|
|
Een oude DKW is een van de vierhonderd deelnemers.
Liefhebbers van de Ford Mustang staan met hun pronkstukken bij elkaar.
Van een ranke Alfa Romeo tot stoer zwaar transport: Lelystad verwelkomt alle soorten historische automobielen.
Corvette
Corvettes op zoek naar hun plaats.
Acht generaties
Het eerste model van de Corvette, geïntroduceerd in 1953.
Deze Corvette is van 1958.
Links jaargang 1960, rechts het model van een jaar eerder.
Ieder jaar veranderde er wel wat. Vergelijk de grilles van beide jaargangen.
De contrasterende zijkanten zijn kenmerkend voor de latere jaargangen van het eerste model.
Dashboard van de Corvette.
De Sting Ray is de tweede generatie van de Corvette. Deze is van 1964.
Bij de introductie in 1963 had de auto een gesplitste achterruit, na een jaar vervangen door de ruit uit één stuk.
Een convertible uit 1965. De koplampen zijn weggeklapt.
De derde generatie Corvette, vanaf 1967 geproduceerd. (Op de achtergrond de voorlaatste generatie.)
Het uiterlijk van de derde serie is afgeleid van het studiemodel Mako Shark II uit 1964 (zie inzet).
De derde generatie bleef tot 1982 in productie.
Een laatste model uit de derde reeks, gebouwd in 1982.
Onder de kap van deze vierde generatie (bouwjaar 1986) ligt een 5,7 liter injectiemotor.
De vierde generatie was er ook weer als coupé en convertible.
In 1997 kwam deze Corvette (vijfde modelserie) van de band.
Een model van de zesde generatie uit 2005. De opklapbare koplampen zijn verdwenen.
De nieuwste Corvette, met middenmotor.
Rolls-Royce
Op een pleintje staan Jaguars bij elkaar. Achter de E-Type coupé een S-type.
De grote motorkap van de Jaguar E-type kantelt naar voren om bij de motor te kunnen.
Een Jaguar XK150 (de laatste van de XK-reeks) en een 3,4 Litre uit 1959.
Jaguar Mark IX uit 1960 (te onderscheiden van de Mark VIII door de eendelige voorruit).
Een Twenty Tourer 1923, destijds geïntroduceerd als goedkopere Rolls-Royce.
Een klein, moeilijk te lezen plaatje op de voorkant vermeldt de koetswerkbouwer: Barker & Co.
Het eeuwfeest van dit model is één van de thema's van de oldtimerdag 2023.
Rolls-Royce leverde het chassis en de motor, een carrosseriebedrijf de buitenkant.
Een 40/50 uit 1935 van de collectie van het Rolls-Royce-museum in Arnhem.
Een 25/30 van een jaar later.
Rolls-Royce Phantom II, bouwjaar 1932.
Later op de dag doet de auto ook mee aan de toertocht door de omgeving.
Een Phantom I uit 1928, met op de ruit de mededeling 'geen tijd gehad om 'm te poetsen'.
Deze auto kwam ik eerder vandaag op de snelweg tegen, op weg naar Lelystad.
Eerder op deze dag: onderweg naar Lelystad.
Toni Bienemann komt aanrijden met zijn opvallende Phantom III.
De auto heeft twaalf cilinders met 'voldoende vermogen'. De fabrikant noemde nooit het aantal pk's.
Mulliner voorzag de Phantom VI van 1976 van dit statige koetswerk. Ook deze auto is van Bienemann.
Het kwaliteit van het houten dashboard van een Rolls-Royce is spraakmakend. De chauffeur heeft leren bekleding.
Achterin heeft de auto juist luxe stoffen bekleding van de hoogste kwaliteit.
Peugeot
Een pleintje vol met historische Peugeots.
Drie generaties bij elkaar, vooraan een 201, daarachter een 402 en daarachter een 203.
Peugeot 202BH (1948) met schuifdak. Franse nummerborden mochten de vorm van de bumper aannemen.
Van hetzelde bouwjaar, een vergelijkbare 202BH.
Zeer karakteristiek voor de 02-reeks: de koplampen achter de grille.
Een 402 Découvrable (1939), dat wil zeggen open kap, maar met behoud van deuren en raamstijlen.
Een 203 is niet heel bijzonder, maar aardig is de mogelijkheid de jaargangen 1952 en 1958 te vergelijken.
Zie het verschil in oppervlakte van de achterruit.
Bij de eerste modellen liep de regengoot tot aan de kofferklep, bij de latere volgde die de deurlijn.
Bevestigingspunten voor een imperiaal zaten vaak standaard op een Peugeot.
Rijp voor de schroot? Natuurlijk niet!
Op een dag als vandaag is zo'n 403 pick-up een gewaardeerde bezienswaardigheid.
Een Peugeot 403; het taxibordje mag origineel zijn, maar is niet waarschijnlijk bij een benzineversie.
De grille zonder sierstrepen duidt op een eenvoudige uitvoering.
Ziekenauto
Een bijeenkomst in clubverband.
Een hele serie DS'en langs de straatkant, waaronder Breaks.
Slechts heel weinig privacy in zo'n ambulance.
Je kijkt zo naar binnen. Naast de brancard is er een klapstoel aan de rechterkant.
Het verhoogde dak heeft een merkwaardige vorm, nodig om de standaard achterklep te kunnen behouden.
Uit eigen arcief: folder van de
ambulance, maar zonder verhoogd dak.
Een Traction Avant in verlengde Familiale-uitvoering.
Uit België komt deze Renault Monaquatre met een Brits aandoende cabrioletkap.
De voorruit kan worden neergeklap. Let op de achthoekige motieven bij de vormgeving van het dashboard.
Bij de toertocht is de kap geheel geopend.
Belle Epoque en Roaring Twenties
Deze open Star is van 1904 en daarmee een van de oudste auto's vandaag.
In 1908 werd deze luxe Wolseley Siddeley aangeboden.
Een International Harvester (1908), gebouwd voor het Amerikaanse platteland met slechte zandwegen.
De zogeheten Highwheeler heeft als productienummer 687.
Een prachtige Buick 1909. Een vorige keer was de auto ook present.
Buick startte in 1903 met de autofabricage en werd in 1908 een van de pijlers onder General Motors.
Een deelnemer uit Duitsland met zijn Cartercar, Model T7, bouwjaar 1914.
Het merk behoorde tot General Motors, maar bestond slechts 10 jaar.
Een indrukwekkende verschijning, deze Stanley Steamer met vier zitrijen. Gebouwd in 1915.
De afgeronde voorkant - uiteraard zonder radiator - is kenmerkend voor de fabrikant.
Deze Belgische deelnemer komt vandaag niet voor het eerst naar Lelystad.
Citroën B2 Pick-up, een viercilinder uit 1923.
Liefhebbers van het Franse merk La Licorne zijn met enkele modellen aanwezig.
Panhard er Levassor X46 (1925) met zogeheten boattail-carrosserie.
Op de radiator staat SS naast de P&L van het merk: sans soupapes, de motor heeft geen kleppen.
Merkplaatje van de radiator op de voorkant van een Épalle uit 1910.
Donnet 7CV, in Frankrijk gemaakt, hoewel het merk een Zwitsere achtergrond heeft.
Dit model is van 1932. Enkele jaren later werd de fabriek opgekocht en verdween het merk.
Rugby, een exclusief merk dat slecht vijf jaar bestond, van 1923 tot 1928.
Rugby maakte onderdeel uit van de groep van ex-GM-baas (en oprichter) Bill Durant.
Het einde van de Roaring Twenties, maar met behoud van veel luxe.
Een werkelijk schitterende Packard met achtcilinder lijnmotor uit 1930.
Eerder zag ik deze exclusieve Tsjechische Praga bij een dag in Voorschoten.
Volgens de eigenaar is het niet zo
heel moeilijk om in Tsjechië nog aan onderdelen te komen.
Toertocht
De Buick op weg naar de start van de rit door de omgeving.
De Duitse gasten doen met hun Épalle ook mee.
Een bezetting van vier personen moet voor de Wolseley geen probleem zijn.
Een Dodge wordt gevolgd door een Nash.
De Nash is een Touring, gebouwd in 1923.
Een rookpluim hoort bij een stoomauto.
Staartvinnen
Kenmerkend voor de vormgeving van Amerikanen van eind jaren dertig, deze Nash Ambassador (1938).
Uit hetzelfde jaar is de Studebaker Commander.
Je ziet de vormgeving zich ontwikkelen. Deze Cadillac coupé is slechts drie jaar jonger.
De auto is uit het laatste volledige modeljaar voordat de auto-industrie overschakelde op oorlogsproductie.
Cadillac Series 62, bouwjaar 1949. De gang naar langer en lager werd ingezet.
Pontiac Chieftain De Luxe coupé (1949), elders op het terrein.
Een gestileerd en gekleurd indianenhoofd als motorkap-ornament.
Dit jaar viert deze Cadillac Eldorado zijn 70e verjaardag.
De opgaande lijn bij de achterlichten vormen het begin van de staartvinnen.
De kleur van de bekleding komt terug op het dashboard en in het stuurwiel.
Product van een ingewikkelde internationale samenwerking: Nash Healey (1953).
Onderstel van Healey (Engeland), motor van Nash (USA) en carrosserie van Pininfarina (Italië).
De Chrysler 300C 1955 laat graag zijn krachtige motor zien.
In 1955 bood Oldsmobile zijn type 88 in deze vorm aan.
De merknaam in dikke, losstaande letters als onderdeel van de grille.
Een opmerkelijke scheiding van de twee kleuren via de sierstrip op de achterdeur.
De Oldsmobile Holiday is uit mijn geboortejaar 1956.
De Chevrolet Belair Nomad (1957) is een sportief gelijnde, tweedeurs station wagon.
Met strakgelijnde staartvinnen dicteerde Chrysler Windsor (1957) destijds de automode.
De concurrentie van General Motors (zie hieronder) zag er lang niet zo strak uit.
Chevrolet Impala Sportcoupé, bouwjaar 1958.
Opmerkelijk: de luchtuitlaat op het dak als onderdeel van het ontwerp.
Met zo'n auto val je wel op. De achterkant is geïnspireerd door de vliegtuigwereld.
Een Cadillac Deville uit 1958: de staartvinnen worden steeds hoger.
Deze Buick en Ford Stationcar stonden er in 2019 ook.
Chevrolet Impala convertible, gemaakt in 1960.
Typisch Amerikaans: dashboard en stuurwiel in een felle kleur. Alles voor de show.
De achterkant is misschien nog kenmerkender dan de voorzijde.
Ford Thunderbird (1960) van de tweede generatie, anders dan het oorspronkelijk model een vierzitter.
Passend bij de tijdgeest verwijzen design-elementen naar de lucht- en ruimtevaart.
Interieur van de Thunderbird, redelijk behoudend vorm gegeven.
De Cadillac van 1960 is bijna gelijk aan die van 1959, op de achterzijde na.
Dit model luidt het afscheid van de overdreven staartvinnen in. Na 1959 worden ze steeds een stukje lager.
De Cadillac van 1962 is strakker gelijnd dan zijn voorgangers. Nog wel staartvinnen, maar bescheiden van formaat.
Dat past mooi in het tijdsbeeld: de hapjes en drankjes geserveerd bij de Drive-In bioscoop.
Dodge Coronet cabriolet uit 1963. De staartvinnen zijn verleden tijd.
Zo'n vorm kan alleen uit de pen van Amerikaanse ontwerpers vloeien.
In 1967 konden Amerikanen zo'n Pontiac Bonneville nieuw kopen.
Gebruiksmodellen
DKW 3=6 met tweetakmotor in twee- en (veel exclusiever) vierdeurs-uitvoering.
Van de DKW Monza is nog maar een zeer beperkt aantal overgebleven. De achterlichten zijn van een Porsche.
Borgward Isabella in sportieve, luxe TS-uitvoering (1960).
Borgward Isabella als coupé en daarvan afgeleide cabriolet.
Destijds zag je ze geregeld zo langs de straatkant staan: een Simca Aronde.
De voorkant van het model veranderde enkele keren. Dit model is van 1953.
Het is een zeldzaamheid als je zo'n auto tegenkomt. De meeste zijn geëindigd op de sloop.
Vauxhall Cresta, met de typeaanduiding op een ongebruikelijke plaats.
Duidelijke Amerikaanse stijlinvloeden. Aanvankelijk had het model een achterruit in drie delen.
Zo'n Singer Gazelle is ook een auto waarvan er niet veel meer zijn overgebleven en die je in Nederland nauwelijks tegenkomt.
Dit exemplaar heeft een automatische versnellingsbak, aangegeven met een plaatje op de kofferklep.
De Singer is de luxe variant van de Hillman Minx.
De Austin 1800 is op dezelfde ontwerpfilosofie van Alec Issigonis gebaseerd als de Mini en 1100.
De eerste generatie is herkenbaar aan de grille en de horizontale achterlichten.
Een Volga M21 (met Russische letters op de spatborden) in een creatieve kleurstelling.
Een vroege Renault 4L, met stervormige wieldoppen, simpele stoelen em kleine grille.
Het uiterlijk van de 4 veranderde in vele jaren niet, op de voorkant na.
Een Nederlands product: de Ruska buggy op een onderstel van Volkswagen.
Laat je niet misleiden: ook dit is een fraai aangeklede Volkswagen Kever.
Siata 850 Spring (1968), een bijzonder sportwagentje in retrostijl.
Een wel heel forse grille voor zo'n klein wagentje. Opvallend bij het dashboard: de snelheidsmeter zit rechts.
Technisch is de auto gebaseerd op een Fiat 850.
Is dit geen snoepje? Een tuk-tuk op basis van een Piaggio Ape.
Nog een curiositeit: de driewielige Bond Bug, waarvan de hele bovenkant opengaat.
Het wagentje was maar in één kleur leverbaar: knal oranje.
Nee, dit is geen gewone Fiat 1100, al lijkt dat misschien wel zo.
De tamelijk unieke NSU-Fiat Neckar werd gebouwd in Duitsland.
Typeplaatjes wijken af van het Italiaanse model.
Aan de achterkant verschilt de auto niet van het origineel, met uitzondering van de typeplaatjes.
Ford Anglia in Sportsman-uitvoering, dat wil zeggen met het reservewiel achterop. Afgekeken van Amerika.
Een Daf 600 van de allereerste serie, nog met de richtingaanwijzers aan de zijkant.
Een vrijwilliger van het Louwman Museum is de trotse bezitter van deze Volvo P444.
De bekleding van de voorstoelen is opnieuw gemaakt.
Japanse klassiekers zijn zeldzaam. Een Honda S800 en een Toyota Corolla.
Natuurlijk komen er ook Porsches naar zo'n dag. Links een 911, rechts een 356.
Mercedes-Benz 300, als vier- en tweedeurs cabriolet.
Twee Alfa Romeo's Giulietta Spider.
Opel Commodore Fastback coupé, de luxe zescilinder variant van de succesvolle Rekord.
Ford Corina MK 1 en MK 2. In beide gevallen niet in de standaarduitvoering zoals je ze destijds veel zag op straat.
Een pareltje tussen de alledaagse modellen: een echt Britse Daimler.
Uiteraard met ribbeltjesgrille. De vorm van het derde ruitje is typisch Hooper.
De Daimler Empress Mark IIA is van 1955.
Bentley S-serie als standaard saloon en cabriolet.
Nieuws
Een Nissan Cedric 1900 uit 1964, het jaar van de Olympische Spelen in Japan.
De auto is pas sinds enkele maanden in ons land. Het model is nooit in Nederland aangeboden.
Een onbekend goudgekleurd beeldmerk op de neus en achterop in dezelfde goudkleur de aanduiding 'de Luxe'.
Exclusiever is bijna niet mogelijk. De auto ziet er bovendien geweldig uit.
Een Braziliaanse Volkswagenbus uit 1973 met zes deuren.
De koplampen wijken ook af van de modellen die bij ons werden verkocht.
Niet alleen de deuropstelling, ook de plaatsing van de ruiten is opvallend.
De stationcarversie van de Chevrolet Corvair is slechts twee jaar gemaakt en een echte bezienswaardigheid.
Links de fraai gekromde A-stijl.
De auto is van 1962, het tweede en laatste modeljaar.
De luchtgekoelde 6-cilinder boxermotor zit achterin.
Ford Anglia Torino, met een gewone achterruit in plaats van de omgekeerde versie van het Engelse origineel.
De auto is destijds geleverd in Italië en de Benelux.
Een hoge achterkant met kleine lampen geeft de auto een geheel eigen gezicht.
Michelotti is verantwoordelijk voor het ontwerp. Dit is niet de meest elegante zijde van het geheel.
Een Delahaye 135 M uit 1949, te koop bij het Belgische bedrijf Oldtimer Farm.
De auto heeft een koetswerk van het Nederlandse bedrijf Pennock.
Aston Martin DB4 Serie II (1964), een deelnemer uit België.
Bentley Speed Six volgens de catalogus van de show bouwjaar 1934.
Deze Bentley is van 1947, maar gemaakt naar de modellen van rond 1930.
Bentley 3/8 Racer, gemaakt in 1949 en in 2022 naar Nederland gekomen.
Bentley 3.5 Litre (1934) die eind vorige eeuw dit koetswerk kreeg, geïnspireerd op de auto van racelegende Eddie Hall.
Nederlandse replica uit 2015 van een oude Bentley Speed-Eight, gebouwd op het chassis van een Bentley S1 uit 1956.
De motor is een originele krachtbron van Bentley uit de jaren dertig, met een inhoud van 6,5 liter.
Bentley R van 1946.
Bentley R-series Continental coupé.
Het fraai gelijnde koetswerk is van H.J. Mulliner.
Een MG die je niet vaak tegenkomt, een YB van 1952.
Geïnteresseerden in de techniek kunnen een kijkje onder de kap nemen.
Een echte vooroorlogse MG: een lichtgewicht sportwagen.
MG A Mark II, bouwjaar 1961. Let op het ontbreken van deurhendels aan de buitenkant.
Opvallend aan deze Riley RMA 1,5 Litre uit 1949: de voorruit kan open.
De auto - uiterlijk in voortreffelijke staat - is te koop.
Foto van de auto met de voorruit dicht.
Deze vergelijkbare Riley is vier jaar jonger.
Ook een Riley, maar dan een vooroorlogse sportwagen, een 12/4 Special uit 1937.
Een drieliter Lagonda van 1932.
De linkerkant heeft twee deuren, de rechterkant maar één. De chauffeur moet het doen zonder.
Een fraaie Singer Special, bouwjaar 1933.
Lancia Augusta, geproduceerd tussen 1933 en 1936, met een V4 van 1200 cc onder de kap. Deze is van 1933.
De auto heeft vier deuren zonder middenstijl.
Een gemakkelijke instap voor de achterpassagiers.
De Lancia Ardea van 1951 mist ook de B-stijl.
De Ferrari 365 GTC uit 1969 is wat mij betreft de enige interessante.
De andere modellen zijn door handelaren hier neergezet.
Dit deel van de drie thema's was het minst interessant ingevuld.
De Volkswagen Karmann-Ghia bleef lang in productie, van 1960 tot en met 1974.
De omvang van de achterlichten nam fors toe.
Bij de haven staan klassieke brandweerauto's, zoals deze A-Ford.
Brandweerlui willen spuiten en deden dat dan ook.
Magirus-Deutz was vaak de basis voor een brandweeropbouw.
Links nog een Magirus, rechts een Ford.
Peugeot 203 pick-up met duidelijke gebruikssporen, maar daardoor wel charmant.
Een oude Chevrolet als rijdende reclamezuil.
De zogeheten spijlbussen van Volkswagen zijn waardevolle klassiekers geworden.
Hier klopt iets niet.... een Volkswagen met een bijzondere opbouw.
Deze pick-up met dubbele cabine was als een Hanomag ontwikkeld, maar later verkocht als Mercedes-Benz.
Vrachtwagens van Mercedes-Benz en Magirus-Deutz.
Holwerda is wel vaker present met de Citroën U23 uit 1951.
Zoveel mensen, zoveel zinnen. Het is niet mijn smaak, maar wel een fraai exemplaar, gebaseerd op een Citroën 1930.
Verminking of verfraaiing van een klassieker? De meningen zullen verschillen.
|