Nationale Oldtimerdag  

Lelystad (NL) 


 
●  38e editie van jaarlijks evenement
●  Honderden auto's 
●  Minder druk dan voorgaande jaren
●  Bijzonderheden o.m. Holden, Puma en Steyr-Puch
●  Nieuwste modellen Donkervoort 

 
juni 2024

  


Bij twijfel: gewoon gaan!  
 

De Nationale Oldtimerdag in Lelystad (editie 38) had dit jaar duidelijk te lijden onder de weersomstandigheden. De weermannen en -vrouwen hadden voor zondag 16 juni 2024 een wisselvallige dag met veel bewolking, buien, zonnige perioden en stevige wind voorspeld. Ze kregen gelijk. Door de matige vooruitzichten besloten heel wat deelnemers om ondanks de inschrijving toch thuis te blijven. In de ochtend waren er ook veel minder bezoekers. Het was beduidend rustiger dan de vorige keren. De doorzetters kregen niettemin het gelijk aan hun zijde: er was genoeg te beleven om het een interessante dag te laten zijn. Met opnieuw een fors aantal bekende, maar ook een aantal onbekende klassiekers.
 


Nauwelijks heb ik rond half tien de auto geparkeerd of een forse plensbui daalt over het haventerrein van Lelystad neer. De twijfel slaat toe. Was het wel een goed idee hiernaartoe te komen? Het buitenevenement vraagt om een zonnige of in elk geval droge dag. Dit is geen best begin; ik heb een bovengemiddelde hekel om in de regen te lopen. Voor de zekerheid heb ik met een vooruitziende blik een regenjas met capuchon meegenomen. Gelukkig is de bui van korte duur. De wisselvalligheid zal echter de rest van de ochtend voortduren. Donkere luchten domineren. Af en toe spettert het, maar soms komt ook de zon achter de wolken vandaan. Via de luidsprekers klinkt over het terrein het opgewekte geluid van de spreekstalmeester. Het weer beïnvloedt zijn humeur duidelijk niet. Optimistisch geeft hij tekst en uitleg over wat allemaal te zien is. Hij weeft er af en toe een stukje Lelystad-promotie doorheen: kijk ook naar wat Lelystad nog meer te bieden heeft. Hij verwijst naar een informatiestand ergens op het terrein. Hij rondt het promotionele advies af met verwijzing naar de winkels van Bataviastad en de eigen stand van het evenement. Daar kun je allerlei  merchandise-artikelen kopen. Een paraplu bijvoorbeeld; voor vandaag meteen een handig hebbedingetje. Je blijft niet alleen droog, maar steunt ook financieel de organisatie van de oldtimerdag. De inkomsten zijn een kleine bijdrage om de toegang laagdrempelig te houden. Anders dan bij veel andere autofestiviteiten kun je alles kosteloos komen bekijken. Zelfs het parkeren is gratis; voor Randstedelingen een ongekende luxe.
 

Als altijd is de verscheidenheid aan auto's groot.

Formaat, klasse of exclusiviteit maken niet uit.

Mocht het nodig zijn, is de Wegenwacht in de buurt.

Met een vertrouwde klassieke 2CV AK of een moderne Volkswagen ID.4 of Transporter.

Naast oude alledaagse auto's zijn er ook exclusieve modellen zoals deze Ferrari, een deelnemer uit België. 

Vooraan een Porsche 911 met daarachter zijn voorganger, een 356.

De 912 is de eenvoudige, viercilinder versie van het eerste model 911.

Honderdste verjaardag
Het is nog vroeg, maar veel stiller dan voorgaande keren. Veel aangewezen plekken voor deelnemende auto’s zijn nog leeg. Het beeld zal komende uren niet wezenlijk veranderen. Kennelijk hebben nogal wat deelnemers ervan afgezien met hun klassieker naar Lelystad af te reizen. Dat valt bijvoorbeeld op bij het plein dat is ingericht om de honderdste verjaardag van de merken MG en Chrysler te vieren. De organisatoren hadden gehoopt op een mooi historisch overzicht. Dat is er helaas niet. Sommige auto’s staan er wat verlaten bij. Ook het aantal bezoekers is vooralsnog lager dan ik gewend ben van voorgaande edities. Mijn twijfel of het een goed besluit was vandaag naar Lelystad te komen, verdwijnt niettemin snel. Er is meer dan genoeg te zien. Ondanks de thuisblijvers zijn er een paar honderd oude auto’s, van modellen uit het eerste deel van de twintigste eeuw tot aan de laatste decennia daarvan. Van luxe Rolls-Royce tot alledaagse middenklassers van vroeger en van Amerikanen met staartvinnen tot de minuscule Messerschmitt van de jaren vijftig. Die verscheidenheid is de grote aantrekkingskracht van de Nationale Oldtimerdag. Er is voor elk wat wils.
 

Veel gereserveerde plekken blijven leeg.

Het was de bedoeling dat dit hele pleintje vol zou staan.

Vooraan een MG TD van 1951, dan lege plekken en daarachter een MGB.

Twee MGB's moeten de eer van de honderdjarige hoog houden.

Deze MG ZS is weliswaar nog geen twintig jaar oud, maar niettemin een bijzonderheid.

De auto is uit het jaar dat MG Rover failliet ging, 2005.

Een Chrysler Town and Country van de late jaren veertig.

Het model is nog een doorontwikkeling van typen van voor de Tweede Wereldoorlog. 

Een relatief kleine Amerikaan: Plymouth Valiant 200, bouwjaar 1967.

De Valiant was een echte Amerikaanse compact, concurrent van de Ford Falcon en Chevrolet Chevy II.

In de jaren negentig probeerde Chrysler opnieuw voet aan de grond te krijgen in Europa.

Deze LeBaron GTC is van 1990 en een jaar geleden naar Nederland gekomen.

Eenzelfde model, met andere achterzijde, van een Belgische deelnemer.

Braziliaanse Puma
Een fors aantal auto’s is bekend van eerdere edities of van manifestaties elders. Zo heel erg groot is de Nederlandse auto-scene nou ook weer niet. Zoals gebruikelijk is de zoektocht gericht op modellen die ik niet eerder zag en alleen uit de boeken ken. En naar de mensen die gepassioneerd over hun hobby willen vertellen. Bijeenkomsten als deze scheppen een band.
Veel speurtijd is niet nodig: er komt al gauw een bijzondere rode coupé in beeld. Het is een Braziliaanse Puma 1600GTE uit 1972. Misschien wel het meest bijzondere aan de auto: hij is in 1973 geïmporteerd door Sieberg in Amsterdam. Voor het grootste deel is de auto nog origineel, maar de carrosserie heeft in de loop der tijd een andere kleur gekregen en de oorspronkelijke motor is vervangen. De techniek komt van Volkswagen. In totaal zijn ruim 20.000 Puma’s geproduceerd, maar van dit type zijn er maar 330 van de band gerold. De eigenaar weet te vertellen dat er in Nederland nog een kleine twintig Puma’s zijn, maar de meeste daarvan zijn later als klassieker ingevoerd.
Dit is een mooi begin van de rondgang. De coupé op VW-basis staat trouwens in de buurt van een hele serie Volkswagens Scirocco. Dat model werd precies een halve eeuw geleden geïntroduceerd. Een mooie aanleiding om present te zijn, maar te weinig exclusief om er uitgebreid bij stil te staan.
 

Al van veraf zie je dat dit geen alledaagse coupé is: een Puma uit 1972, gemaakt in Brazilië.

De Puma is destijds nieuw in Nederland ingevoerd en verkocht.

Het beeldmerk op de voorkant en de typeaanduiding achterop.

Vijftig jaar geleden werd de Volkswagen Scirocco gepresenteerd. Hier de eerste en tweede generatie.

Australische Holden
Nog zo’n verrassing is een oranje stationcar, ergens aan de rand van een van de vele parkeerterreintjes. Ik herken de auto al gauw, anders dan veel andere bezoekers. Zij denken dat het een kleine Amerikaan is of een grote Opel waarvan ze het type niet kunnen thuisbrengen. Het is een Holden Kingswood HT Stationwagon, bouwjaar 1969. Holden was tot een paar jaar terug de Australische tak van het General Motors-concern. Het merk bestaat niet meer. De huidige eigenaar heeft de auto gekregen van zijn oom in Australië. Sinds 1976 is de auto in het bezit van de familie. In 2010 is de oversteek naar Europa gemaakt, waarna een lang traject van restauratie volgde. Onder de motorkap ligt een drieliter zescilinder. Uiteraard wil de trotse eigenaar voor geïnteresseerden de kap opentrekken. Het motorblok en de onderdelen zien eruit als nieuw. ‘Als je het doet, moet je het goed doen’, is zijn korte verklaring. Hier zijn heel wat uren in gaan zitten, dat zie je direct. Persoonlijk vind ik de velgen minder geslaagd, maar smaken verschillen. De eigenaar heeft de originele bewaard, voor het geval hij van mening verandert. De juryleden die moeten beoordelen welke auto vandaag in de prijzen valt, zijn minstens zo verbaasd als menige bezoeker. Ook zij hebben zo’n auto nog nooit eerder gezien. Ze laten zich uitgebreid bijpraten over het restauratieproces.
 

Niet iedereeen kan deze stationcar onmiddellijk thuisbrengen. Geen wonder, het is waarschijnlijk de enige in Nederland.

De Holden Kingswood is sinds 1967 een familiebezit en in 2010 naar Nederland gekomen.

Merknaam op de neus, typeaanduiding op de flanken onder de achterste zijruit.

Het zescilinder motorblok ziet eruit om door een ringetje te halen.

Thuis nog even in het eigen archief gezocht: brochure van de Holden Kingswood. 

 

Oostenrijkse Haflinger
Een zorgvuldig uitgevoerde opknapbeurt heeft ook een Steyr-Puch Haflinger uit 1972 ondergaan. De aandachttrekkende wagen staat langs de straatkant. Het kan haast niet anders dan dat ik diezelfde auto zag bij het EMWalhalla, enkele weken terug in Raamsdonksveer. Hij was toen net van de trailer gereden. De eigenaar bevestigt mijn vermoeden: hij was daar ook. Minder dan een handvol zijn er ooit in Nederland verkocht. Het wagentje was erg prijzig met zijn toen tamelijk unieke vierwielaandrijving. Ook vanochtend is de Haflinger op een trailer vanuit de kop van Noord-Holland naar Lelystad gekomen. ‘De maximum snelheid is 70 kilometer per uur, wind mee en zonder mijn gewicht’, zegt de eigenaar met een mix van realisme en humor. Hij vindt het niet verantwoord om ermee op de snelweg te rijden. De van oorsprong Oostenrijkse wagen is door hemzelf gerestaureerd. ‘Dat wil zeggen’, relativeert hij direct, ‘dat ik de regie had. Ik ben zelf helemaal niet handig. Een goede vriend en gespecialiseerde bedrijven hebben het meeste werk gedaan.’ Hij heeft het motorkapje opengezet om de kleine krachtbron van nog geen 700 cc te tonen. De Steyr-Puch heeft achterin vier zitplaatsen, waarvan twee tegen de rijrichting in. De auto trekt veel belangstelling. De man doet met zijn komst veel bezoekers een plezier. ‘Eerlijk gezegd, had ik weinig zin om te komen. Met regen en wind rijd je niet erg prettig met zo’n ding op je aanhanger. Maar omdat zo veel vrijwilligers zich inzetten voor deze dag, vond ik dat ik niet weg kon blijven.’ Als ik een hoed had gehad, had ik ‘m voor hem afgenomen.
 

Zo'n auto trekt natuurlijk de aandacht. De deuren zijn van doek.

Steyr-Puch is vermaard om de vierwielaandrijving.

Het interieur straalt functionaliteit uit. Luxe is er niet te vinden.

Achterin zijn er vier (wegklapbare) zitplaatsen. Rechts: het motortje van 650 cc.

Met dank aan de eigenaar dat hij tóch naar Lelystad is gekomen.

Edele Britten
Op een grasveldje staat een aantrekkelijk, tweekleurige Rolls-Royce 20/25 HP uit 1936. Het koetswerk is van Hooper. De lijnvoering is ingetogen, de kleurstelling chic en elegant. De auto heeft een Duits kenteken. Dat vraagt om uitleg. Het Duitse echtpaar is min of meer speciaal voor de manifestatie naar Lelystad gekomen. Min of meer, want er was een zekere verplichting. Vorig jaar sleepten ze een wisselbokaal in de wacht. Die moesten ze dit jaar terugbrengen voor een volgende winnaar. Via Lelystad reizen ze volgende week verder naar Engeland om deel te nemen aan een grote Rolls-Royce-bijeenkomst in Peterborough. Naar verwachting komen er zo’n vijfhonderd auto’s van het merk. Het is te hopen dat het weer een beetje beter is, zeggen ze. In Engeland weet je het nooit, maar vandaag leert dat voor ons land hetzelfde geldt. Hun humeur lijdt er niet onder.
Liefhebbers van edele Britten met klassiek gelijnde koetswerken komen ook op verschillende andere plekken aan hun trekken. Op de boulevard staat een Daimler, ook met een carrosserie van Hooper. Misschien is de achterkant wel het meest kenmerkende deel. De auto nam overigens vorig jaar ook deel aan de oldtimerdag.
Niet ver van de Daimler staan drie auto's van de Armstrong Siddeley Club, twee cabriolets van het type Hurricane en een Sapphire 346 Saloon. Hoewel ze van na de Tweede Wereldoorlog zijn, borduurt het ontwerp voort op de traditionele vooroorlogse Britse stijl. 
 

Prijswinnaar van vorig jaar: Rolls-Royce 20/25 HP van 1936.

Het fraaie koetswerk is gemaakt door Hooper.

Volgende week neemt de auto deel aan een grote bijeenkomst in Engeland.

De Rolls-Royce Phantom III (1938) van collectionneur Toni Bienemann uit Arnhem.

Het bedrijf Peja van Bienemann (rechts) is sponsor van de bijeenkomst.

Een klassieke Daimler, een Wingham uit 1936.

Uiteraard met een geribbelde radiator, typerend voor dit Britse merk.

Die kennen we van vorig jaar: Daimler Empress Mark II van 1955.

De achterzijde is typerend voor de stijl van Hooper, ook toegepast bij verschillende typen van Rolls-Royce.

In 1947 werd deze Armstrong Siddeley Hurricane aan de eerste koper afgeleverd.

Nog een Hurricane, maar dan van vijf jaar later.

Leden van de merkclub laten hun lidmaatschap graag zien.

Armstrong Siddeley Sapphire 346, bouwjaar 1953.

Ook in het Engeland van 1953 is een dergelijk ontwerp al behoorlijk ouderwets. 

Eenvoudige Toledo
De speurtocht naar bijzonderheden leidt verder naar een donkerbruine Triumph. Het is een Toledo, een vereenvoudigde versie van de 1300 met een gewijzigd front, slechts twee deuren en eenvoudiger techniek, zoals een starre achteras en achterwielaandrijving. Ik denk niet dat ik die sinds mijn late jeugd nog ooit heb gezien, ook niet in een van de vele (Britse) musea. Het is een versie met rechts stuur, zo’n twintig jaar geleden naar Nederland gekomen. In ons land zijn er destijds maar een handvol van verkocht, schat ik zo in. De Toledo was goedkoper te produceren dan de 1300 en moest de concurrentie aangaan met onder meer de Britse Ford. Zonder succes overigens. In 1971 werd voor de exportmarkt een vierdeurs gepresenteerd, die ook meteen een krachtiger motor met dubbele carburateurs kreeg. 
Minstens zo exclusief is de Italiaanse Ford Anglia Torino. Die auto heb ik echter vorig jaar uitgebreid kunnen bewonderen. Toch leuk dat-ie er weer is.
 

Een zeldzaamheid: de Triumph Toledo, als goedkopere versie van de 1300 op de markt gebracht.

Dit model werd tussen 1970 en 1976 geproduceerd.

De achterkant vertoont veel gelijkenissen met de 1300 waarvan dit type is afgeleid.

De bijzondere Ford Anglia Torino was vorig jaar ook present.

Anders dan het origineel heeft de Torino een traditioneel geplaatste achterruit.

Elders op het terrein staat nog de Anglia zoals de meesten van ons die kennen.

Excentrieke Bristol
Nabij de haven van Lelystad staat het Museum Bataviastad. Op het voorterrein zie ik vier modellen staan van het excentrieke, inmiddels niet meer bestaande merk Bristol. Een dergelijk kwartet is geen alledaagse aangelegenheid. Het dure merk heeft me altijd geïntrigeerd. Waarom kozen mensen een ouderwets aandoende, technisch achterhaalde, weinig stijlvolle, met de hand gemaakte, buitengewoon prijzige tweedeurs auto terwijl ze voor hetzelfde geld een moderne, van alle snufjes voorziene Bentley hadden kunnen kopen? Zelfs voor menige Angofiel was dat een vraag. Toegegeven, de laatste jaren was de productie minimaal en grote aantallen zijn er nooit verkocht.
Ik moet meteen denken aan het bezoek in 2012 aan de enige showroom van het merk ter wereld, aan Kensington High Street in Londen. Vier auto’s stonden opgepropt in een sfeerloze ruimte die in tientallen jaren niet was veranderd en op geen enkele manier paste bij de prijzen van de auto’s. De buitengewoon vriendelijke verkopers gaven aan hoezeer klanten trouw waren aan het merk. Hier in Lelystad hoor ik dat de vroegere eigenaar Tony Crook heel wat minder vriendelijk kon zijn tegen bezoekers. Als je niets wilde kopen, had je er niets te zoeken en werd je pardoes buiten de deur gezet.
De mannen van de auto’s zijn duidelijk kenners en liefhebbers. Eén ervan heeft Crook nog meegemaakt. Mijn anekdote brengt bij hen goede herinneringen naar boven. Intussen krijgt de auto in de slechtste staat de meeste aandacht. Die is dan ook nog exclusiever dan de andere. Het is een 402, de cabrioletversie van de 401. De voorzijde is identiek en lijkt op een vooroorlogse BMW. Dat is geen toeval. Vliegtuigfabrikant Bristol besloot na de oorlog in samenwerking met Frazer Nash auto’s te gaan maken. Dat bedrijf had in de jaren dertig BMW’s in Engeland geïmporteerd.
 

Een Bristol is op zich al een bijzonderheid, maar een 402 des te meer.

De niervormige grille verwijst naar BMW, waarop het ontwerp is gebaseerd. Rechts het simpele stalen dashboard.

De 402 is de cabriolet-uitvoering van de 401 coupé. De auto is van 1949.

Aan veelvuldige modelwisselingen deed Bristol niet. Het model werd wel geregeld aangepast. 

Deze Bristol 408 is van 1964.

Let op de bijzondere dubbele sierstrip op de flanken en de kleine vinnen bij de achterspatborden.

De Bristol 411 is een doorontwikkeling van de 407 tot en met 410. Deze is van 1970.

De achterzijde is een stuk strakker, de kleine vinnen zijn verdwenen.

In de ochtend stond de vierde Bristol - ook een 411 - nog elders op het terrein.

Dit exemplaar is een jaar jonger dan de rode. 

Kenmerkend voor Bristol: de opbergruimte voor onder andere de accu tussen voorwiel en deur.
 

Vreemde kostgangers
De Nationale Oldtimerdag is een ontmoetingsplaats van liefhebbers. Hun auto’s zijn als hobbyobject vaak aanleiding voor een praatje. De eigenaar van een Chevrolet Corvair Wagon (hij was er vorig jaar ook) prijst zijn auto en herkent zich niet in de kritiek op de wegligging die het model destijds de das om deed. Aan Ralph Nader heeft hij geen boodschap. Hij heeft de auto uit Amerika geïmporteerd. Waarom een Corvair? Die sluit aan bij de andere auto’s die hij heeft, zoals een Kever en enkele Tatra’s. Allemaal met de motor achterin. ‘Kennelijk past dat bij me’, zegt hij lachend.
Zoveel hoofden, zoveel zinnen. Smaken verschillen en ook in liefhebberskringen zijn er vreemde kostgangers, blijkt vandaag maar weer eens. Want wie bedenkt het om de eerste – inmiddels waardevolle – generatie van de Volkswagenbus een geheel andere zij- en achterkant aan te meten? Of om een Peugeot 203 Break goudgeel te spuiten? Uniek en opvallend zijn ze zeker, maar voor wie van originele klassiekers houdt, is het een regelrechte shock. Over 203 gesproken: er zijn relatief veel uitvoeringen aanwezig dit keer. Behalve de opvallende stationcar zie ik de gewone vierdeurs, een bestelwagen en twee pick-ups.
 

Een exclusieve Chevrolet Corvair Wagon met - typisch Amerikaans - knalrood interieur.

Deze eigenaar houdt van auto's met de moror achterin.

Tja, wat moet je hier nu van vinden? Uniek zeker, maar fraai?

Tja, wat moet je hier nu van vinden (2)? Je valt wel op met zo'n knalgele Peugeot 203.

Peugeot 203 bestelwagen, met op de dorpel een plaatje met de (toegestane) gewichten.

De merkwaardige dubbele achterlichtjes zijn er later opgezet.

Een Peugeot 203 pick-up zoals je ze destijds op het Franse platteland kon aantreffen.

Rechts een versie met een huif.

Inzet: de maten en gewichten zijn op de auto geschilderd.

Deze 203 Berline kennen we nog van een vorige bijeenkomst.

Supersnelle Donkervoort
Te midden van alle mooie klassiekers staan twee moderne modellen van Donkervoort, de Nederlandse fabrikant van karakteristieke, supersnelle, lage sportwagens die even verderop in Lelystad worden gefabriceerd. Mogelijk zijn het de klassiekers van de toekomst, of zoals Donkervoort internationaal adverteert: 'Shaping the future and carrying the legacy'.
De F22 is het nieuwste model, vorig jaar gepresenteerd. De auto heeft slechts 2,5 seconde nodig om de grens van 100 km/u aan te tikken. Vijf tellen later zit je op 200. De vijfcilinder motor is afkomstig van Audi en levert 500 pk. Zelfs bij stilstand ervaar je de snelheid. 
De knalblauwe D8 is alweer van een paar jaar geleden maar allerminst verouderd. De twee typen maken duidelijk dat Donkervoort definitief het tijdperk achter zich heeft gelaten waarin de oorspronkelijke Lotus Seven inspiratiebron was. Om dat te onderstrepen, zijn naast de nieuwe modellen een S7 uit 1980 en een D8 uit 2000 neergezet. 
 

De allernieuwste Donkervoort en het model dat een paar jaar terug werd geïntroduceerd.

Met de D8 nam het bedrijf afstand van het verleden.

Laag, lang en breed. Ook als-ie stilstaat, ziet de auto er razendsnel uit.

Slechts 750 kilo weegt de nieuwste Donkervoort F22. 

De auto heeft een vermogen van 500 pk en trekt op van 0-100 km/u in 2,5 en van 0-200 in 7,5 seconde.

Uit de showroom van het bedrijf - elders in Lelystad - is de S7 (van 1980) naar de haven komen rijden.

De D8 is inmiddels ook al 24 jaar oud.

Reusachtige Amerikanen
Amerikaanse sleeën horen bij de Nationale Oldtimerdag als een Big Mac bij McDonald's (al heeft de rechter laatst anders geoordeeld). Vergeleken met vorig jaar lijken minder eigenaren de reis naar Lelystad hebben willen maken. Maar wie komt, heeft bekijks en vaak niet zo'n beetje ook. De vijftigers met hun reusachtige staartvinnen staan borg voor aandacht. Hun doorgaans meerkleurige voorgangers doen er weinig voor onder. Sommige deelnemers zijn ieder jaar van de partij.
Naast de staartvinnen zijn andere stijlelementen de moeite van het bekijken waard, zoals de 'losstaande' achterlichten van een Imperial, de 'oogleden' bij een Mercury Comet, de verwijzingen naar de luchtvaart bij een Oldsmobile en de half afgesloten achterste wielkasten van een Chevrolet. Het is me een raadsel waarom de Amerikaanse ontwerpers op het idee kwamen de koplampen onzichtbaar te maken of de koplampen boven in plaats van naast elkaar te plaatsen. Eén ding is zeker: een echt Amerikaans ontwerp is direct herkenbaar.
 

Amerikanen in soorten en maten. Totaal verschillend door de jaren heen, maar altijd groot.

Een kijkje bij elkaar in de kofferbak en onder de motorkap.

Het onderstel van deze Chevrolet Bel Air van 1953 is verlaagd.

Zo'n zonneklap boven de voorruit past helemaal in het tijdsbeeld.

Oldsmobile Holiday 1954 met een opvallende scheiding van de twee kleuren.

Ook deze tweedeurs Chevrolet Bel Air (1955) is verlaagd.

Oldsmobile 88, bouwjaar 1955.

Deze uitvoering heet 'Rocket', de typeaanduidingen en het motorkapornament verwijzen daarnaar.

Een beetje luxe Amerikaan is in die tijd in minimaal twee kleuren uitgevoerd.

De Chrysler C300 was in 1955 een sensatie.

 

In die tijd was een tweedeurs, ook bij zo'n grote auto, nog heel gewoon.

Buick Invicta cabriolet, bouwjaar 1959.

Het metalen plaatje van de dealer in Milwaukee is behouden gebleven. Mooi, zo'n detail.

1959 was het jaar van de meest extreme staartvinnen.

Buick 1960, de staartvinnen zijn op hun retour, maar nog niet verdwenen.

Overal liggen stukken karton onder de auto's zodat eventuele olielekkage de straat niet verontreinigt. 

Van 1960 is deze Ford Thunderbird, ooit als slanke sportwagen begonnen, maar al gauw dik geworden.

Na enige tijd komt deze Imperial Crown uit 1962 aanrijden.

De achterkant met die opvallende achterlichten is nog het meest spraakmakend.

Een compacte Amerikaan uit 1962: de Mercury Comet.

De staartvinnen zijn geminimaliseerd. Rechts: 'oogleden' als accessoire bij de koplampen.

 

Chevrolet Impala SS hardtop, bouwjaar 1964.

Deze liefhebber heeft een aantal miniatuurmodellen op de hoedenplank gezet.

De deels afgeschermde wielkasten zijn niet standaard.

De Pontiac Bonneville van 1967 heeft de dubbele koplampen boven elkaar.

Dodge Monaco 1968. Hoe lang wil je het hebben?

Ford LTD Country Squire (1970) met namaak houten zijkanten.

Een modeverschijnsel van die tijd: wegklapbare koplampen.

Chrysler Imperial LeBaron, in 1972 afgeleverd aan de eerste klant.

Een uiterst curieus front.

Plymouth Fury Sport 1977 met een half vinyl dak.

Cadillac Fleetwoord Brougham 1980 met een grille naar klassiek voorbeeld. Voor 25000 euro te koop.

Buick LeSabre van de jaren tachtig.

Een Amerikaans buitenbeentje, de Jeep Commando van 1973.

Met een dergelijk sportief model wilde Jeep nieuwe markten aanboren. 

Nog een afgeleide Jeep: de Willys-Overland Panel Van.

Alleen of in clubverband
Zo wandel ik, af en toe even schuilend voor een korte regenbui, over het hele terrein met af en toe een uitgebreidere stop en een fotootje. De oudste modellen van voor de Tweede Wereldoorlog staan paraat om deel te nemen aan de toertocht, ondanks het weer. Hun carrosserieën bieden soms geen enkele bescherming.
Nostalgie blijft boven komen bij het zien van de Europeanen van ruim een halve eeuw terug. Destijds zag je ze iedere dag, nu hoogst zelden. Sommige eigenaren zijn als eenling gekomen, andere zijn in clubverband aanwezig en hebben hun auto's bij elkaar gezet. Zo staan verschillende uitvoeringen van de Citroën DS gezusterlijk (het gaat immers om godinnen) naast elkaar. Bij het zien van een oude vrachtwagen verschijnt een glimlach op mijn gezicht: dat móet een grote adept van het Eindhovense merk zijn als je zo'n afbeelding op de zijkant laat zetten. Bij twee Russische auto’s is overduidelijk sprake van een steunbetuiging aan Oekraïne.
Als ik rond een uur of één vertrek, komen er nog steeds bezoekers aan. Het weer is opgeknapt en de twijfelaars zijn over de streep getrokken. Nog eens nadenkend over alles wat ik zag, is er voor een volgende keer maar één conclusie mogelijk: bij twijfel, gewoon gaan!

 

Klaar voor de start: American LaFrance. Helemaal in de open lucht, maar dat mag geen beletsel zijn.

Hoewel de meeste deelnemers uit Nederland komen, zijn er ook enkele buitenlanders.  

Door een beetje regen laten zij zich niet tegenhouden.

Met het oog op het weer heeft de berijder van deze Berliet zijn interieur afgedekt.

Berliet kennen sommigen nog als het vrachtwagenmerk uit Frankrijk, met het beeldmerk van een locomotief.

Een Morris 8 uit 1934 met daarachter een Bentley.

De Essex met achterop een plaatje van Hershey roept herinneringen op aan het bezoek aan het plaatselijke museum.

Zodra het droog is, komt de zeem tevoorschijn. Deze Cadillac wil goed voor de dag komen. 

De linkerkant is al weer droog, rechts moet nog aangepakt worden. 

Een fraaie Chrysler Model 72 uit 1928. Het merk bestond toen vier jaar.

De Citroën Rosalie 1934 mag zo meteen als tweede starten.

Nog een Rosalie, maar dan als Berline.

De achter de grille geplaatste koplampen zijn kernmerkend voor de Peugeot 02-reeks.

Een grote Peugeot 402 uit 1936 met gestroomlijnd koetswerk.

In de vorm van een Messerschmitt komt de naoorlogse periode aanrijden.

De voorloper van de Jaguar Mark II met nog dikke raamlijsten en weggewerkte achterwielen.

De kap helemaal dicht of een tonneau-cover: zo houd je de binnenkant droog.

Nostalgie van vaderlandse bodem: DAF 600 en 33.

Opel Kapitän van 1962 met panoramische voorruit, berucht omdat je er je knie lelijk aan kon stoten.

Amerikaanse stijlinvloeden zijn niet te ontkennen. Opel was lange tijd dochter van General Motors.

De liefhebbers en eigenaren van een Borgward Isabella hebben hun auto's bij elkaar gezet.

Links een gewone Isabella, rechts een coupé die tot cabriolet is omgebouwd.

Een oude Citroën 2CV op de rug van een frontstuur Land Rover. 

De lak van deze kunststof Matra Bonnet Djet V heeft zijn beste tijd gehad.

Deze Panhard Dyna Z (1955) was ook vorig jaar van de partij.

Nog een Dyna Z, maar met minder sierstukken dan het model hierboven.

Panhard 24ct, zwanenzang van het merk dat medio jaren zestig werd opgeheven.

Mooi tijdsbeeld: Renault 4CV met een eenwielig aanhangwagentje voor de vakantiespullen.

De grote Renault Fregate (1955) werd nooit het succes waarop de fabrikant had gehoopt.

Ronde vormen domineren de stilering van Renault in die periode.

Geen gewone Renault Dauphine, maar een Gordini, met een zwaardere en sterkere motor.

Let op de sierstrip op de neus; die was niet standaard, maar destijds als accessoire verkrijgbaar.

De eigenzinnige Renault 16 baarde opzien bij de introductie in 1965. Rechts: een luchtinlaat bij de ruit.

Het is een TA, dus met automaat, en met de origineel gevormde achterlichten.

Peugeot 404 pick-up, waarbij de motorfiets net zo veel aandacht krijgt als de auto.

Peugeot 304 Cabriolet. Met gesloten kap vandaag.

De verlengde Familiale-versie van de Citroën Traction Avant.

Citroën ID 19 (1958): het technisch vereenvoudigde zusje van de DS.

De 'trompetten' van de richtingaanwijzers zijn hier niet in de sierstrip opgenomen.

De ID/DS-liefhebbers hebben een afzonderlijk pleintje voor hun auto's toegewezen gekregen.

De stationcar van de DS-reeks heeft altijd een grijs dak en standaard een imperiaal.

Een luxe DS Pallas, met extra schijnwerpers naast de koplampen.

Meer licht en veiliger, maar niet origineel en minder fraai, het extra zijruitje in de cabriokap.

De Morris Minor Convertible stond uitdagend open te staan, maar kreeg weinig belangstelling.

Uit Engeland is deze Sunbeam Talbot overgekomen.

De achterste deuren scharnieren aan de achterkant.

Dubbele koplampwissers bij een Rolls-Royce Camargue.

Anders dan de Interceptor heeft deze Jensen FF vierwielaandrijving.

Er zijn opmerkelijk weinig Japanse auto's aanwezig. De Datsun 120Y Stationcar (1977) is een uitzondering.

Helemaal roestvrij is deze Honda Civic 1200 uit 1979 niet.

Er zijn ook enkele vrachtwagens te zien, zoals een Robur Garant uit de voormalige DDR. 

Fiat 625N3 (1972) met luxe dubbele koplampen (!) en een Volvo-truck van 1962.   

Dit moet van een ontzettend grote DAF-liefhebber zijn.

Een GAZ uit de Sovjet-tijd brengt een ondubbelzinnige ode aan Oektraïne.

Nog een GAZ waarmee de eigenaren duidelijk partij kiezen.

 

  Bekijk ook:

 

 

Honderden liefdesverklaringen op één locatie

  Impressie van de Nationale Oldtimerdag
in Lelystad, dit jaar voor de 37e keer georganiseerd
met een grote variëteit aan klassieke auto's.

juni 2023

 

Meer dan het feestje van de jarigen
 
Auto's van jarige merken en vele andere
stonden te glimmen tijdens de 35e nationale
oldtimerdag in Lelystad. Er was veel te zien.

juni 2019

 

Tompoezen, kroketten, auto's en een tas vol spullen  
 
Als bijzondere gast de oldtimershow in Lelystad
meemaken is genieten van lekkere hapjes, drankjes
en een groot aantal klassieke auto's. 
 
juni 2018