook
de Renault 40CV veranderde van kleur. Rechts een foto uit het oude museum (bron:
flickr).
Het
groen van de Daimler is vervangen door zwart en heel donkerrood. (Bron rechterfoto: flickr).
|
Bijlage 2 - Evert Louwman onderscheiden |
|
Meer informatie elders op deze website |
►
Verslag van bezoek aan voormalig museum in Raamsdonksveer in 2009.
►
Verslag van bezoek aan voormalig museum in Raamsdonksveer in 2007.
►
Oude foto's van de collecties waaruit de huidige is voortgekomen.
►
Het museum vlak voor de opening.
►
Achtergronden en beelden uit de film Geneviève.
► Alle nog bestaande Spyker-modellen.
|